Zoeken
  1. Inherente parkeervoorzieningen

Inherente parkeervoorzieningen

Het komt in de praktijk vaak voor dat de planwetgever er voor kiest om in de gebruiksregels van een bepaalde bestemming expliciet te bepalen dat de betreffende gronden ook zijn bestemd voor “parkeren”. In de rechtspraak komt met enige regelmaat de vraag op of parkeren binnen bijvoorbeeld een bestemming “Wonen” is toegestaan als in de gebruiksregels niet is opgenomen dat de gronden tevens mogen worden gebruikt voor “parkeren”. Over deze vraag werd onlangs bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gediscussieerd tussen het college van b&w van de gemeente Sittard Geleen en een omwonende die opkomt tegen een verleende omgevingsvergunning voor de realisatie van een studentenwoning.
Artikel | 13 juni 2018 | Jasper Molenaar

Parkeren ligt besloten in woonbestemming
Op 6 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1828) constateert de Afdeling dat het perceel van het bouwplan is aangewezen als “Wonen” en dat die gronden zijn bestemd voor: wonen alsmede voor erven, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, ontwikkeling en behoud van natuurwaarden. In deze opsomming ontbreekt dat de gronden tevens zijn bestemd voor “parkeren”. Echter, de Afdeling oordeelt dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat het realiseren van parkeerplaatsen in strijd is met de bestemming “Wonen”. Parkeervoorzieningen ten behoeve van de bewoners van de kamers is volgens de Afdeling in dit geval inherent aan de woonbestemming ter plaatse (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4524). Het feit dat bij de doeleindenomschrijving bij de bestemming “wonen” de functie parkeren niet als zodanig is vermeld, is onvoldoende is om te concluderen dat het parkeren bij die bestemming niet is toegestaan. De plansystematiek geeft daarvoor geen aanleiding, aldus de Afdeling. Daarbij speelt een rol dat het standpunt van de betreffende appellant tot gevolg zou hebben dat op geen enkel perceel met een woonbestemming mag worden geparkeerd, wat niet de bedoeling van de planwetgever kan zijn geweest.

Plansystematiek
Op zichzelf is deze uitspraak niets nieuws onder de zon. De reden dat ik naar aanleiding van de uitspraak toch kort aandacht besteed aan de inherente parkeervoorziening is gelegen in de hierboven vetgedrukte zinssnede: “De plansystematiek geeft daarvoor geen aanleiding”. Dat parkeren binnen elke bestemming hieraan inherent is, is dus geen wet van meden en perzen. Uiteindelijk is de gekozen plansystematiek hiervoor doorslaggevend. Als in casus in Sittard Geleen op het naast gelegen perceel bijvoorbeeld een aanduiding “parkeren” was toegekend dan zou er wél sprake kunnen zijn van een plansystematiek die zich verzet tegen een oordeel dat een woonbestemming automatisch ook parkeren ten behoeve van die functie bevat. Of sprake is van een inherente parkeervoorziening moet dus van geval tot geval bekeken worden.

Andere bestemmingen dan “Wonen”
Het verschijnsel van de inherente parkeervoorziening geldt uiteraard niet uitsluitend voor woonbestemmingen, maar dit kan gelden voor elke bestemming. Ook voor detailhandel (zie hiervoor een uitspraak van de Afdeling van 9 september 2008 (ECLI:NL:RVS:2008:BF0944). Het is nog wel aardig om te vermelden dat in laatstgenoemde uitspraak wordt verwezen naar een eerdere uitspraak van 7 maart 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BA0091), waarin de Afdeling oordeelde dat het op een perceel met de bestemming “Detailhandelsdoeleinden” niet was toegestaan om te parkeren. Met andere woorden: de inherente parkeervoorziening bood in die zaak geen soelaas. De reden hiervoor was gelegen in het feit dat op dat perceel uitsluitend parkeerplaatsen zouden worden aangelegd, zonder dat de bestemming detailhandel op dat perceel zou worden gerealiseerd. De winkel bevond zich namelijk op een (ander kadastraal) perceel aan de overkant van de weg. Dit is wederom een bewijs dat de in deze bijdrage aan de orde gestelde materie maatwerk is.

Heeft u vragen over parkeren in het kader van bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen? Neem contact op met Jasper Molenaar.