Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Meer duidelijkheid over het vertrouwensbeginsel op komst

Meer duidelijkheid over het vertrouwensbeginsel op komst

Op 19 oktober 2018 heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“de Afdeling”) aan advocaat-generaal Wattel een conclusie gevraagd over de rol van het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht. Deze conclusie dient ter voorlichting van de Afdeling, maar bindt haar niet.
Auteur artikelJelmer Keur
Gepubliceerd23 oktober 2018
Laatst gewijzigd25 februari 2019
Leestijd 

De Afdeling heeft de advocaat-generaal gevraagd om in zijn conclusie in te gaan op de vraag of uitlatingen namens een overheidsorgaan het gerechtvaardigde vertrouwen kunnen wekken dat het overheidsorgaan geen herstelsanctie (zoals een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom) zal opleggen. Als dat zo is, dan wil de Afdeling graag weten aan welke eisen een dergelijke uitlating moet voldoen. Is daarbij bijvoorbeeld van belang hoe concreet de uitlating is? En kan het tijdsverloop tussen de overtreding en de aankondiging van de herstelsanctie een rol spelen?

Aanleiding voor het vragen van de conclusie is een Amsterdamse handhavingszaak (met nummer 201802496/1). De Afdeling zal deze handhavingszaak op 22 januari 2019 op zitting behandelen. Daarna heeft de advocaat-generaal zes weken de tijd om een conclusie te nemen. De procespartijen krijgen vervolgens de mogelijkheid om op de conclusie te reageren. Hierna zal de Afdeling uitspraak doen in deze zaak. Het is dus nog even wachten op de conclusie en de uitspraak van de Afdeling. Niettemin is dit een interessante ontwikkeling om te signaleren en te blijven volgen.

Wilt u meer weten over de werking van het vertrouwensbeginsel? Neem dan contact op met Jelmer Keur, sectie Overheid & Vastgoed.