Grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer II: verzekeringsrechtelijke aspecten

25 juni 2026

Grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer vormt een serieus en onderschat aansprakelijkheidsrisico voor werkgevers. Dit artikel analyseert enkele verzekeringsrechtelijke aspecten die daarbij een rol kunnen spelen, waaronder de uitsluitingen in de Aansprakelijkheidsverzekering Bedrijven (AVB) bij seksuele gedragingen en opzet. Ook wordt aandacht besteed aan bestuurdersaansprakelijkheid en de Directors & Officers verzekering (D&O).

In dit artikel

Ga voor een analyse over de juridische grondslagen voor werkgeversaansprakelijkheid in het kader van grensoverschrijdend gedrag naar het artikel ‘Grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer I: zorgplicht en aansprakelijkheid van de werkgever’.

De AVB-verzekering

De AVB (Aansprakelijkheidsverzekering Bedrijven) biedt in beginsel dekking voor werkgeversaansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW en art. 7:611 BW, waaronder schade bestaande uit:

  • letselschade

  • psychisch letsel

  • vermogensschade

Psychische aandoeningen, waaronder PSA-gerelateerde klachten zoals burn-out, vallen in beginsel als letselschade binnen de dekking, mits sprake is van een erkende aandoening waarvoor causaal verband met het werk aangetoond kan worden.

De opzetclausule

In standaard AVB-polissen is bepaald dat niet gedekt is de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door opzettelijk en tegen een persoon of zaak gericht wederrechtelijk handelen of nalaten.

De clausule sluit veelal aan bij de opzetclausule in het Standaardpolismodel AVP 2000. De Hoge Raad (13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601) heeft hierover overwogen dat het opzet gericht moet zijn op de gedraging, niet op het gevolg. Beoordeeld wordt of de gedraging objectief bezien, vanuit het perspectief van een neutrale toeschouwer, gericht is op het doen ontstaan van letsel of zaakschade, en of die schade naar objectieve maatstaven als te verwachten gevolg kan worden aangemerkt. Het opzet hoeft niet gericht te zijn op het wederrechtelijke karakter van de gedraging.

Indien de werkgever (of bestuurder) aantoonbaar wist van het grensoverschrijdend gedrag en hierop bewust niet heeft ingegrepen en daardoor aansprakelijk wordt geacht op grond van art. 7:658 BW dan kan er wel degelijk sprake zijn van (voorwaardelijk) opzet aan de zijde van de werkgever. In dat geval staat de opzetclausule aan dekking in de weg.

Vaak zal de aansprakelijkheid van de werkgever voor schade ten gevolge van grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer echter voortvloeien uit een schending van de zorgplicht in de zin van art. 7:658 BW. Dan gaat het dus om een nalaten dat in beginsel niet als opzettelijk te kwalificeren is (tenzij de werkgever dit dus bewust heeft gelegaliseerd of gedoogd, zoals hiervoor aangegeven). Een verzekeraar kan zich dan niet beroepen op de opzetclausule.

De AVB biedt in beginsel ook dekking voor aansprakelijkheid op grond van art. 7:611 BW (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BV1295; ECLI:NL:PHR:2021:153). Ook hier vloeit de aansprakelijkheid doorgaans voort uit een nalaten: het 'goed werkgeverschap’ brengt immers een zorgplicht mee voor de werkgever ten opzichte van zijn werknemers (NJB 2024/1413), en schending daarvan bestaat, net als bij art. 7:658 BW veelal in het niet-ingrijpen. De opzetclausule staat aan dekking dan niet zonder meer in de weg.

Toch ligt dit gecompliceerder dan op het eerste oog lijkt, want de grensoverschrijdende ondergeschikte is immers vaak ook een verzekerde onder de polis en de polis sluit meestal het opzettelijk handelen van de verzekerde uit. Bovendien kan een werkgever ook via art. 6:170 BW (risicoaansprakelijkheid voor ondergeschikten) aansprakelijk zijn voor de schade die de ondergeschikte toebrengt, ook zonder eigen verwijt.

