Dirkzwager bestaat 135 jaar! We nodigen onze oud-medewerkers uit voor een feestelijke borrel. Aanmelden kan via de eventpagina. Aanmelden reünie.

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Doorwerking van de Jeugdwet in een SAS-procedure voor de inkoop van specialistische jeugdzorg

Doorwerking van de Jeugdwet in een SAS-procedure voor de inkoop van specialistische jeugdzorg

In onderhavig vonnis gaat de Voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland in op het gegeven dat gemeenten conform artikel 2.11 lid 2 van de Jeugdwet verplicht moeten gunnen aan de economisch meest voordelige inschrijver. De vraag die voor lag was of uit deze wetsbepaling volgt dat gemeenten op voorhand ook de gunningscriteria kenbaar moeten maken. De zorgaanbieders betoogden van wel maar de gemeente Leeuwarden meende van niet.
Leestijd 
Auteur artikel Liz Bras
Gepubliceerd 17 september 2021
Laatst gewijzigd 17 september 2021
 

Vaak kopen gemeenten jeugdhulp of wmo-ondersteuning in door middel van een verlichte aanbestedingsprocedure, ook wel bekend als de SAS-procedure (artikel 2.38 Aw 2012). De aanbestedende dienst heeft bij het inrichten van de SAS-procedure veel vrijheid. Zij moet enkel voldoen aan bepaalde vormvoorschriften en aan het transparantie- en gelijkheidsbeginsel en aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (artikel 2.39 Aw 2012). Uit een recent vonnis van de Voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland blijkt dat bij de inkoop van specialistische jeugdhulp deze vrijheid enigszins wordt beperkt.

Gemeenten zijn bij de inkoop van specialistische jeugdhulp gebonden aan bepalingen in de Jeugdwet. Zo moeten zij reële tarieven bieden (artikel 2.12 Jeugdwet). In artikel 2.11 van de Jeugdwet is de bepaling opgenomen dat gemeenten, in afwijking van artikel 2.114 lid 2 Aw 2012 een overheidsopdracht niet op grond van het criterium laagste prijs mogen gunnen. Zij mogen enkel gunnen op basis van het criterium “economisch meest voordelige inschrijving” (EMVI). De achterliggende gedachte daarvan is het tegengaan van gunning op basis van enkel de laagste prijs. De wetgever is bang dat dit op ten duur verschaling van de zorg ten gevolge heeft. Op grond van artikel 2.11 lid 2 Jeugdwet dient de gemeente ten behoeve daarvan gunningscriteria te hanteren.

In de onderhavige procedure gunde de gemeente op basis van het EMVI-criterium maar hanteerde daartoe geen gunningscriteria. De door haar gehanteerde systematiek bracht wel mee dat gegund zou worden aan de economisch meest voordelige inschrijver. De gemeente gaf aan dat uit artikel 2.11 lid 2 Jeugdwet ook voldaan is als de aanbestedingsprocedure zo is ingericht dat wordt gegund aan de economisch meest volledige inschrijver en dat aanartikel 2.11 lid 2 Jeugdwet niet de verplichting volgt om daartoe ook gunningscriteria te hanteren. De Voorzieningenrechter ging echter aan dat verweer voorbij.

De Voorzieningenrechter oordeelde dat het toepassen van een SAS-procedure zonder gunningscriteria nog niet mogelijk is. Daartoe verwees de Voorzieningenrechter naar de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede kamer van 15 november 2019. Daaruit blijkt dat er nog gegund moet worden op basis van het EMVI-criterium en dat daartoe vooraf gunningscriteria gepubliceerd moeten worden maar dat er een verandering gaat plaatsvinden.

In zijn brief doet de minister het voorstel dat de EMVI-verplichting te schrappen. De minister merkt dat de toepassing ervan gemeenten verplicht offertes te vergelijken op basis van een vooraf uitgedachte gunningssystematiek terwijl de complexiteit van het in te kopen product zich daarvoor vaak niet leent. Het verbod om te gunnen op basis van de laagste prijs blijft wel gehandhaafd. Gemeenten krijgen zo meer vrijheid om de SAS-procedure naar eigen inzicht in te richten. De minister hoopt dat deze wijziging een afname van discussies tussen gemeenten en zorgaanbieders met zich meebrengt zodat gefocust kan worden op de kwaliteit van de zorg en het aangaan van een samenwerkingsverband. Dat zou mijns inziens een welkome ontwikkeling zijn.