Zoeken
  1. Intrekking aanbestedingsprocedure geen onrechtmatige daad

Intrekking aanbestedingsprocedure geen onrechtmatige daad

Is de intrekking van een aanbestedingsprocedure een onrechtmatige daad? In het bijzonder jegens een onderaannemer op wie een inschrijver een beroep doet in het kader van de geschiktheidseisen. De Haagse rechtbank oordeelt van niet. Volgens de rechtbank bestaat er geen causaal verband tussen de intrekking van de aanbestedingsprocedure en de beweerdelijke schade van de onderaannemer. Ingetrokken aanbestedingsprocedureHet Rijksvastgoedbedrijf start in 2015 een onderhandelingsprocedure met aankon...
Auteur artikelJoris Bax (uit dienst)
Gepubliceerd07 juni 2017
Laatst gewijzigd07 juni 2017
Leestijd 
Is de intrekking van een aanbestedingsprocedure een onrechtmatige daad? In het bijzonder jegens een onderaannemer op wie een inschrijver een beroep doet in het kader van de geschiktheidseisen. De Haagse rechtbank oordeelt van niet. Volgens de rechtbank bestaat er geen causaal verband tussen de intrekking van de aanbestedingsprocedure en de beweerdelijke schade van de onderaannemer.

Ingetrokken aanbestedingsprocedure

Het Rijksvastgoedbedrijf start in 2015 een onderhandelingsprocedure met aankondiging inzake het aanbrengen van valbeveiliging op gebouwen van het RVB. In de procedurevoorschriften is voorgeschreven dat het RVB te allen tijde gerechtigd is de aanbestedingsprocedure in te trekken, zonder dat de inschrijvers dan recht hebben op een kostenvergoeding. Tevens is beschreven dat inschrijvers een minimale score moeten behalen voor de uitwerking van een casus. Als die minimale score niet wordt behaald, dan is de inschrijving ongeldig.

Een van de inschrijvers schrijft in met een onderaannemer, op wiens draagkracht een beroep wordt gedaan. De onderaannemer is ook betrokken bij het uitwerken van de casus. Voor deze uitwerking krijgt de inschrijver een onvoldoende, waardoor de inschrijving ongeldig zou zijn. De inschrijver start vervolgens een kort geding waarin gunning van de opdracht wordt gevorderd. Reden daarvoor zou zijn dat er een belangenverstrengeling is waardoor niet rechtmatig aan de nummer één van de aanbesteding kan worden gegund.

Het RVB start daarop een onderzoek naar mogelijke procedurefouten. De belangenverstrengeling wordt door het RVB onderkend. Daarop wordt de inschrijver bij brief bericht dat de aanbestedingsprocedure vanwege die belangenverstrengeling geheel wordt ingetrokken. De inschrijver wordt er wel op gewezen dat haar inschrijving ongeldig is vanwege de onvoldoende voor de uitwerking van de casus. De inschrijver besluit tot intrekking van het kort geding.

Geen onrechtmatige daad jegens onderaannemer

De onderaannemer vordert in rechte een schadevergoeding van het RVB. Volgens de onderaannemer handelde het RVB onrechtmatig aangezien de intrekking van de aanbestedingsprocedure aan haar te wijten is. Door de intrekking heeft de onderaannemer volgens haarzelf schade geleden.

De rechtbank overweegt dat de onderaannemer uitsluitend op grond van onrechtmatige daad een schadevergoeding kan vorderen. Omdat zij geen inschrijving heeft ingediend, wordt de rechtsverhouding tussen het RVB en de onderaannemer niet beheert door het aanbestedingsrecht.

Voor een onrechtmatige daad moet aan vijf vereisten zijn voldaan:

  • er is sprake van een onrechtmatige handeling;

  • die toerekenbaar is aan de dader van de handeling;

  • daardoor is schade ontstaan;

  • er is een causaal verband tussen de onrechtmatige handeling en de schade;

  • de schadelijdende partij heeft voldoende belang bij de vordering.


De rechtbank oordeelt dat een causaal verband ontbreekt. De opdracht zou immers nooit zijn gegund aan de inschrijver door wie de onderaannemer was ingeschakeld. De inschrijving was immers ongeldig en de inschrijver is daar niet tegen op gekomen. Voor zover de intrekking een onrechtmatige handeling is, heeft die intrekking dus niet geleid tot de beweerdelijke schade.

Bovendien heeft het RVB zich het recht voorbehouden de aanbestedingsprocedure in te trekken zonder dat zij in dat geval verplicht was een kosten- of schadevergoeding te betalen. Met die voorwaarde heeft de onderaannemer rekening kunnen houden met het risico dat zij geen vergoeding ontvangt voor het opstellen van de inschrijving. Dus zelfs als er sprake zou zijn van een onrechtmatige handeling, leidt dat er niet toe dat de onderaannemer een vergoeding ontvangt.

Omdat een causaal verband ontbreekt, is er geen sprake van een onrechtmatige daad. De vorderingen van de onderaannemer worden dus afgewezen.

Commentaar

Dit vonnis onderstreept nog maar eens de noodzaak voor een aanbestedende dienst om in de aanbestedingsstukken te bepalen dat zij te allen tijde het recht heeft de aanbestedingsprocedure in te trekken zonder dat een schade- of kostenvergoeding moet worden betaald. Inschrijvers en de door hun ingeschakelde derden kunnen dan immers rekening houden met het risico dat zij geen vergoeding ontvangen, waardoor er ook geen sprake is van een onrechtmatige daad als er wordt ingetrokken

mr. Joris Bax

aanbestedings- en bouwrechtadvocaat Dirkzwager