Flitskrediet

12 juli 2017
In JOR 2017/66 is een noot gepubliceerd bij een uitspraak van het College van Beroep voor Bedrijfsleven over Flitskrediet. De noot is hier terug te lezen.De uitspraak van het Cbb past in de reeks ‘flitskrediet’- uitspraken. Bij flitskrediet is er sprake van consumentenkrediet met een looptijd korter dan drie maanden. Het is in principe verboden om zonder vergunning krediet aan consumenten aan te bieden. Indien er echter sprake is van consumentenkrediet dat binnen dri...
Sanne Hebbink-Swinkels
Sanne Hebbink-Swinkels
Advocaat - Senior
In dit artikel

In JOR 2017/66 is een noot gepubliceerd bij een

uitspraak van het College van Beroep voor Bedrijfsleven over Flitskrediet. De noot is hier terug te lezen.

De uitspraak van het Cbb past in de reeks ‘flitskrediet’- uitspraken. Bij flitskrediet is er sprake van consumentenkrediet met een looptijd korter dan drie maanden. Het is in principe verboden om zonder vergunning krediet aan consumenten aan te bieden. Indien er echter sprake is van consumentenkrediet dat binnen drie maanden wordt afgelost en waarbij er geen of slechts onbetekenende kosten in rekening worden gebracht, dan valt het krediet onder de uitzondering van art. 1:20 lid 1 sub e Wft en is de vergunningplicht niet van toepassing.

Flitskrediet bestaat sinds 2007 en wordt door de politiek en de AFM als onwenselijk beschouwd. Volgens de AFM profiteert de aanbieder van de kwetsbare positie van consumenten van wie mag worden verondersteld dat zij niet op reguliere wijze aan een gunstiger krediet konden komen. Er wordt niet of nauwelijks getoetst op overkreditering, waardoor een schuldenspiraal dreigt te ontstaan. Vanaf mei 2011 is flitskrediet wettelijk gereguleerd en handhaaft de AFM. Verstrekkers van Flitskrediet maken gebruik van diverse constructies om te ontkomen aan de vergunningplicht. De uitspraak waar de noot bij is geschreven is een van de uitspraken waarbij de AFM heeft gehandhaafd en de flitskredietverstrekker van mening is dat ze niet hoeft te voldoen aan de vergunningplicht.

Kernvraag in deze en andere flitskrediet-uitspraken is wanneer er sprake is van ‘onbetekenende kosten’ in de zin van art. 1:20 lid 1 sub e Wft. De vraag die in de onderhavige uitspraak voorligt is of bijkomende kosten zoals de kosten voor een garantstelling en aanmaningskosten al dan niet als kosten voor het krediet moeten worden aangemerkt. Het College oordeelt in lijn met eerdere uitspraken dat deze kosten tot de kosten van het krediet moeten worden gerekend. Mede gelet op het beschermingsdoel van de Richtlijn consumentenkrediet, dient volgens het College voor de beantwoording van de vraag niet zozeer een formeel-juridische benadering te worden gevolgd, maar moet veeleer worden gekeken naar de feitelijke gevolgen voor de consument. In de noot wordt ingegaan op de achtergronden van deze beslissing, waarbij tevens de bepalingen en achtergronden van de Wet op het consumentenkrediet en de Europese wetgeving betrokken worden.

Gerelateerd

Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen