Zoeken
  1. Financieringen: zekerheidsrechten in Nederland deel 1 (hypotheek- en pandrechten)

Financieringen: zekerheidsrechten in Nederland deel 1 (hypotheek- en pandrechten)

Een financier zal geen lening verstrekken zonder enige zekerheid van terugbetaling. Ter zekerheid van voldoening van de betalingsverplichtingen vraagt een financier om zekerheidsrechten. Welke zekerheidsrechten komen in Nederland vaak voor?
Artikel | 14 mei 2019 | Daniël van Essen

Een financier zal bij het verstrekken van financiering bepaalde risico’s inventariseren. Een belangrijk risico is uiteraard de kans dat betalingsverplichtingen niet worden voldaan. Om dit risico te beperken, zal een financier bepaalde zekerheden, onderpanden (collateral in het Engels) en waarborgen eisen voor het verstrekken van een lening. In een tweetal blogs zetten wij enkele belangrijke zekerheidsrechten op een rij en gaan we in op enkele andere aspecten met betrekking tot deze zekerheidsrechten. In deze blog zullen wij ingaan op hypotheek- en pandrechten.

Hypotheek- en pandrecht

Hypotheek- en pandrechten zijn vergelijkbare zekerheidsrechten die worden gevestigd op goederen van de debiteur of van een derde (dan is sprake van een derdenzekerheid). De rechten kunnen bijvoorbeeld worden gevestigd op vastgoed, vorderingen en bedrijfsactiva (het bezwaarde goed). Degene die een pandrecht of hypotheekrecht geeft (de debiteur of een derde), heet de hypotheek- of pandgever. Degene die het pandrecht krijgt (de schuldeiser of de zekerheidsagent), heet de hypotheek- of pandhouder.

Als een debiteur zijn betalingsverplichtingen niet voldoet, kan de hypotheek- of pandhouder het bezwaarde goed verkopen (executie/uitwinning). De hypotheek- of pandhouder is separatist. Hij/zij kan dan zijn rechten op een goed uitwinnen, ondanks een eventueel faillissement en heeft voorrang op overige schuldeisers. Een executie moet in beginsel via openbare verkoop (veiling) maar mag onder bepaalde voorwaarden ook onderhands (kort gezegd een onderlinge overeenkomst).

Hypotheekrecht

Als een bedrijf een registergoed heeft (denk aan een stuk grond, bedrijfspand of opstalrechten) kan dit worden bezwaard met een hypotheekrecht. Het hypotheekrecht wordt gevestigd met een notariële akte en deze akte moet bij het Kadaster worden ingeschreven.

Pandrecht

Een pandrecht kan in principe worden gevestigd op alle overige goederen denk aan zaken (zoals bedrijfsvoorraden), vorderingen en aandelen. Hieronder zetten we de pandrechten zeer beknopt op een rij. Wij zullen hieronder niet ingaan op de verpanding van IE-rechten. Over verpanding van software kunt u hier meer lezen.

Verpanding van zaken

Bij “zaken” moet u denken aan bedrijfsactiva, bedrijfswagens, dieren in gebruik van het bedrijf en inventaris. Deze verpanding kan gevestigd worden door een “vuistpandrecht”. De zaken worden dan in de macht van de pandhouder worden gebracht. Vaak zullen de zaken dan feitelijk door de pandhouder worden beheert. Als de zaken niet in de macht worden gebracht, is er sprake van een “bezitloos” pandrecht. Hiervoor is een notariële akte of een geregistreerde onderhandse akte nodig. Registratie gebeurt bij de belastingdienst. Vaak zal in de akte de mogelijkheid worden opgenomen om de zaken in de macht van de pandhouder te brengen. Dan wordt het bezitloze pandrecht omgezet in een vuistpandrecht.

Verpanding van vorderingen

“Vorderingen” zijn bijvoorbeeld de betalingen die een bedrijf van zijn afnemers of verzekeraar krijgt. Bij vorderingen moet u zich er van bewust zijn dat de overdraagbaarheid en verpandbaarheid kan worden uitgesloten. Daarover kunt u hier meer lezen.

Bij verpandingen van vorderingen bestaat een onderscheid in “openbare” en “stille” verpandingen. Bij een openbare verpanding wordt een akte opgesteld en een mededeling gedaan aan de debiteur van de pandgever. De vestiging van een stille verpanding gebeurt in principe via een notariële akte of onderhandse geregistreerde akte. Registratie gebeurt bij de belastingdienst.

Bij stille verpanding is de mogelijkheid tot verpanding van toekomstige vorderingen beperkter. Alleen vorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsrelatie kunnen stil worden verpand. Vaak worden in grote financieringen in de akte van verpanding alle huidige en toekomstige vorderingen van de pandgever verpand (vaak wordt er gesproken van een omnibus verpanding of een stampandakte, maar deze definities lopen niet altijd gelijk). Eventuele (nieuwe) vorderingen die niet in de akte worden verpand, mogen dan op basis van een volmacht door de financier/pandhouder worden verpand. Lees hier meer over de gevolmachtigde pandhouder.

Verpanding van aandelen

Ook de aandelen in een B.V. (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) of een N.V. (naamloze vennootschap) kunnen in principe worden verpand. In de statuten van de vennootschap kan verpanding van (bepaalde) aandelen worden uitgesloten. Verpanding van aandelen gebeurt met behulp van een notariële akte. Vaak is voor de verpanding de instemming van de aandeelhouders nodig. Aan die toestemming kunnen soms nadere voorwaarden verbonden zijn. Het kan bijvoorbeeld dat de toestemming enkel in een aandeelhoudersvergadering mag worden verleend. In het aandeelhoudersregister dient de verpanding van de betreffende aandelen te worden geregistreerd. Bij uitwinning van de verpanding dient rekening te worden gehouden met eventuele blokkeringsregels voor de verkoop. Over blokkeringsregelingen kunt u hier meer lezen.

Bij verpanding van lidmaatschapsrechten in een coöperatie en het belang in een commanditaire vennootschap (C.V.) spelen een aantal eigenaardigheden. Er bestaat bijvoorbeeld nog onduidelijkheid of stemrechten kunnen worden verpand.

Vragen?

In dit artikel zijn we kort ingegaan op hypotheek- en pandrechten. U kunt altijd contact met ons opnemen als u vragen hebt over deze zekerheidsrechten.