1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Kerninstrumenten Omgevingswet: de omgevingsvergunning

Kerninstrumenten Omgevingswet: de omgevingsvergunning

De Omgevingswet verplicht overheden nieuwe kerninstrumenten te gebruiken voor het beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving. In een reeks korte en praktische artikelen gaan wij nader in op elk van deze zes instrumenten. In het vijfde deel van deze reeks staat de omgevingsvergunning centraal.
Leestijd 
Auteur artikel Tessa Hubregtse
Gepubliceerd 29 september 2021
Laatst gewijzigd 29 september 2021

Bekend instrument

De omgevingsvergunning is geen nieuw instrument. Ook nu zijn bepaalde activiteiten slechts toegestaan als daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. De Omgevingswet heeft als uitgangspunt om activiteiten waar mogelijk te reguleren met algemene regels. In sommige gevallen moet een initiatiefnemer (burger, bedrijf, overheid) een melding doen voordat de activiteit mag worden uitgevoerd. Daarnaast is een beperkt aantal activiteiten vergunningplichtig. In artikel 5.1 van de Omgevingswet is voor verschillende activiteiten een vergunningplicht opgenomen. Deze vergunningplicht wordt verder uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Naast de activiteiten die vergunningplichtig zijn, verandert ook een aantal procedurele aspecten met betrekking tot de omgevingsvergunning.

Bevoegd gezag

Onder de Omgevingswet wordt zoveel mogelijk decentraal geregeld. Dit betekent dat de taken en de bevoegdheden in principe door gemeenten en waterschappen worden uitgevoerd. De hoofdregel is dat in beginsel het dagelijks bestuur van een waterschap bevoegd gezag is voor wateractiviteiten en het college van burgemeester en wethouders (B&W) voor andere activiteiten. Belangrijk om te weten is dat een aanvraag altijd bij het college van B&W kan worden ingediend. Als het bevoegd gezag elders ligt, geldt een doorzendplicht.

Vaker reguliere voorbereidingsprocedure

We kennen al het onderscheid tussen de reguliere en de uitgebreide voorbereidingsprocedure, waarbij naast de rechtsmiddelen – bezwaar of zienswijze – de doorlooptijd het voornaamste verschil is tussen de twee voorbereidingsprocedures. Op dit moment is de hoofdregel dat de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, tenzij de wet of het bevoegd gezag anders bepaalt. Deze hoofdregel blijft hetzelfde onder de Omgevingswet. Wel wordt het toepassingsbereik van de reguliere procedure vergroot. Zo is straks ook op de grote buitenplanse afwijking van het planologisch regime de reguliere procedure van toepassing. Het is de bedoeling dat de uitgebreide procedure zo min mogelijk wordt toegepast. De uitgebreide procedure is straks van toepassing bij de voorbereiding van besluiten waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt, in gevallen genoemd in het Omgevingsbesluit en wanneer het bevoegd gezag de uitgebreide procedure van toepassing verklaart.

Vergunning van rechtswege verdwijnt

De vergunning van rechtswege verdwijnt onder de Omgevingswet. Voor bepaalde vergunningen die met de reguliere procedure worden voorbereid, zoals een omgevingsvergunning voor bouwen, geldt op dit moment dat de vergunning van rechtswege wordt verleend indien het bevoegd gezag niet tijdig op de aanvraag beslist. Dat is niet meer zo onder de Omgevingswet. Wel blijft het mogelijk om dwangsommen te vorderen en beroep in te stellen bij niet tijdig beslissen.

Veranderingen voor de initiatiefnemer

Voor de initiatiefnemer gaat het een en ander veranderen onder de Omgevingswet.

DSO
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is een loket waarin straks alle digitale informatie over de leefomgeving te vinden is. Via dit loket krijgen burgers en bedrijven inzicht in wat op een bepaalde locatie wel en niet mag en kunnen zij vergunningaanvragen en meldingen indienen. Met de invoering van dit loket worden het Omgevingsloket Online (OLO), de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) en Ruimtelijkeplannen.nl samengevoegd.

Verval onlosmakelijke samenhang
Een initiatiefnemer bepaalt zelf voor welke activiteiten hij een vergunning aanvraagt. Daar komt onder de Omgevingswet meer nadruk op te liggen. Zo vervalt onder meer de regeling voor ‘onlosmakelijke samenhang’ op grond waarvan een aanvraag betrekking moet hebben op alle onlosmakelijke activiteiten waarop een project betrekking heeft (artikel 2.7 Wabo). Onder de Omgevingswet wordt het makkelijker om voor bepaalde activiteiten op een later moment een vergunning aan te vragen. De aanvrager is er zelf verantwoordelijk voor dat hij op het juiste moment over de vereiste vergunningen beschikt.

Participatie
Een van de doelstellingen van de Omgevingswet is een sterkere rol voor (burger)participatie. Een initiatiefnemer moet bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aangeven of en hoe de omgeving betrokken is bij zijn plan en wat er met de resultaten is gedaan. Het ontbreken van een participatieproces is op zichzelf echter geen reden om een vergunning te weigeren. Soms is het namelijk niet nodig om een (groot) participatietraject te starten, bijvoorbeeld als een project geen consequenties heeft voor de omgeving. Participatie is daarom niet per definitie verplicht en altijd vormvrij. De gemeenteraad kan wel gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van B&W bevoegd gezag is.

Overgangsrecht

Als een aanvraag voor een vergunning voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend, dan wordt de vergunningprocedure afgehandeld onder het oude recht, totdat de vergunning onherroepelijk is. Dat betekent dat áls er een geschil ontstaat over die vergunning, alle procedures die daarna volgen worden afgemaakt onder het oude recht. Heeft een burger of bedrijf een onherroepelijke omgevingsvergunning, dan blijft die vergunning ook geldig onder de Omgevingswet, zonder dat de vergunninghouder daar iets voor hoeft te doen. Hetzelfde geldt voor beperkingen, voorwaarden, of nadere eisen die aan een vergunning zijn gekoppeld. Vervalt de vergunningplicht onder de Omgevingswet, dan veranderen de vergunningvoorschriften in maatwerkvoorschriften.

Het is ook mogelijk dat activiteiten waarvoor nu een algemene regel geldt onder het nieuwe stelsel vergunningplichtig zijn. Het overgangsrecht geeft automatisch (van rechtswege) een vergunning voor twee jaar voor activiteiten die onafgebroken rechtmatig zijn verricht. Dat is een tijdelijke situatie en is bedoeld om iedereen, zowel burgers en bedrijven die activiteiten verrichten als de vergunningverlenende overheid, de tijd te geven om aan de nieuwe regels te voldoen. Het is wel van belang dat voor de activiteiten binnen die twee jaar een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Tessa Hubregtse, Joyce de Bruijn, Jeroen Niederer of een van de andere specialisten omgevingsrecht van Dirkzwager.