1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Nieuwe uitspraken over intrekken van een aanbesteding bij te weinig concurrentie

Nieuwe uitspraken over intrekken van een aanbesteding bij te weinig concurrentie

Een aanbesteder die maar één geldige inschrijving ontvangt, hoeft niet op basis daarvan te gunnen en mag de aanbesteding intrekken vanwege het te lage concurrentieniveau. Deze intrekkingsgrond uit de Europese en nationale rechtspraak vindt toepassing in recente zaken bij voorzieningenrechters in Den Haag en Groningen.
Leestijd 
Auteur artikel Frank Cornelissen
Gepubliceerd 11 maart 2022
Laatst gewijzigd 11 maart 2022

Eerder al berichtten wij over de toelaatbaarheid van intrekking van een aanbesteding. In een recente uitspraak laat de Haagse rechter zich er (weer) over uit en ook de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland doet een duit in het zakje. In het bijzonder ging het in deze beide zaken om de vraag of sprake was van een te laag concurrentieniveau, dat de intrekking rechtvaardigt.

Den Haag: te laag concurrentieniveau bij twee deelnemers dialoogronde

Aan de Haagse voorzieningenrechter werd een oordeel gevraagd over de intrekking van een concurrentiegerichte dialoog door waterschap Delfland. De aanbestedingsstukken voorzagen erin dat voor een tweede dialoogronde drie gegadigden werden geselecteerd, maar bij gebrek aan geldige aanmeldingen mochten slechts twee gegadigden deelnemen. De rechter overweegt dat ook in dat geval het waterschap mocht intrekken vanwege te lage concurrentie. Er zijn namelijk weliswaar nog twee gegadigden, maar de concurrentie is lager dan met de opzet van de aanbesteding bedoeld.

Eerder kwam de Arnhemse voorzieningenrechter in een soortgelijke zaak ook al tot het oordeel dat intrekking gerechtvaardigd was.

Groningen: de aanbestedingsprocedure zelf bepaalt het concurrentieniveau

In de Groningse zaak is aan de orde een Europese openbare aanbesteding van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Klachten van de in rangorde als tweede geëindigde inschrijver leiden tot uitsluiting van de aanvankelijke winnaar. In plaats van gunning aan de klager volgt vervolgens intrekking van de aanbesteding omdat zijn inschrijving de enige overgebleven geldige inschrijving was. Die wrange uitkomst is dan aanleiding om zich in kort geding te verzetten tegen de intrekking.

In het kort geding betoogt de klager dat het enkele feit dat sprake is van één geldige inschrijving op zichzelf nog niet het oordeel kan dragen dat sprake is van een te laag concurrentieniveau. Daarbij zou ook de bredere (Europese) markt moeten worden betrokken.

De overwegingen van de voorzieningenrechter komen erop neer dat van de aanbesteder geen marktonderzoek wordt gevergd. Aanbesteding draait om de concurrentie om de concrete opdracht en het gegeven dat er nog marktpartijen zijn die hadden kúnnen inschrijven maar dat hebben nagelaten neemt niet weg dat van de partij die als enige geldig heeft ingeschreven niet kan worden gezegd dat hij om de opdracht heeft gestreden. Dat geval biedt op zichzelf al grond voor intrekking.

Commentaar

Beide vonnissen verduidelijken de intrekkingsgrond van het te lage concurrentieniveau. De regel die daaruit te destilleren valt: als alle geldige aanmeldingen of inschrijvingen gelet op het aantal beschikbare plaatsen (één of meer) leiden tot selectie respectievelijk gunning, dan mag de aanbesteder in plaats daarvan de aanbestedingsprocedure intrekken. Die regel is goed te volgen.