1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Hoge Raad oordeelt dat een waterwoning een roerende zaak is

Hoge Raad oordeelt dat een waterwoning een roerende zaak is

De Hoge Raad heeft op 9 maart 2012 (opnieuw) een arrest gewezen, waarin een drijvende woning als een roerende zaak wordt aangemerkt.
Leestijd 
Auteur artikel Anouk Bisseling
Gepubliceerd 04 mei 2012
Laatst gewijzigd 19 april 2021
 

De Hoge Raad heeft op 9 maart 2012 (opnieuw) een arrest gewezen, waarin een drijvende woning als een roerende zaak wordt aangemerkt.

De feiten

X heeft een drijvende woning, die zich bevindt in een recreatiepark. Deze woning bestaat uit een betonnen drijflichaam met een diepgang van 1,5 meter, waarop een houten opbouw is geplaatst. Het drijflichaam is aan twee palen bevestigd met beugels, die vrij op en neer kunnen bewegen langs die palen. Verder is het drijflichaam aangesloten op nutsvoorzieningen (elektriciteit, water, enz.) aan de wal via flexibele verbindingen.

Ter zake van de verkrijging van deze drijvende woning is door de Belastingdienst aan X een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd.

De uitspraak

De Rechtbank Breda oordeelde, dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het Hof Den Bosch heeft de uitspraak van de rechtbank vernietigd omdat, naar het oordeel van het hof, de drijvende woning niet onroerend is. De woning is namelijk blijkens zijn constructie bestemd om te drijven en is daarom een schip als bedoeld in artikel 1 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. En een schip is een roerende zaak. Een verbinding tussen het schip en de bodem daaronder, die toelaat dat het schip met de waterstand meebeweegt (zoals in het onderhavige geval) kan er volgens het hof niet toe leiden dat geoordeeld moet worden dat het schip duurzaam met de bodem is verenigd (en daardoor onroerend is).

De Hoge Raad heeft in cassatie de uitspraak van het hof bekrachtigd. De Hoge Raad overweegt hierbij dat het betoog, dat de waterwoning geen zelfstandig drijfvermogen heeft en dat de bevestiging aan de palen dient om te voorkomen dat de woning gaat kantelen, faalt omdat de woning bestemd is om te drijven en ook daadwerkelijk drijft. De voormelde betoogde omstandigheden maken dat niet anders. Daardoor is de kwalificatie als een schip (en daarmee als een roerende zaak) juist.

Inmiddels heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven, dat hij een wetswijziging overweegt om dit arrest van de Hoge Raad te corrigeren. Wanneer hierover meer bekend is, zullen wij dit uiteraard weer laten weten via deze website.