Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Goedkeuringen verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning 2019 (deel II):

Goedkeuringen verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning 2019 (deel II):

In een eerder artikel: "Goedkeuringen verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning 2019 (deel I)" schreef ik al over een aantal goedkeuringen die de staatssecretaris van Financiën heeft verleend ten aanzien van de verhoogde schenkingsvrijstelling ten behoeve van de eigen woning.
Auteur artikelAnne Laarhuis
Gepubliceerd09 september 2019
Laatst gewijzigd02 oktober 2019
Leestijd 

In dit deel komen nog drie goedkeuringen aan bod, te weten het leeftijdsvereiste, de ontbindende voorwaarde en de opschortende voorwaarde.

Het leeftijdsvereiste

Voor een beroep op de verhoogde vrijstelling dient de begiftigde tussen de 18 en 40 jaar te zijn. Hieromtrent kan onduidelijkheid bestaan. Is dit tot en met het 39e levensjaar? Telt het 40e levensjaar ook nog mee? De wet spreekt immers niet van tot en met, maar tussen. Om duidelijkheid te scheppen heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat de begiftigde aan het leeftijdsvereiste voldoet, wanneer hij op de dag van de schenking 40 jaar wordt.

Naast bovenstaande goedkeuring heeft de staatssecretaris ook goedgekeurd dat de begiftigde meelift op de leeftijd van zijn partner. De staatssecretaris overweegt hiertoe dat, voor de berekening van de verschuldigde belasting, partners als één en dezelfde persoon worden aangemerkt. Dit betekent dat de begiftigde, die niet voldoet aan het leeftijdsvereiste, toch gebruik kan maken van de verhoogde vrijstelling wanneer zijn partner nog wel voldoet. Te denken valt aan de situatie dat een ouder aan zijn zoon (42) €100.000,- schenkt ten behoeve van de eigen woning en diens partner op de dag van de schenking 38 jaar is. Als het ware lift de zoon mee op de leeftijd van zijn partner.

De ontbindende voorwaarde

Een schenking ten behoeve van de eigen woning is in principe onvoorwaardelijk. Een schenking ten behoeve van de eigen woning kan sinds 1 januari 2017 ook niet meer herroepelijk worden gemaakt. Een uitzondering hierop is de ontbindende voorwaarde, waarbij is bepaald dat de schenking wordt ontbonden voor zover deze niet of niet tijdig is besteed aan de eigen woning. Dit houdt in dat de schenking door het in vervulling gaan van de voorwaarde wordt teruggedraaid.

Bijvoorbeeld: A schenkt aan zijn zoon B €80.000,- voor de eigen woning. Op het moment van schenking heeft zoon B nog geen woning. Schriftelijk wordt overeengekomen, voorafgaand aan de schenking, dat de schenking wordt ontbonden (ontbindende voorwaarde) als het bedrag niet of niet tijdig wordt besteed aan de aanschaf van een eigen woning. Na drie jaar heeft B de schenking nog niet aangewend voor een eigen woning. De voorwaarde gaat in vervulling en de schenking wordt ontbonden. De goedkeuring van de staatssecretaris zorgt ervoor dat – ondanks een eerder beroep op deze verhoogde vrijstelling – in de toekomst alsnog een beroep kan worden gedaan op de vrijstelling. Wel moet aan twee vereisten worden voldaan:

  1. De voorwaarde moet schriftelijk vastgelegd zijn;
  2. De eerder gedane schenking moet geheel ongedaan worden gemaakt, en
  3. Uiterlijk op 31 mei van het derde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin het bedrag is geschonken, bericht de begiftigde de inspecteur dat de schenking ongedaan is gemaakt.

Opschortende voorwaarde

Vóór 1 januari 2017 moest de schenking waarop de verhoogde vrijstelling van toepassing is nog de opschortende voorwaarde bevatten dat de schenking werd aangewend voor de eigen woning, terwijl een opschortende voorwaarde vanaf 2017 niet meer is toegestaan. De staatssecretaris heeft ten aanzien van de schenking met een opschortende voorwaarde die gedaan is vóór 2017 een goedkeuring verleend. Ook hier worden eisen gesteld aan de goedkeuring:

  1. Het moet gaan om een schenking met opschortende voorwaarde gedaan vóór 2017, en
  2. De voorwaarde wordt uiterlijk 31 december 2019 vervuld.

Vervult de voorwaarde zich later dan 31 december 2019, dan is de vrijstelling niet meer te gebruiken. Om een en ander te verduidelijken, schetst de staatssecretaris het volgende voorbeeld:

Vader heeft in 2016 aan zijn dochter €50.000,- geschonken onder opschortende voorwaarde dat dochter het bedrag gebruikt voor aanwending van de eigen woning. De dochter koopt deze woning in 2018. Dit betekent dat de voorwaarde in 2018 wordt vervuld. Dit betekent voor de wet dat de schenking in 2018 wordt gedaan, terwijl het sinds 2017 niet meer toegestaan is om een schenking te doen onder opschortende voorwaarde. Met de goedkeuring valt deze schenking alsnog onder de vrijstelling.

Heeft u een schenking ten behoeve van de eigen woning gedaan/ontvangen met een opschortende voorwaarde, zorg er dan tijdig voor dat de schenking wordt besteed aan de eigen woning, zodat de verhoogde vrijstelling niet teniet gaat.