De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Economische crisis geen reden voor buitenwerking stellen onherroepelijke volmacht

Economische crisis geen reden voor buitenwerking stellen onherroepelijke volmacht

Is een sterke waardedaling van een woning, als gevolg van de economische crisis, aan te merken als een gewichtige reden op grond waarvan een onherroepelijke volmacht tot verkoop van deze woning buitenwerking gesteld kan worden?Tweede hypotheekrecht en onherroepelijke volmachtIn de betreffende casus heeft partij A over de periode 2008-2013 aan partij B groente en fruit geleverd voor een bedrag van ruim € 100.000,-. B heeft de facturen niet voldaan. In 2009 verleent B, tot zekerheid voor de ter...
Leestijd 
Auteur artikel Ruben Berentsen
Gepubliceerd21 april 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
 
Is een sterke waardedaling van een woning, als gevolg van de economische crisis, aan te merken als een gewichtige reden op grond waarvan een onherroepelijke volmacht tot verkoop van deze woning buitenwerking gesteld kan worden?

Tweede hypotheekrecht en onherroepelijke volmacht
In de betreffende casus heeft partij A over de periode 2008-2013 aan partij B groente en fruit geleverd voor een bedrag van ruim € 100.000,-. B heeft de facturen niet voldaan. In 2009 verleent B, tot zekerheid voor de terugbetaling van zijn schulden aan A, een tweede hypotheekrecht op een winkelpand met woonhuis. In 2013 tekent B vervolgens een akte houdende onherroepelijke volmacht ten behoeve van A zodat deze het winkelpand met woonhuis onderhands kan verkopen en zich op de opbrengst kan verhalen. Partijen krijgen een verschil van mening over de rechtsgeldigheid van zowel de vestiging van het tweede hypotheekrecht als de verstrekking van de onherroepelijke volmacht.

Zonder toestemming tóch rechtsgeldig tweede hypotheekrecht
Volgens B is er door de eerste hypotheekhouder geen toestemming gegeven voor het vestigen van het tweede hypotheekrecht wat volgens hem zou betekenen dat het tweede hypotheekrecht niet rechtsgeldig gevestigd zou zijn. De rechtbank oordeelt echter dat het feit dat de eerste hypotheekhouder geen toestemming heeft gegeven voor het vestigen van de tweede hypotheek, de rechtsgeldige vestiging ervan niet aantast. Het schenden van een verbod tot het vestigen van een andere hypotheek zonder toestemming ziet in dit geval slechts op de verhouding tussen partijen B en de eerste hypotheekhouder, maar doet daarmee niets af aan de rechtsgeldige vestiging van het tweede hypotheekrecht. De vestiging van het tweede hypotheekrecht zou daarentegen wél kunnen leiden tot opeisbaarheid van de hypothecaire vordering van de eerste hypotheekhouder.

Economische crisis is géén gewichtige reden
Daarnaast vindt B dat sprake is van een gewichtige reden en dat de rechtbank op grond daarvan de onherroepelijke volmacht buiten werking moet stellen.  Het vereiste van toestemming door de eerste hypotheekhouder is in de hypotheekakte opgenomen vanwege mogelijke onvoorziene omstandigheden, welke zich volgens B hebben voorgedaan in de vorm van de economische crisis. Die heeft ervoor gezorgd dat de waarde van de onroerende zaak sterk daalde. Om deze reden heeft de eerste hypotheekhouder ook geen toestemming gegeven voor de vestiging van het tweede hypotheekrecht. Omdat B al jarenlang niet aan zijn betalingsverplichting jegens A kon voldoen, voelde B zich gedwongen tot het tekenen van de onherroepelijke volmacht. De economische crisis en de waardedaling van het pand kunnen echter volgens B aangemerkt worden als een gewichtige reden voor het buiten werking stellen van de onherroepelijke volmacht.

De invulling van het begrip ‘gewichtige reden’ is aan de rechter, maar uit de Parlementaire Geschiedenis blijkt dat de wetgever daarmee een situatie voor ogen had van misbruik door de gevolmachtigde, dan wel zodanige onvoorziene omstandigheden dat degene in wiens belang de volmacht onherroepelijk is gemaakt naar redelijkheid en billijkheid handhaving van de volmacht niet mag verwachten. Toen B de onherroepelijke volmacht in 2013 tekende, schoot B al jarenlang tekort in zijn verplichting om A te betalen en had de waardedaling van het pand al jaren eerder zijn intrede gedaan. B was dus ten tijde van het afgeven van de volmacht bekend met de waardedaling. Dat B zich gedwongen voelde tot het tekenen van de volmacht betekent niet dat A daarmee misbruik maakt van de situatie door extra zekerheid te verlangen. Kortom: ook de volmacht is rechtsgeldig.

Vastgoedveilingen: Ruben Berentsen, Anita van Wijk, Marleen Vermeulen, Mitzi Litjens