Zoeken
  1. Kinderalimentatie en de alleenstaande-ouderkop

Kinderalimentatie en de alleenstaande-ouderkop

Zoals eerder benoemd in mijn bijdragen, bestaan al enige decennia schriftelijke richtlijnen voor de berekening van kinderalimentatie die zijn gevat in het zogenaamde Rapport Alimentatienormen. Rechters knopen in de regel zoveel mogelijk aan bij de normen en ook advocaten werken hiermee. (In onderling overleg kan tussen ouders/partijen van de normen worden afgeweken.)Uitgangspunten van het Rapport zijn nog steeds de termen: de behoefte aan kinderalimentatie (dat deel van de kosten van kinderen...
Artikel | 27 mei 2015 | Dirkzwager
Zoals eerder benoemd in mijn bijdragen, bestaan al enige decennia schriftelijke richtlijnen voor de berekening van kinderalimentatie die zijn gevat in het zogenaamde Rapport Alimentatienormen. Rechters knopen in de regel zoveel mogelijk aan bij de normen en ook advocaten werken hiermee. (In onderling overleg kan tussen ouders/partijen van de normen worden afgeweken.)

Uitgangspunten van het Rapport zijn nog steeds de termen: de behoefte aan kinderalimentatie (dat deel van de kosten van kinderen dat niet door de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de financiële bijdrage van de verzorgende ouder kan of behoeft te worden bestreden) en de draagkracht van de ouders (en eventueel andere onderhoudsplichtigen) om in die behoefte van kinderen te voorzien.

Afgeleid van het aantal kinderen, de leeftijd van de kinderen en het maandelijks netto besteedbaar gezinsinkomen bij het feitelijke uiteengaan (derhalve van beide ouders tezamen en inclusief het eventuele kindgebonden budget tijdens het huwelijk/de samenleving) kan via de behoeftetabel de behoefte van kinderen bij een bepaald inkomensniveau van de ouders worden afgeleid. Het behoeftebedrag minus het kindgebonden budget dat de verzorgende ouder zal verkrijgen na het uiteengaan, is het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen.

Per 1 januari 2015 hebben alleenstaande ouders die kindgebonden budget ontvangen een wettelijk recht op een verhoging; de alleenstaande-ouderkop. Deze bedraagt voor dit jaar (2015) maximaal     € 3.050. De meest recente versie van voornoemd Rapport geeft hierover aan: “De expertgroep beveelt aan om dit totale kindgebonden budget” dus inclusief de alleenstaande-ouderkop “in mindering te doen strekken op het gevonden totaalbedrag. Dit kan er in bepaalde gevallen toe leiden dat er geen behoefte meer resteert waarin de ouders moeten voorzien. In een dergelijk geval is er dus geen aanleiding voor het opleggen van een onderhoudsbijdrage ten laste van de andere niet-verzorgende ouder.”

Echter uit rechtspraak van de eerste maanden van dit jaar blijkt dat rechters ook anders handelen:

Indien de aanbevelingen in de richtlijn van de Expertgroep Alimentatienormen op dit punt zouden worden gevolgd, inhoudende dat ook in de nieuwe situatie het gehele kindgebonden budget (inclusief de zogenaamde alleenstaande-ouderkop) in mindering wordt gebracht op de behoefte, leidt dit ertoe dat er in dit geval geen behoefte van de minderjarige aan een bijdrage van de man zou overblijven. De rechtbank acht dit niet redelijk en in strijd met het wettelijke uitgangspunt dat ouders gehouden zijn tot het verstrekken van levensonderhoud aan hun kinderen (voor zover hun draagkracht dit toelaat). Maatschappelijk gezien vindt de rechtbank het niet aanvaardbaar dat in de behoefte van een kind volledig zou worden voorzien uit gemeenschapsmiddelen, terwijl er bij de niet primair verzorgende ouder wel draagkracht is om een bijdrage aan het levensonderhoud van zijn of haar kind te leveren; de rechtbank is van oordeel dat de huidige regelgeving ook niet tot een dergelijke uitleg dwingt, nu de alleenstaande-ouderkop bedoeld lijkt te zijn als een inkomenspolitieke maatregel, vergelijkbaar met de alleenstaande-ouderkorting, een heffingskorting die tot 2014 bestond en niet op de behoefte van het kind in aftrek werd gebracht. Om die reden wijkt de rechtbank af van het advies van de Expertgroep Alimentatienormen op dit punt en handhaaft zij de vastgestelde door de man te betalen bijdrage.

