Zoeken
  1. Geen recht op inzage medisch advies verzekeraar

Geen recht op inzage medisch advies verzekeraar

In medische aansprakelijkheidszaken komt het regelmatig voor dat de aansprakelijkheidsverzekeraar van het aansprakelijk gestelde ziekenhuis naar aanleiding van een door de patiënt ingediende claim een medisch advies vraagt aan een medisch adviseur. De letselschadebehandelaar gebruikt dit medisch advies vervolgens bij zijn oordeel of er aanleiding is om aansprakelijkheid te erkennen. In de praktijk verzoeken (advocaten van) patiënten regelmatig om inzage in en afgifte van dit medisch advies, v...
Auteur artikelSteef Verheijen (uit dienst)
Gepubliceerd02 maart 2016
Laatst gewijzigd02 maart 2016
Leestijd 
In medische aansprakelijkheidszaken komt het regelmatig voor dat de aansprakelijkheidsverzekeraar van het aansprakelijk gestelde ziekenhuis naar aanleiding van een door de patiënt ingediende claim een medisch advies vraagt aan een medisch adviseur. De letselschadebehandelaar gebruikt dit medisch advies vervolgens bij zijn oordeel of er aanleiding is om aansprakelijkheid te erkennen.

In de praktijk verzoeken (advocaten van) patiënten regelmatig om inzage in en afgifte van dit medisch advies, vaak met een beroep op het inzagerecht uit de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

Het hof Amsterdam heeft begin februari 2016 een belangrijke uitspraak gedaan die (meer) duidelijkheid geeft over de vraag of de patiënt recht heeft op inzage in het medisch advies.

De casus

De patiënt heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld vanwege vermeende fouten bij de behandeling van een gebroken pols. Het ziekenhuis heeft de aansprakelijkstelling doorgestuurd naar haar aansprakelijkheidsverzekeraar. De verzekeraar heeft de claim in behandeling genomen en een medisch adviseur ingeschakeld om de claim goed te kunnen beoordelen. Mede op basis van het advies van de medisch adviseur heeft de verzekeraar geconcludeerd tot afwijzing van aansprakelijkheid. Dit heeft zij aan de advocaat van de patiënt laten weten.

De advocaat van de patiënt heeft vervolgens om afgifte van het medisch advies verzocht. Hij heeft zijn verzoek (onder meer) onderbouwd met een verwijzing naar artikel 35 Wbp. Dit artikel bevat het recht van de patiënt om zich tot een verwerker van persoonsgegevens (in dit geval de verzekeraar) te wenden met het verzoek om mee te delen of er persoonsgegevens van hem worden verwerkt.

De verzekeraar heeft afgifte geweigerd omdat het gaat om een intern medisch advies en er geen verplichting bestaat om dit advies met de patiënt te delen.

Vervolgens is de patiënt op grond van artikel 46 Wbp een procedure begonnen tegen de verzekeraar. Inzet hiervan was om alsnog afgifte van het medisch advies af te dwingen. De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde dat de verzekeraar binnen twee weken een afschrift van het medisch advies aan de patiënt diende te verstrekken. De verzekeraar is van deze beschikking in hoger beroep gekomen bij het hof.

Het oordeel van het hof

Het hof komt tot de conclusie dat de patiënt te laat was met het starten van de procedure op grond van artikel 46 Wbp, vernietigt de beschikking van de rechtbank en verklaart de patiënt niet ontvankelijk in zijn verzoek. Gelukkig laat het hof de onderliggende principiële vraag (‘bestaat er überhaupt recht op inzage?’) niet onbeantwoord. In een overweging ten overvloede valt te lezen:

“Ten overvloede overweegt het hof nog dat gelet op de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) van 17 juli 2014 (nr. C-141/12 en nr. C- 372/12) het onderhavige verzoek van [geïntimeerde] om afgifte van het volledige advies van de medisch adviseur van [verzekeraar] niet voor toewijzing in aanmerking zou komen. Het onderscheid dat het HvJEU in zijn uitspraak maakt ten aanzien van gegevens in een juridische analyse, namelijk dat gegevens van de aanvrager die in een juridische analyse zijn vermeld persoonsgegevens zijn, maar dat de juridische analyse als zodanig geen persoonsgegeven vormt, is een onderscheid dat in de onderhavige zaak ook opgeld doet. Evenals de juridische analyse in de door het HvJEU berechte zaak, bevat de medische analyse in de onderhavige zaak geen informatie over de belanghebbende die door de belanghebbende zelf gecontroleerd kan worden op de juistheid ervan. Alleen die gegevens worden door de Wbp beschermd. Dit leidt ertoe dat [verzekeraar] alleen gehouden zou zijn geweest om de gegevens betreffende [geïntimeerde], zoals die in het advies zijn opgenomen, aan deze te verstrekken die de feitelijke basis van het medisch advies vormen en niet ook het medisch advies als zodanig. Gelet op de uitkomst van deze zaak kan de wijze waarop aan een dergelijk verzoek zou kunnen worden voldaan in het midden blijven.” [onderstrepingen toegevoegd]

Uit de beschikking blijkt dat de patiënt géén recht heeft op afgifte van het interne medisch advies. Wel zou de patiënt inzage kunnen vragen in de (persoons)gegevens die de feitelijke basis van het advies vormden. Daar is het de patiënt echter niet om te doen. Hij wil weten wat de medisch adviseur inhoudelijk van de zaak vindt. Voor aansprakelijkheidsverzekeraars is deze beschikking een opsteker. Zij zullen verzoeken tot afgifte voortaan afwijzen onder verwijzing naar deze beschikking. Onbekend is of de patiënt cassatie heeft ingesteld in deze principiële zaak.