Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Kamerbrief over aanpak stikstof en PFAS-problematiek

Kamerbrief over aanpak stikstof en PFAS-problematiek

Ministers Schouten, van Nieuwenhuizen en van Veldhoven hebben de Tweede Kamer bij brief van 13 november 2019 geïnformeerd over de maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek in de woningbouw- en infrastructuursector. Het kabinet voelt grote urgentie rond de bouw- en infrastructuursector en zet met een pakket stevige (bron)maatregelen nieuwe stappen om deze problematiek vlot te trekken.
Auteur artikelJasper Molenaar
Gepubliceerd18 november 2019
Laatst gewijzigd21 november 2019
Leestijd 

De aanpak in de kamerbrief bevat drie maatregelen;

1. een snelheidsverlaging overdag op autosnelwegen;
2. ammoniakreductie door middel van voermaatregelen; en
3. warme saneringsregeling voor varkenshouderij.

Dit maatregelenpakket treedt in werking zodra de opgestelde spoedwet Aanpak Stikstof door beide Kamers is goedgekeurd. 

Toestemmingverlening stikstof

De Raad van State heeft op 29 mei 2019 een streep gezet door het Programma Aanpak Stikstof (PAS) als toestemmingsbasis voor het verlenen van een vergunning. Als gevolg hiervan lopen veel projecten in Nederland aanzienlijke vertraging op. Over deze uitspraken schreven wij al een eerdere bijdrage.
Het kabinet streeft er naar om de toestemmingverlening in etappes te hervatten. Provincies geven aan dat, ondanks regionale verschillen, al veel projecten door kunnen in de vergunningverlening. Daarbij geeft het kabinet aan dat de AERIUS Calculator in de praktijk goed werkt. Om de vergunningverlening voor de bouw- en infrastructuursector op korte termijn vlot te trekken, neemt het kabinet drie maatregelen. Met dit pakket aan (bron)maatregelen, wordt beoogd de stikstofdepositie verder terug te dringen. Hierbij is het uitgangspunt dat ten minste 30% van de verminderde depositieruimte ten goede komt aan de natuur. De overige 70% wil het kabinet inzetten voor gebiedsgericht gebruik ter realisatie van de benodigde extra woningbouw- en infrastructuurprojecten.

1. Snelheidsverlaging

De eerste maatregel betreft de snelheidsverlaging overdag of autosnelwegen. De maximumsnelheid wordt overdag (van 6:00 – 19:00 uur) op alle autosnelwegen verlaagd naar 100 km per uur. Voor wegen waar nu een maximumsnelheid van 120 of 130 km per uur geldt, blijft deze maximumsnelheid gelden in de avond en nacht (19:00 – 6:00 uur).

2. Doelvoorschriften

De tweede maatregel ziet op het reduceren van de stikstofdepositie door doelvoorschriften te geven inzake de samenstelling van het veevoer. Door het verlagen van de hoeveelheid eiwit in het veevoer wordt de stikstofdepositie verminderd. De kosten hiervan zullen nog in beeld worden gebracht. Het kabinet neemt maatregelen waardoor het voor boeren aantrekkelijk wordt hiermee aan de slag te gaan.

3. Warme saneringsregeling veehouderijen

De derde maatregel betreft de inzet van bestaande warme saneringsregeling voor varkenshouderijen. Vanuit de middelen die uitvoering moeten geven aan het Urgendavonnis is € 60 miljoen toegevoegd aan de oorspronkelijke € 120 miljoen (Kamerstuk 35 234, nr. 1 en 2 ). Hierdoor bedraagt het subsidieplafond voor de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen € 180 miljoen. Deze extra € 60 miljoen leveren ook een bijdrage aan het verminderen van de stikstofdepositie. Het kabinet zet deze maatregel in bij dit pakket. Deze maatregelen vormen het eerste deel van een breder pakket aan (bron)maatregelen. Het kabinet komt in december met een nieuw pakket maatregelen, waarbij de ambitie is om tot een generiek drempelwaarde te komen

Reflectie op stikstofmaatregelen

Het is natuurlijk toe te juichen dat het kabinet druk doende is met het nemen van stikstofmaatregelen en het zoeken naar een oplossing. Wij hebben in dat kader wel onze bedenkingen of het juridisch houdbaar is om 70% van de stikstofruimte die vrij zou komen met de drie bronmaatregelen gelijk weer in te zetten voor nieuwe projecten.

In de eerste plaats rijst de vraag hoe deze maatregelen moeten worden gekwalificeerd in de zin van de Habitat Richtlijn (HR). Naar onze inschatting zijn de drie maatregelen aan te merken als zogenaamde instandhoudingen en/of passende maatregelen (gericht op voorkomen van verslechtering en verstoring) in de zin van respectievelijk artikel 6 lid 1 en 2 van de HR. In de PAS uitspraken (gericht op behoud of herstel) van 29 mei 2019 oordeelde de Afdeling in navolging op de antwoorden van het Europees Hof van Justitie dat dit soort maatregelen niet mogen worden betrokken bij de vraag of significant negatieve effecten op Natura2000 gebieden als gevolg van een project zijn uit te sluiten. Bij de stikstoftoets op projectbasis mogen op grond van artikel 6 lid 3 HR uitsluitend beschermings- / mitigerende maatregelen (gericht op voorkomen of verminderen van schadelijke effecten) worden betrokken.

In de tweede plaats is in de uitspraak van 29 mei 2019 door de Afdeling uitgemaakt dat de voordelen van beschermings- / mitigerende maatregelen slechts mogen worden betrokken als deze, ten tijde van de passende beoordeling die volgens ons moet worden opgesteld in het kader van deze maatregelen, volledig ten uitvoer zijn gelegd en dat – kort gezegd – de te verwachten voordelen niet afhankelijk mogen zijn van de ontwikkeling of reactie in de natuur.

Van belang is voorts dat ten tijde van die passende beoordeling gegarandeerd moet zijn dat de maatregelen resultaat hebben vóórdat het plan/project negatieve gevolgen zal hebben. Wij vragen ons af of de maatregelen in combinatie met 75% “uitgifte” van de hierdoor te verwezenlijken “ruimte” voldoet aan deze eisen.

Maatregelen in het kader van het PFAS

Om projecten die door PFAS hinder ondervinden zo snel mogelijk weer vlot te trekken, heeft het kabinet ook op dit gebied belangrijke maatregelen en acties in gang gezet. In opdracht van het kabinet komt het RIVM uiterlijk 1 december met een advies over de hoogte van de tijdelijke achtergrondwaarde van het PFAS. Daarnaast komt Rijkswaterstaat in samenwerking met het RIVM en het kennisinstituut Deltares voor 1 december met een overzicht van de huidige kwaliteit van het watersysteem. Dit zal beide ruimte bieden voor grond- en baggerverzet. Verder stelt Rijkswaterstaat rijksbaggerdepots open voor PFAS-houdende baggerspecie. In samenspraak met de gemeenten heeft het kabinet ook een voorstel ontwikkeld om een tijdelijke versnelling mogelijk te maken voor het vaststellen van een gemeentelijke bodemkwaliteitskaart.

Wilt u meer weten over de stikstof problematiek?

Doorloop ons stappenplan of neem contact op met Jasper Molenaar en/of Bart de Haan.