Zoeken
  1. Geen inschrijvingsbiljet – inschrijving ongeldig

Geen inschrijvingsbiljet – inschrijving ongeldig

Bij een aanbesteding onder toepassing van het ARW 2016 moet bij de inschrijving altijd een inschrijvingsbiljet zijn bijgevoegd. Zonder inschrijvingsbiljet is de inschrijving ongeldig.  In onder andere art. 7.14.2 ARW 2016 is over het inschrijvingsbiljet het volgende bepaald:“7.14.2 Elke inschrijving dient te zijn voorzien van een inschrijvingsbiljet dat is ondertekend door de inschrijver (…)Door ondertekening verklaart de inschrijver dat de inschrijving wordt gedaan overeenkomstig de bepaling...
Artikel | 13 maart 2017 | Joris Bax
Bij een aanbesteding onder toepassing van het ARW 2016 moet bij de inschrijving altijd een inschrijvingsbiljet zijn bijgevoegd. Zonder inschrijvingsbiljet is de inschrijving ongeldig.

 In onder andere art. 7.14.2 ARW 2016 is over het inschrijvingsbiljet het volgende bepaald:

7.14.2 Elke inschrijving dient te zijn voorzien van een inschrijvingsbiljet dat is ondertekend door de inschrijver (…)

Door ondertekening verklaart de inschrijver dat de inschrijving wordt gedaan overeenkomstig de bepalingen van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 met inachtneming van de bepalingen en de gegevens zoals deze zijn omschreven in de voor inschrijving relevante aanbestedingsstukken.

 (…)

7.14.6

Een inschrijving is slechts geldig indien het inschrijvingsbiljet en alle gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijving uiterlijk op het uiterste tijdstip voor de ontvangst van de inschrijvingen door de aanbesteder zijn ontvangen.

Een vergelijkbare bepaling is ook opgenomen in andere hoofdstukken van het ARW 2016.

Je zou zeggen dat over de (on)geldigheid van de inschrijving bij het ontbreken van een inschrijvingsbiljet kan dus geen onduidelijkheid bestaan. Toch was juist dit gebrek, bij een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure van de gemeente Amsterdam, onderwerp van geschil. De gemeente had een van de inschrijvingen ongeldig verklaard, omdat het inschrijvingsbiljet ontbrak.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente geen discretionaire bevoegdheid heeft de inschrijving al dan niet geldig te verklaren. Onder verwijzing naar het Manova-arrest oordeelt de voorzieningenrechter dat het inschrijvingsbiljet niet alsnog mag worden ingediend nu de aanbestedingsvoorwaarden het ontbreken ervan uitdrukkelijk sanctioneren met ongeldigheid. Omdat de aanbestedingsstukken geen onduidelijkheid bevatten over de sanctie, is er ook geen plaats voor toepassing van het proportionaliteitsbeginsel.

De beslissing van de gemeente blijft dus staan. De inschrijving is ongeldig. Zowel voor inschrijvers als voor aanbestedende diensten is het dus te controleren dat het inschrijvingsbiljet bij de inschrijving zit.

Joris Bax
aanbestedings- en bouwrechtadvocaat Dirkzwager