Zoeken
  1. Heeft architect recht op vervolgopdracht tot realisatie ontwerp?

Heeft architect recht op vervolgopdracht tot realisatie ontwerp?

Een architect heeft een overeenkomst gesloten met de Stichting Mozaiek Wonen voor de herontwikkeling van de Estafetteflat in Gouda.  Het bestaande bedrijfsgebouw wordt gesloopt en een nieuw woongebouw wordt ontwikkeld. De werkzaamheden van de architect zijn opgesplitst in verschillende fasen.Na oplevering van een voorlopig ontwerp zegt de opdrachtgever de overeenkomst op en meldt de  architect dat hij het project met een andere partij wil gaan voortzetten. De architect start vervolgens een pr...
Auteur artikelNeeltje van der Veeken (uit dienst)
Gepubliceerd09 juli 2013
Laatst gewijzigd09 juli 2013
Leestijd 
Een architect heeft een overeenkomst gesloten met de Stichting Mozaiek Wonen voor de herontwikkeling van de Estafetteflat in Gouda.  Het bestaande bedrijfsgebouw wordt gesloopt en een nieuw woongebouw wordt ontwikkeld. De werkzaamheden van de architect zijn opgesplitst in verschillende fasen.

Na oplevering van een voorlopig ontwerp zegt de opdrachtgever de overeenkomst op en meldt de  architect dat hij het project met een andere partij wil gaan voortzetten. De architect start vervolgens een procedure tegen de opdrachtgever. Hij stelt dat de opzegging van de overeenkomst door de opdrachtgever onaanvaardbaar is en de opdrachtgever zijn schade moet vergoeden. Als schade claimt hij zijn gemiste omzet vanwege het niet krijgen van het werk uit de vervolgfasen van het project.

De rechtbank oordeelt echter dat er in deze kwestie helemaal geen sprake is van opzegging van de architectenovereenkomst. In de overeenkomst was namelijk opgenomen:
 ‘de opdrachtgever [zal] de werkzaamheden per fase schriftelijk aan het “architectenbureau” opdragen. Pas nadat opdrachtgever schriftelijk een opdracht heeft gegeven vangt de “architect”aan met een volgende onderdeel van de opdracht. Opdrachtgever is te allen tijde gerechtigd een of meer fasen niet aan de “architect” op te dragen, en ook een fase tussentijds te beëindigen. Daarnaast is de opdrachtgever gerechtigd om de verdere ontwikkeling van een deel van de locatie stop te zetten, dan wel de locatie uit te breiden.’

Overeengekomen is aldus dat opdrachtgever de werkzaamheden per fase aan de architect kan opdragen. Hieruit volgt, zo oordeelt de rechtbank, dat de gesloten overeenkomst eindigt wanneer de opdrachtgever besluit een vervolgopdracht niet aan de architect te geven. Aan dit besluit hoeft volgens de rechtbank geen deugdelijke en gewichtige reden ten grondslag te liggen. Ook hoefde de opdrachtgever geen rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de architect.

De rechtbank overweegt bovendien nog - mede doordat de architect al jarenlang actief is in de architectenwereld - dat de architect bekend mag worden verondersteld met de wijze van vastlegging van afspraken in architectenovereenkomsten. Nu in de onderhavige overeenkomst in niet mis te verstande bewoordingen is opgenomen dat de opdrachtgever te allen tijde kan besluiten een opdracht voor een volgende projectfase niet te verstrekken, heeft de architect volgens de rechtbank bewust het risico aanvaard dat gedurende het project door de opdrachtgever kan worden besloten een volgende projectfase niet aan hem te gunnen.

Ook de stelling dat de financiële afspraken die gemaakt zijn in het contract tot een wurgcontract leiden en dat de architect slechts met deze afspraken akkoord is gegaan omdat hem was toegezegd dat hij alle vervolgfasen zou mogen uitvoeren, leidt niet tot een andere conclusie. De architect is volgens de rechtbank uitdrukkelijk akkoord gegaan met de financiële afspraken in de overeenkomst.

De vorderingen van de architect worden door de rechtbank afgewezen. De opdrachtgever mag het project door een andere partij laten uitvoeren en hoeft enkel te betalen voor de werkzaamheden die de architect tot dan toe heeft uitgevoerd.

De kans dat de architect zijn positie nog had kunnen versterken door zijn auteursrechten of persoonlijkheidsrechten in te roepen lijkt klein. Uit het vonnis blijkt namelijk, dat de architect had ingestemd met een bepaling dat de opdrachtgever na opzegging van de overeenkomst, zonder tussenkomst en goedkeuring van de architect diens ontwerp nader mocht uitwerken en uitvoeren en dat de architect zich niet zou verzetten tegen wijzigingen in het ontwerp. Een eventueel beroep op zijn auteursrechten of persoonlijkheidsrechten door de architect had waarschijnlijk niet geleid tot een andere uitkomst.

Het verdient aanbeveling aan de architect om voldoende tijd en aandacht te besteden aan de beoordeling van de inhoud van het contract. De architect mag er niet te gemakkelijk van uitgaan dat vervolgopdrachten in hetzelfde project automatisch aan hem worden verstrekt. Het is daarom belangrijk dat alle beloften en intenties uit de onderhandelingsfase worden omgezet in duidelijke, concrete en afdwingbare afspraken. Daarnaast moet de architect goed in het oog houden in hoeverre hij afstand doet van zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten. Hiermee kunnen problemen zoals in deze kwestie speelden worden voorkomen.