Zoeken
  1. Onteigening Gennep: voorgenomen bestemmingsplanherziening staat (in dit geval) niet in de weg aan onteigening op basis van het huidige bestemmingsplan

Onteigening Gennep: voorgenomen bestemmingsplanherziening staat (in dit geval) niet in de weg aan onteigening op basis van het huidige bestemmingsplan

In het Koninklijk Besluit Gennep oordeelt de Kroon dat de omstandigheid dat het bestemmingsplan zal worden herzien niet in de weg staat aan onteigening van de gronden die nodig zijn voor de ontsluitingsweg. Onteigeningsplan ontsluiting bedrijventerrein De Brem De beoogde onteigening heeft betrekking op de uitvoering van het bestemmingsplan Regionaal Bedrijventerrein De Brem. Het te onteigenen perceelsgedeelte heeft de bestemming Verkeers- en verblijfsdoeleinden en ter plaatse zal de ontsluiti...
Artikel | 17 januari 2018 | Hanna Zeilmaker
In het Koninklijk Besluit Gennep oordeelt de Kroon dat de omstandigheid dat het bestemmingsplan zal worden herzien niet in de weg staat aan onteigening van de gronden die nodig zijn voor de ontsluitingsweg. Onteigeningsplan ontsluiting bedrijventerrein De Brem

De beoogde onteigening heeft betrekking op de uitvoering van het bestemmingsplan Regionaal Bedrijventerrein De Brem. Het te onteigenen perceelsgedeelte heeft de bestemming Verkeers- en verblijfsdoeleinden en ter plaatse zal de ontsluitingsweg voor het bedrijventerrein worden aangelegd. Het bedrijventerrein is sinds 2015 in ontwikkeling, ca 35 % is al in gebruik genomen.

Planologische grondslag

De eigenaar van het benodigde perceelsgedeelte, een transportbedrijf te Gennep, voert in zijn zienswijze aan dat het bestemmingsplan onvoldoende basis biedt voor de beoogde ontwikkeling. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan was de ruimtelijke visie dat op het bedrijventerrein kleinschalige bedrijven zouden worden gevestigd. De waterberging en waterlopen waren dan ook rond kleine kavels geprojecteerd. In de nieuwe visie van de gemeente kunnen grootschalige bedrijven zich wel op De Brem vestigen. Gevolg hiervan is dat de waterparagraaf uit het bestemmingsplan volledig herzien moet worden, naast andere aspecten waaronder de bouwhoogtebegrenzing. Het bestemmingsplan moet dus worden geactualiseerd. In de zakelijke beschrijving wordt dan ook aangekondigd dat het bestemmingsplan met het oog op de vestiging van grote bedrijven zal worden herzien. De eigenaren stellen dat dit ook geldt voor de ontsluiting van het bedrijventerrein. Dat betekent dat de onteigening moet worden gebaseerd op de komende herziening van het bestemmingsplan en omdat deze nog niet onherroepelijk is, dat daaraan de ontbindende en opschortende voorwaarde gekoppeld moet worden.

De Kroon gaat hier niet in mee. De rechtsbasis voor het onteigeningsverzoek is het bestemmingsplan Regionaal Bedrijventerrein De Brem. Dit bestemmingsplan is onherroepelijk. Ten aanzien van de verwachte herziening van het bestemmingsplan overweegt de Kroon dat bij navraag bij de gemeente is gebleken dat de herziening eind 2017 wordt verwacht. De herziening van het bestemmingsplan brengt geen wijzigingen met zich mee voor wat betreft de geplande ontsluitingsweg. Zoals uit de zakelijke beschrijving blijkt zal de bestemming verkeers- en verblijfsdoeleinden in stand worden gehouden. Om die reden is de Kroon van oordeel dat het bestemmingsplan voldoende basis biedt voor de beoogde ontwikkeling van de ontsluitingsweg. Ten aanzien van de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein dan wel actualisatie van de doelgroepen merkt de Kroon op dat realisatie van de bedrijfsbestemming geen onderdeel uit maakt van het onteigeningsverzoek.

Commentaar

Onteigening en een voorgenomen bestemmingsplanherziening gaan bij een onteigening op grond van Titel IV niet samen. Als de Kroon constateert dat de gemeente de planologie van de betrokken gronden gaat herzien (en de bestemmingen van het te onteigenen perceelsgedeelte dus voorwerp zijn van heroverweging) is de onteigening voorbarig ofwel prematuur. Het huidige bestemmingsplan kan dan niet meer als grondslag worden gebruikt, en de gemeente moet het nieuwe bestemmingsplan eerst maar vaststellen en dan ter uitvoering daarvan onteigenen. Ook in het vooroverleg wordt de verzoeker om onteigening wel eens met die boodschap weer naar huis gestuurd. Al wat oudere voorbeelden zijn het KB Geldrop uit 1997 en het KB Bolsward uit 2010.

Dit KB laat zien dat de Kroon daar – terecht – genuanceerder over denkt als duidelijk is dat het te onteigenen perceel(sgedeelte) buiten de planherziening blijft althans de bestemming daarvan ongewijzigd blijft. Het valt in zo’n geval inderdaad niet in te zien waarom de bewuste gronden niet op basis van het huidige bestemmingsplan kunnen worden onteigend.

Heeft u vragen over onteigening of gedoogplichten? Belt u met Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars, specialisten onteigening bij Dirkzwager.