De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Geen kantonrechtersformule bij kennelijk onredelijk ontslag

Geen kantonrechtersformule bij kennelijk onredelijk ontslag

In het arrest van 27 november 2009 (LJN BJ6596) heeft de Hoge Raad een duidelijk standpunt ingenomen ten aanzien van de vraag of de kantonrechtersformule als uitgangspunt kan dienen bij kennelijk onredelijk ontslag. Op 14 oktober 2008 had het Gerechtshof Den Haag een opzienbarende uitspraak gedaan in 7 kennelijk onredelijk ontslagzaken en daarbij de kantonrechtersformule betrokken bij de vraag of sprake is van kennelijk onredelijk ontslag en vervolgens ook weer bij de vaststelling van de verg...
Leestijd 
Auteur artikel Melanie Breedveld (uit dienst)
Gepubliceerd02 februari 2010
Laatst gewijzigd16 april 2018
 
In het arrest van 27 november 2009 (LJN BJ6596) heeft de Hoge Raad een duidelijk standpunt ingenomen ten aanzien van de vraag of de kantonrechtersformule als uitgangspunt kan dienen bij kennelijk onredelijk ontslag. Op 14 oktober 2008 had het Gerechtshof Den Haag een opzienbarende uitspraak gedaan in 7 kennelijk onredelijk ontslagzaken en daarbij de kantonrechtersformule betrokken bij de vraag of sprake is van kennelijk onredelijk ontslag en vervolgens ook weer bij de vaststelling van de vergoeding. Op 2 december 2008 kwam van dat zelfde hof een vergelijkbare uitspraak, die nu door de Hoge Raad in cassatie is vernietigd. De Hoge Raad herhaalt eerst dat bij de beoordeling of sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, voor zover dat is gebaseerd op het zogenaamde gevolgencriterium, aan de hand van alle omstandigheden van het geval tezamen en in onderling verband moet worden vastgesteld dàt sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Pas daarna komt de vraag aan de orde welke vergoeding aan de werknemer wordt toegekend. Het enkele feit dat een financiële vergoeding mogelijk ontbreekt, maakt het ontslag nog niet kennelijk onredelijk. Dit is namelijk afhankelijk van alle door de rechter vast te stellen omstandigheden. De vergoeding is daar één van. 

Daarnaast heeft het hof volgens de Hoge Raad miskend dat een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag een ander karakter heeft dan de vergoeding die wordt berekend aan de hand van de kantonrechtersformule in een ontbindingsprocedure. De Hoge Raad is hier heel duidelijk in: de kantonrechtersformule zoals die in de praktijk wordt gehanteerd, is gericht op een globale berekeningswijze aan de hand van een aantal factoren (A x B x C). De kantonrechtersformule is ook alleen ontwikkeld om de berekening van de ontbindingsvergoedingen te kunnen harmoniseren. Bij een kennelijk onredelijk ontslag moet een rechter nu juist nauwkeurig kijken naar de concrete omstandigheden en factoren die de hoogte van de vergoeding bepalen. Bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verandering in de omstandigheden kan een vergoeding naar billijkheid worden toegekend, berekend aan de hand van de kantonrechtersformule, terwijl bij een kennelijk onredelijk ontslag de vergoeding moet worden begroot als schade die de werknemer als gevolg van het kennelijk onredelijk ontslag heeft geleden. De hoogte van de vergoeding wordt in die procedure vastgesteld volgens de gewone regels van begroting van schadevergoedingen en is er dus ruimte voor een eigen schuldverweer en schadebeperkingverplichting. Hierbij wordt een wezenlijk ander uitgangspunt gevolgd dan bij de ontbindingsprocedure en de kantonrechtersformule. 

De Hoge Raad zegt hiermee dat in de kennelijk onredelijk ontslagprocedures geen plaats is voor de kantonrechtersformule. Alleen de daadwerkelijke schade komt voor vergoeding in aanmerking. 

Waar de uitspraken van het Gerechtshof Den Haag partijen enige houvast boden in een onderhandeling, is dat door de Hoge Raad nu weer teruggedraaid. Maar niet helemaal, aangezien de Hoge Raad ook heeft overwogen dat het denkbaar is dat rechters een zekere mate van harmonisatie tot stand brengen door de van belang zijnde factoren (bij een kennelijk onredelijk ontslag) duidelijk te benoemen en inzichtelijk te maken welke financiële gevolgen in soortgelijke gevallen aan de verschillende factoren kunnen worden verbonden, zonder dat zij één bepaalde algemene formule als vuistregel hanteren.

Eén ding is duidelijk, voor de kantonrechtersformule is in de kennelijk onredelijk ontslagprocedure geen plaats.