Zoeken
  1. De gevolgen van een niet zorgvuldig uitgevoerd geluidsonderzoek

De gevolgen van een niet zorgvuldig uitgevoerd geluidsonderzoek

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) oordeelt regelmatig over het al dan niet zorgvuldig uitvoeren van een geluidsonderzoek bij besluiten in het kader van de ruimtelijke ordening. Dit leidt tot verschillende uitkomsten. Hieronder wordt ingegaan op een uitspraak waarin het college van burgemeester en wethouders tot driemaal toe wordt teruggefloten, omdat een geluidsonderzoek gebrekkig is en zodoende niet ten grondslag kan worden gelegd aan het besluit tot verleni...
Artikel | 06 maart 2018 | Marleen Vermeulen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) oordeelt regelmatig over het al dan niet zorgvuldig uitvoeren van een geluidsonderzoek bij besluiten in het kader van de ruimtelijke ordening. Dit leidt tot verschillende uitkomsten. Hieronder wordt ingegaan op een uitspraak waarin het college van burgemeester en wethouders tot driemaal toe wordt teruggefloten, omdat een geluidsonderzoek gebrekkig is en zodoende niet ten grondslag kan worden gelegd aan het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning ter legalisering van een illegale serre bij een café. De eigenaar van het tegenovergelegen woon-winkelpand stelt beroep in tegen de verleende vergunning, omdat hij ernstige geluidsoverlast ervaart en stelt dat zijn belangen onvoldoende zijn meegewogen. Hij laat een contra-expertise uitvoeren om aan te tonen dat het geluidsonderzoek namens het college gebreken vertoond. De rechtbank heeft vervolgens de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) om een deskundigenbericht verzocht.

Rechtbank
Het oordeel van de rechter pakt tot driemaal toe verkeerd uit voor het college. In een tussenuitspraak oordeelt de rechtbank dat het geluidsonderzoek dat ten grondslag ligt aan het besluit gebrekkig is.
Na een herstelbesluit oordeelt de rechtbank vervolgens in de einduitspraak dat het geluidsonderzoek nog steeds gebrekkig is. Er wordt in het onderzoek gerekend met te lage bronvermogens voor het menselijke stemgeluid, waardoor er te lage geluidniveaus zijn berekend. Ook wordt er uitgegaan van een te hoge geluidwering van de gevel van het pand van appellant. De grenswaarde in de nachtperiode zal zodoende in ruime mate worden overschreden. De omgevingsvergunning alsmede de aanvulling daarop worden vernietigd.

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State
Het college en de vergunninghouder stellen hoger beroep bij de Afdeling in en het college verleent opnieuw een omgevingsvergunning voor de legalisering van de serre. Bij de Afdeling wordt tevens het beroep van de overbuurman tegen de nieuwe vergunning behandeld.

Het hoger beroep van de vergunninghouder heeft betrekking op het oordeel van de rechtbank dat de bronvermogens in het geluidsonderzoek namens het college te laag zijn aangehouden. De Afdeling is hierover duidelijk en sluit aan bij het oordeel van de rechtbank die het deskundigenbericht van de StAB gevolgd heeft. Het StAB baseert zich op de in de literatuur gehanteerde normen voor het menselijk stemgeluid, zoals het Taschenbuch der Technischen Akustik en het artikel “Het menselijk stemgeluid” in het Journaal Geluid. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht de conclusie van het deskundigenbericht gevolgd.

Het hoger beroep van het college ziet op het oordeel van de rechtbank dat het college niet deugdelijk gemotiveerd heeft waarom een overschrijding van de gehanteerde richtwaarde aanvaardbaar is. De Afdeling oordeelt dat de enkele stelling van het college dat de overschrijding niet of nauwelijks hoorbaar is, onvoldoende is. Zeker omdat de StAB heeft toegelicht dat de toename van de geluidbelasting wel degelijk hoorbaar is en in het advies van de Omgevingsdienst te lezen is dat het verkeersgeluid het stemgeluid niet zal overtreffen en het stemgeluid over het algemeen als meer storend ervaren wordt.

Zoals gezegd wordt ook de nieuw verleende omgevingsvergunning beoordeeld, omdat de overbuurman hiertegen beroep heeft ingesteld. En wederom gaat het niet goed voor het college.
Ten behoeve van de nieuwe vergunning is een nieuw geluidsonderzoek opgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met de bronvermogens die volgens het deskundigenbericht van de StAB moeten worden gehanteerd. Ook wordt er middels gevelisolatieonderzoek vastgesteld hoe hoog de gevelisolatie is. Het advies van de Omgevingsdienst komt tot de conclusie dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, omdat de binnenniveaus in de avond- en nachtperiode in de slaapkamer onder de richtwaarden blijven. Alleen in de woonkamer treedt een overschrijding op van de richtwaarde, maar dit is alleen in de nachtperiode. Tot zover lijkt het goed te gaan. Ter zitting heeft de StAB evenwel toegelicht dat de gebruikte geluidmodellen in het nieuwe geluidsonderzoek niet representatief zijn. De Afdeling oordeelt dat het rapport wederom gebrekkig is.

Poging finale geschilbeslechting
Om toch te komen tot een finale geschilbeslechting, wordt ter zitting uitgegaan van de hogere, representatieve, geluidniveaus. Het college is evenwel van oordeel dat deze hogere geluidbelasting aanvaardbaar is. De Afdeling oordeelt dat het college dit op zichzelf in redelijkheid aanvaardbaar heeft kunnen achten. Daarbij is van belang dat het pand gelegen is in de binnenstad en dat in een dergelijk gemengd gebied een hogere geluidbelasting in redelijkheid meer aanvaardbaar wordt geacht. Tot zover lijkt het goed te gaan. Echter, de hogere geluidniveaus hebben ook tot gevolg dat de richtwaarden in de woonkamer in de nachtperiode nog ruimer worden overschreden. Omdat een woonkamer een geluidgevoelige ruimte is die ook in de nachtperiode gebruikt kan worden, oordeelt de Afdeling dat een dergelijke overschrijding niet aanvaardbaar geacht kan worden. Er is geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te houden. Ook deze poging strandt dus.

Voorwaarde geluidreducerende voorzieningen op kosten vergunninghouder
Blijkbaar heeft de Afdeling er weinig vertrouwen in dat het college het gebrek in het besluit in een vierde poging wél zal herstellen. De Afdeling geeft het college daarom een hele duidelijke opdracht mee. De omgevingsvergunning moet óf geweigerd worden óf opnieuw worden verleend, maar dan onder de voorwaarde dat de vergunninghouder de eigenaar van het tegenoverliggende pand een aanbod doet om op kosten van vergunninghouder geluidreducerende voorzieningen aan te brengen ter plaatse van de woonkamer.

Commentaar
Het komt niet vaak voor dat de Afdeling zo’n duidelijke opdracht meegeeft aan het bestuursorgaan bij het nemen van een nieuw besluit. Zeker niet als het gaat over een discretionaire bevoegdheid. Het is voor gemeenten goed om te weten dat er in dergelijke gevallen voorgeschreven kan worden dat er op kosten van vergunninghouder geluidreducerende maatregelen aangeboden dienen te worden.

Wilt u meer weten over (geluids)onderzoek bij vergunningverlening? Neemt u dan contact op met Marleen Vermeulen.