Het komt in zulke gevallen aan op de uitleg van de opzetuitsluiting. Sommige clausules verwijzen specifiek naar ‘een verzekerde’ die met opzet iets doet. Indien de ondergeschikte ook een verzekerde is in de zin van de polis, dan kan de verwijzing naar de verzekerde meebrengen dat de verzekeraar een beroep kan doen op de opzetuitsluiting in het geval dat een werkgever aansprakelijk is voor een opzettelijke gedraging van een ondergeschikte (art. 6:170 BW). Indien in de opzetclausule alleen maar wordt verwezen naar ‘u’ dan geldt vaak dat dit de verzekeringnemer is, in welk geval het bereik van de opzetclausule veel beperkter is.

Ook de exacte bewoording van de clausule kan bepalend zijn, bijvoorbeeld in de situatie dat in de opzetclausule een uitzonderingsgrond is opgenomen voor het geval de werkgever kan aantonen dat hij niet afwist van de situatie en de situatie ook niet had kunnen voorkomen. Slaagt de werkgever hierin, dan is de schade wel gedekt.

Kortom, het hangt af van de uitleg van de polisbepaling of er wel of geen dekking is als het gaat om de situatie waarin een werkgever zelf geen verwijt treft, maar hij wel aansprakelijk is voor een opzettelijke gedraging van een werknemer. Daarbij gaat het, nu het vaak zal gaan om niet-uitonderhandelde verzekeringsvoorwaarden, om een objectieve uitlegmaatstaf, waarbij het met name aankomt op objectieve factoren zoals de bewoordingen van de clausule, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de eventuele toelichting daarbij (vgl. HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793).

De specifieke situatie, de aansprakelijkheidsgrond én de exacte omschrijving van de uitsluitingsclausule spelen een rol.

Regresmogelijkheden werkgever

Stel dat er sprake is van opzettelijk grensoverschrijdend handelen met schade tot gevolg, dan kan de werkgever via art. 6:170 lid 3 BW wel regres nemen op de ondergeschikte:

“Zijn de ondergeschikte en degene in wiens dienst hij stond, beiden voor de schade aansprakelijk, dan behoeft de ondergeschikte in hun onderlinge verhouding niet in de schadevergoeding bij te dragen, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Uit de omstandigheden van het geval, mede gelet op de aard van hun verhouding, kan anders voortvloeien dan in de vorige zin is bepaald.”

Indien zowel de ondergeschikte als de werkgever aansprakelijk zijn, hoeft de ondergeschikte normaliter in de onderlinge verhouding met zijn werkgever niet bij te dragen in de schadevergoeding. In het geval van opzet bestaat daarop dus een uitzondering.

Los van de vraag of er dekking is, biedt deze bepaling dus een mogelijkheid voor de werkgever om de schade waarvoor hij op grond van art. 6:170 BW wordt aangesproken te verhalen op de opzettelijk handelende ondergeschikte.

Uitsluitingsclausule voor seksuele gedragingen

In AVB-polissen is ook regelmatig een uitsluitingsclausule voor seksuele gedragingen opgenomen. Die clausule sluit doorgaans de aansprakelijkheid voor schade uit die wordt veroorzaakt door of voortvloeit uit (grensoverschrijdende) seksuele gedragingen, van welke aard dan ook.

De werkgever treft een verwijt

Toch brengt zo'n clausule niet automatisch mee dat de aansprakelijkheid van de werkgever op grond van art. 7:658 BW of art. 7:611 BW altijd buiten de dekking valt. Enige nuancering is geboden.

De uitsluiting is naar haar aard van toepassing wanneer de werkgever of leidinggevende zelf de pleger van de seksuele intimidatie is. In dat geval is de schade immers rechtstreeks veroorzaakt door seksuele gedragingen van de verzekerde zelf.

Dat is anders wanneer de werkgever wordt aangesproken wegens een schending van zijn zorgplicht, zoals aan de orde was in het eerder besproken arrest van het hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2021:755). De grondslag van de aansprakelijkheid is dan gelegen in een nalaten van de werkgever, niet in de seksuele gedraging zelf.

