Zoeken
  1. Kan een vergoeding uit een cao gelijk worden gesteld aan een vergoeding uit een sociaal plan?

Kan een vergoeding uit een cao gelijk worden gesteld aan een vergoeding uit een sociaal plan?

Bij het bepalen van de hoogte van een ontbindingsvergoeding houdt de Kantonrechter rekening met de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters. Aanbeveling 3.1 bevat de hoofdregel, waaruit blijkt dat bij een ontbinding op grond van veranderingen in de omstandigheden (waaronder ook valt een bedrijfseconomisch ontslag) de Kantonrechter op grond van de kantonrechtersformule (AxBxC) een vergoeding naar billijkheid toekent. Aanbeveling 3.7 maakt een uitzondering op de hoofdregel. Daarin is bepaa...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd04 augustus 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Bij het bepalen van de hoogte van een ontbindingsvergoeding houdt de Kantonrechter rekening met de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters. Aanbeveling 3.1 bevat de hoofdregel, waaruit blijkt dat bij een ontbinding op grond van veranderingen in de omstandigheden (waaronder ook valt een bedrijfseconomisch ontslag) de Kantonrechter op grond van de kantonrechtersformule (AxBxC) een vergoeding naar billijkheid toekent. Aanbeveling 3.7 maakt een uitzondering op de hoofdregel. Daarin is bepaald dat de kantonrechtersformule niet toegepast hoeft te worden bij een bedrijfseconomisch ontslag, waarbij de werkgever met representatieve vakbonden een sociaal plan is overeengekomen. In dat geval voldoet de vergoeding uit het sociaal plan, ook als die vergoeding lager is dan een vergoeding die is bepaald aan de hand van de kantonrechtersformule. De Kantonrechter zal alleen van het sociaal plan af mogen wijken, indien de toepassing van het sociaal plan tot een evident onbillijke uitkomst leidt voor de werknemer. Op grond van de Aanbevelingen kan een werkgever dus door een sociaal plan overeen te komen met representatieve vakbonden bewerkstelligen dat zijn werknemers gebonden worden aan de vergoeding uit het sociaal plan.  Alleen in bijzondere gevallen zal een werknemer een afwijkende vergoeding kunnen claimen. 

In een uitspraak van het Hof Amsterdam van 21 december 2010 (JAR 2011/54) heeft het Hof geoordeeld dat een ontslag niet kennelijk onredelijk is, omdat betaling van een vergoeding op grond van de CAO Grafimedia voldoende passend was. Het Hof stelde de vergoeding op grond van de CAO Grafimedia gelijk aan een vergoeding op grond van een sociaal plan omdat (de vergoeding op grond van) de CAO Grafimedia ook met representatieve vakbonden was overeengekomen en kort vóór het ontslag van de werknemers tot stand was gekomen. Volgens het Hof was de aangeboden vergoeding op grond van de CAO Grafimedia temeer als passend te bestempelen omdat daarbij ook rekening werd gehouden met de leeftijd, het salaris en de dienstjaren van de werknemer. Het voorgaande in combinatie met de omstandigheid dat aan de werknemers ook een outplacementtraject was aangeboden en de werknemers gedurende hun dienstverband in staat waren gesteld om relevante cursussen en opleidingen te volgen, maakten dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was.  

In de lijn van de uitspraak van het Hof Amsterdam zouden werkgevers die een cao hanteren (die met representatieve bonden is overeengekomen), waarin een vergoeding is opgenomen bijvoorbeeld in de vorm van een wachtgeldregeling, kunnen verdedigen dat betaling van de wachtgeldregeling conform de cao een voldoende passende vergoeding is, zodat de werknemers die voor de wachtgeldregeling in aanmerking komen bij een bedrijfseconomisch ontslag geen aanspraak kunnen maken op een (aanvullende) hogere vergoeding, gebaseerd op de kantonrechtersformule.