De vrouw zou er minder dan de wetgever bedoeld heeft op vooruit gaan, omdat ze minder kinderalimentatie ontvangt. De man zou daarbij minder hoeven te betalen hoewel hij wel draagkracht heeft om meer bij te dragen in de kosten van de kinderen. De rechter laat bij het berekenen van de kinderalimentatie het bedrag van de alleenstaande-ouderkop buiten beschouwing.

Als de rechtbank de aanbeveling van de expertgroep zou opvolgen, zou dat tot gevolg hebben in het onderhavige geval dat de alleenstaande-ouderkop niet of niet geheel bij de alimentatiegerechtigde ouder terecht komt, maar (indirect) bij de alimentatieplichtige ouder, die dan minder of geen kinderalimentatie meer zou hoeven betalen. De rechtbank volgt de aanbeveling niet op en laat het bedrag van de alleenstaande-ouderkop buiten beschouwing.

De aanbeveling van de expertgroep heeft in het onderhavige geval tot gevolg dat zij als alimentatiegerechtigde ouder er minder dan de wetgever bedoeld heeft op vooruit gaat, omdat zij minder kinderalimentatie ontvangt. De man zou daarentegen minder hoeven te betalen, terwijl hij wel over draagkracht beschikt om meer bij te dragen aan de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. De rechtbank laat het bedrag van de alleenstaande-ouderkop buiten beschouwing.

De Rechtbank laat ook hier de alleenstaande-ouderkop buiten beschouwing omdat anders de aanbeveling tot gevolg zou hebben dat de alleenstaande-ouderkop niet of niet geheel bij de alimentatiegerechtigde ouder maar (indirect) bij de alimentatieplichtige ouder, die dan minder of geen kinderalimentatie meer zou hoeven betalen.

Het volgen van de aanbeveling zou in dit concrete geval leiden tot een onaanvaardbaar resultaat omdat wat van de zijde van de vader als onderhoudsplichtige aan de minderjarige toevalt volkomen scheef is. De alleenstaande-ouderkop wordt buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de behoefte van een kind.

Het is duidelijk dat met name de Rechtbank Den Haag afwijkt van de aanbeveling van de expertgroep. Op 17 april jl. heeft de Expertgroep vergaderd, onder meer over deze Haagse werkwijze:

“In de vergadering van 17 april 2015 is de Aanbeveling opnieuw bevestigd. Bij deze bespreking is (opnieuw) onder ogen gezien dat de inwerkintreding van de WHK in sommige gevallen ingrijpende financiële consequenties kan hebben voor de onderhoudsverplichtingen van ouders voor hun kinderen. In het geval waarin, alle omstandigheden in aanmerking genomen, een onaanvaardbare situatie ontstaat, behoudt de rechter de mogelijkheid om een op dat geval toegesneden beslissing te geven. De Expertgroep heeft oog voor andersluidende opvattingen die zowel binnen de rechtspraak als daarbuiten leven over de wijze van behandeling van het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. Daarom acht de Expertgroep het aangewezen dat de Hoge Raad zich hierover uitlaat. In de periode tot dien geldt de Aanbeveling onverkort.”

Het Hof Amsterdam omschreef deze problematiek op 19 mei jl. als volgt (ECLI:NL:GHAMS:2015:1909):

“Het hof ziet in de omstandigheid dat er over dit onderwerp verschil van inzicht bestaat binnen de rechtspraak onvoldoende rechtvaardiging om af te wijken van de aanbevelingen van de expertgroep Alimentatienormen, die tot op heden onverkort gelden.”

Kortom: het oordeel van de rechter(s) over het al dan niet buiten beschouwing laten van de alleenstaande-ouderkop bij het bepalen van de behoefte van kinderen kan bij soortgelijke kinderalimentatiezaken per gerechtelijke instantie vooralsnog verschillen.