Of de uitsluiting in dat geval van toepassing is, hangt af van de exacte formulering van de clausule. Een clausule die schade uitsluit die wordt ‘veroorzaakt door’ seksuele gedragingen, ziet op een direct causaal verband met de seksuele gedraging en treft de nalatige werkgever niet zonder meer. Dat is het geval wanneer de clausule specifiek ziet op aansprakelijkheid voor seksueel of seksueel getint gedrag: als de werkgever op grond van art. 7:658 BW aansprakelijk is, ziet de aansprakelijkheid op de zorgplichtschending en niet rechtstreeks op het seksueel getinte gedrag.

Hetzelfde geldt voor aansprakelijkheid op grond van art. 7:611 BW. Aansprakelijkheid gebaseerd op een schending van het ‘goed werkgeverschap’, ziet immers vaak ook op een nalaten. Daarvan is bijvoorbeeld sprake wanneer de werkgever nalaat een werknemer aan te spreken die zich seksueel grensoverschrijdend gedraagt. De clausule die schade uitsluit die wordt ‘veroorzaakt door’ seksuele gedragingen, treft de werkgever dan niet zonder meer.

 Een ruimere formulering, waarbij schade die ‘voortvloeit uit’ of ‘in verband staat met’ seksuele gedragingen is uitgesloten, zal de zorgplichtschending eerder raken. De schade vindt immers uiteindelijk haar oorsprong in het seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De werkgever treft geen verwijt

Maar hoe zit het wanneer de werkgever zelf geen verwijt treft en de aansprakelijkheid voortvloeit uit art. 6:170 BW?

Wanneer de clausule zich specifiek richt op schade 'voortvloeiend uit’ of ‘in verband met’ seksueel getint gedrag, zal de schade eerder van dekking zijn uitgesloten.

Bij een clausule die schade uitsluit die 'veroorzaakt wordt door’ seksuele gedragingen, ligt het genuanceerder. Denkbaar is dat dekking wordt uitgesloten wanneer de aansprakelijkheid berust op art. 6:170 BW, de risicoaansprakelijkheid voor gedragingen van ondergeschikten. Er bestaat in dat geval immers een direct causaal verband tussen de seksuele gedraging en de schade, ook al treft de werkgever zelf geen persoonlijk verwijt.

In veel gevallen zal seksueel grensoverschrijdend gedrag ook als opzettelijk handelen (van de ondergeschikte) kunnen worden gekwalificeerd. Zoals in de paragraaf hiervoor toegelicht komt voor de werkgever dan een eventuele regresmogelijkheid in beeld (art. 6:170 lid 3 BW).

Kortom: of er dekking bestaat, hangt af van de concrete omstandigheden, de aansprakelijkheidsgrond én de exacte bewoordingen van de uitsluitingsclausule. Net als bij de opzetclausule geldt ook hier dat, nu het veelal gaat om niet-uitonderhandelde verzekeringsvoorwaarden, de uitleg plaatsvindt aan de hand van een objectieve maatstaf: bepalend zijn objectieve factoren zoals de bewoordingen van de clausule, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de eventuele toelichting daarbij.

Bestuurdersaansprakelijkheid en de D&O verzekering

Een werknemer kan niet alleen de vennootschap aanspreken, maar ook een bestuurder persoonlijk. Voor die persoonlijke aansprakelijkheid geldt echter een aanzienlijk hogere drempel. De grondslag hiervoor is art. 6:162 BW (onrechtmatige daad). Vanwege het uitzonderlijke karakter van deze aansprakelijkheid wordt persoonlijk onrechtmatig handelen alleen aangenomen als de bestuurder een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758).

Ook hier kunnen weer twee scenario’s van elkaar worden onderscheiden.

1. De bestuurder zelf heeft zich schuldig gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag

Wanneer de bestuurder zelf de dader is van seksuele intimidatie of ander grensoverschrijdend gedrag, handelt hij als privépersoon en niet in zijn hoedanigheid van bestuurder. In dat geval berust de aansprakelijkheid op los van de bestuurstaak staande zorgvuldigheidsnormen, gelden de gewone regels van onrechtmatige daad van art. 6:162 BW en is niet vereist dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De lat voor de werknemer ligt hier dus lager. Dit wordt bevestigd door de conclusie van A-G Rank-Berenschot van 10 juli 2009 (ECLI:NL:PHR:2009:BI4209), waarin zowel de organisatie als de directeur persoonlijk aansprakelijk werden gesteld op grond van art. 6:162 BW wegens grensoverschrijdend gedrag van de directeur jegens een werknemer.

