1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Doorverkopen van merkartikelen op internet

Doorverkopen van merkartikelen op internet

Onder welke omstandigheden kan de merkhouder doorverkoop van zijn merkartikelen op internet verbieden? En wanneer staat het vrij deze aan te bieden?
Leestijd 
Auteur artikel Joost Becker
Gepubliceerd 07 februari 2024
Laatst gewijzigd 07 februari 2024

Doorverkopen van merkartikelen op internet

Doorverkoop van merkartikelen op internet kan dus niet zomaar verboden worden. Wie een merkrecht bezit, heeft in beginsel een sterk recht. Zo kan de merkhouder optreden tegen namaakproducten, en heeft de merkhouder het alleenrecht om zijn producten op de Europese markt (de EER) te brengen.

Echter, als het betreffende merkproduct eenmaal door de merkhouder (zelf, of met zijn toestemming) in de EER in de handel is gebracht, dan kan de merkhouder zich in beginsel niet verzetten tegen verdere verhandeling. We noemen dat "uitputting" van het merk. Merkartikelen die dus door de merkhouder in het economisch verkeer zijn gebracht, kunnen daarna in beginsel door verkopers verder worden verhandeld, ook via internet. 

Wie moet uitputting bewijzen?

Met enige regelmaat worden handelaren erop aangesproken, dat zij merkproducten doorverkopen die niet door of met toestemming van de merkhouder in de EER in het verkeer zijn gebracht. Eeerder schreven wij al over de bewijslast van uitputting dat volgens vaste rechtspraak de bewijslast op de handelaar rust. Hij moet dus kunnen bewijzen dat álle producten die hij verhandelt door of met toestemming van de merkhouder in de EER op de markt zijn gebracht. Dat geldt niet alleen voor de importeur, maar ook voor wederverkopers. 

Bewijslast bij doorverkoop

Recentelijk heeft het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) een arrest gewezen waarin deze bewijslast, onder omstandigheden, is omgedraaid. Het was in die zaak dus de merkhouder die moest bewijzen dat de producten niet met zijn toestemming in de EER op de markt waren gebracht.

De zaak speelt in Polen tussen HP en Senetic en draait om computerapparatuur. HP heeft in Polen een selectief distributiestelsel. Dat is een distributiestelsel waarbij alleen handelaren die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen, de merkproducten mogen verhandelen. Senetic maakt geen onderdeel uit van dat selectieve distributiestelsel en koopt de merkproducten in bij verkopers van HP-producten buiten Polen maar binnen de EER. HP spreekt Senetic aan en vordert een verbod op de verkoop door Senetic. Senetic beroept zich op haar beurt op uitputting van de merkgoederen. Volgens de gebruikelijke bewijslastregels moest Senetic die uitputting bewijzen maar, ondanks dat ze daartoe allerlei pogingen had ondernomen, kon Senetic dat niet. Omdat de Poolse rechter twijfelde aan de uitkomst van deze zaak heeft ze vragen gesteld aan het HvJ EU.

Wat vindt het Hof?

Het Hof oordeelt in deze zaak over doorverkoop van merkproducten dat er in vier bijzondere aspecten zijn:

  1. HP maakt in Polen gebruik van een selectief distributiestelsel;
  2. HP vermeldt op de producten niet duidelijk voor welke markt die zijn bestemd (bijvoorbeeld door speciale codering);
  3. Senetic heeft bij HP proberen te achterhalen of de producten die zij verhandelt, met goedkeuring van HP in de EER op de markt zijn gebracht, maar HP weigert die informatie te geven;
  4. Leveranciers van Senetic hebben verklaard dat de producten met toestemming op de markt in de EER zijn gebracht maar weigeren verdere informatie over hun leveranciers te geven.

Als onder deze omstandigheden de handelaar moet bewijzen dat er sprake is van uitputting zou het vrije verkeer van goederen te veel in het geding komen. Door geen informatie te geven, kan HP nationale markten afschermen en prijsverschillen laten bestaan. Dat is niet een recht van HP dat dat door het merkrecht wordt beschermd en om die reden is het onder deze omstandigheden aan HP, als merkhouder, om aan te tonen dat er geen sprake is van uitputting.

Conclusie

Hoewel het HvJ in dit geval oordeelt dat de bewijslast voor de uitputting omgekeerd mag worden, lijkt dit een uitzonderingssituatie waarbij een aantal specifieke omstandigheden in aanmerking worden genomen. Merkhouders met een selectief distributiestelsel gebruikt, lijken er op basis van dit arrest goed aan te doen te overwegen of er bereidheid is om de gevraagde informatie te verstrekken (voorwaarde 3.) of op de producten een code te plaatsen waardoor duidelijk is voor welke markt ze bestemd zijn (voorwaarde 2.).

Handelaren die producten doorverkopen kunnen proberen de stelling van merkinbreuk te betwisten, door navraag te doen de omstandigheden waaronder deze op de markt zijn gebracht, en leveranciers te laten verklaren dat bepaalde producten door of met toestemming van de merkhouder op de markt zijn gebracht.

Als u meer informatie wilt over selectieve distributie van merkproducten, en de doorverkoop via internet of over uitputting, neem dan contact met een van onze specialisten.

Joost Becker, advocaat merkenrecht