Hoewel de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) in dat geval in beeld komt, zullen de uitsluitingsclausules óók bij grensoverschrijdend gedrag van een privépersoon het dekkingsdebat bepalen.

2. De bestuurder als nalatig leidinggevende

Een bestuurder kan ook persoonlijk worden aangesproken voor grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Dat is het geval als de manier waarop het bestuur heeft gereageerd op dat gedrag, of op signalen daarvan, kwalificeert als onbehoorlijk bestuur. Denk aan het nalaten van een adequaat PSA-beleid, het negeren van klachten of het structureel laten voortbestaan van een onveilige werkcultuur. In al die gevallen handelt de bestuurder in zijn hoedanigheid van bestuurder.

De Hoge Raad hanteert daarbij als maatstaf dat de bestuurder een persoonlijk voldoende ernstig verwijt moet kunnen worden gemaakt, of hij nu namens de vennootschap heeft gehandeld, dan wel heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt (vgl. ECLI:NL:PHR:2016:1264, r.o. 4.15, met verwijzing naar ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, r.o. 3.5 (Ontvanger/Roelofsen)).

In de praktijk zijn er nagenoeg geen uitspraken te vinden waarin een bestuurder uit hoofde van zijn bestuursfunctie daadwerkelijk aansprakelijk is gehouden voor schade door grensoverschrijdend gedrag of tekortschietend PSA-beleid. Dat is waarschijnlijk omdat het voor een werknemer veel eenvoudiger is om de werkgever zelf aan te spreken op grond van art. 7:658 BW, dan om aan te tonen dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft.

Ook bij de D&O-verzekering kunnen uitsluitingen een rol spelen. Net als bij de AVB is opzet standaard uitgesloten. Opvallender is dat letselschade en zaakschade bij de D&O-polis vaak evenmin zijn gedekt; dit type schade wordt doorgaans immers al verzekerd via de AVB van de rechtspersoon zelf (Poorthuis, Hoe zit het ook alweer met … de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O Insurance)?, Bb 2025/30).

Wel kunnen de polisvoorwaarden per verzekeraar verschillen. Zo maakten de polisvoorwaarden die aan de orde waren in een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 november 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:9620, r.o. 2.10) een uitzondering op de uitsluiting voor letsel- en zaakschade: immateriële schade voortvloeiend uit een fout in de arbeidssfeer was in dat geval wél gedekt.

Conclusie: verzekeringsrechtelijke risico’s bij grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer

Grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer vormt voor de werkgever niet alleen een aansprakelijkheidsrisico, maar kan ook verschillende verzekeringsrechtelijke risico’s met zich meebrengen. De AVB-verzekering biedt in beginsel dekking voor werkgeversaansprakelijkheid, maar die dekking kan worden begrensd door de opzetclausule en de uitsluitingsclausule voor seksuele gedragingen.

Of deze uitsluitingen van toepassing zijn, hangt af van de exacte formulering van de polisvoorwaarden, de aansprakelijkheidsgrondslag en de omstandigheden van het geval. Zoals uit de besproken voorbeeldclausules blijkt, kunnen kleine nuances in de clausuleomschrijving het verschil maken voor de vraag of er wel of geen dekking is.

Voor bestuurders geldt dat persoonlijke aansprakelijkheid mogelijk is, maar op een hoge drempel stuit. De D&O-verzekering biedt slechts beperkt soelaas, nu letselschade en zaakschade veelal zijn uitgesloten, al kunnen de polisvoorwaarden per verzekeraar verschillen. 

Het voorgaande onderstreept het belang van een zorgvuldige analyse van de toepasselijke polisvoorwaarden en een proactief PSA-beleid.

Heeft u een vraag over de uitleg van polisvoorwaarden bij grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer? Neem gerust contact op.

Gerelateerd