Zoeken
  1. Onteigening na aankoop erfpachtrecht: overeenkomst staat niet in de weg aan onteigening

Onteigening na aankoop erfpachtrecht: overeenkomst staat niet in de weg aan onteigening

In het KB Pekela oordeelt de Kroon dat overeenstemming over de aankoop van de bloot eigendom niet afdoet aan de noodzaak tot onteigening. Lees meer…
Auteur artikelHanna Zeilmaker
Gepubliceerd17 april 2018
Laatst gewijzigd25 april 2018
Leestijd 

Overeenstemming over verkoop blote eigendom, dus geen noodzaak tot onteigening?
De provincie Groningen verzoekt om de onteigening van gronden in de gemeente Pekela, ten behoeve van de verbreding van een provinciale weg. ASR Levensverzekering is bloot eigenaar van drie benodigde grondplannummers; de provincie heeft het erfpachterecht overgedragen gekregen. ASR heeft hiermee ingestemd onder (o.a.) de voorwaarde dat de provincie na afloop van de erfpachttermijn (2024) de blote eigendom tegen een geïndexeerde hoofdsom van ASR kon kopen. De provincie heeft hiermee ingestemd. Er is dus overeenstemming over de verwerving van de blote eigendom, zodat – volgens ASR - de noodzaak voor onteigening ontbreekt.

Kroon: (uitleg van) afspraken doen niet af aan noodzaak onteigening
De Kroon oordeelt dat er wel een noodzaak is tot onteigening. De Kroon constateert dat de provincie kenbaar heeft gemaakt dat de toestemming voor de verkoop van de blote eigendom in 2024 onverlet laat dat de provincie al veel eerder onvoorwaardelijk en onbezwaard, vrij van rechten en beperkingen, over de volledige eigendom wil beschikken.  ASR en de provincie verschillen bovendien van mening over de uitleg van de koopafspraken tussen partijen.
De Kroon overweegt dat zij in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure geen zelfstandige uitspraken doet over de bepalingen in de overeenkomst; die liggen namelijk niet ter beoordeling voor. Ook is de Kroon niet bevoegd om in de onteigeningsprocedure een oordeel te vellen over de vraag of de provincie niet eerder dan in 2024 de blote eigendom zou mogen aankopen. Daarover moet de civiele rechter oordelen. Feit is dat de provincie nog niet kan beschikken over de benodigde onroerende zaken, en dat tijdige eigendomsverkrijging noodzakelijk is om het werk te kunnen uitvoeren én om de ongestoorde ligging van het werk te waarborgen. Daarom is de onteigening noodzakelijk.

Commentaar: de Kroon wordt regelmatig geconfronteerd met zienswijzen waarin wordt verwezen naar afspraken tussen partijen. In het KB over de ondertekende samenwerkingsovereenkomst zagen wij al dat de Kroon geen zelfstandige uitspraken doet over de vraag of de overeenkomst in strijd is met regels omtrent staatsteun.  In een recente onteigening waarbij een erfpachtrecht aan de orde was heeft de Kroon de afspraken tussen partijen wel inhoudelijk beoordeeld. De essentie van alle KB’s waarin afspraken tussen partijen aan de orde zijn is dat de Kroon vaststelt dat de juridische eigendomsoverdracht op korte termijn niet in beeld is. En dat maakt dat de onteigening noodzakelijk is.

Splitsing kadastrale percelen levert geen nieuwe situatie op
In deze onteigening was ook aan de orde dat de benodigde kadastrale percelen vanwege de verwerving van het erfpachtdeel waren opgesplitst in zes nieuwe percelen met nieuwe kadastrale nummers en (voorlopige) oppervlakten. Gelijktijdig met de indiening van het verzoek om onteigening heeft de provincie aan ASR haar aanbieding herhaald, maar dan toegespitst op de nieuwe kadastrale percelen. ASR maakte in haar zienswijze tegen deze gang van zaken bezwaar.
De Kroon wijst erop dat de splitsing van de percelen geen nieuwe situatie oplevert, omdat de ter onteigening aan te wijzen oppervlakten niet zijn gewijzigd, maar alleen de perceelnummers en oppervlakten.

Commentaar: dit KB laat zien dat nadere splitsingen na indiening van het verzoek (waaronder naar ik aanneem ook kan worden geschaard de zgn. voorsplitsing in het zicht van de levering van een perceelsgedeelte) geen ‘hobbel’ oplevert in de administratieve onteigeningsprocedure. Terecht, want als het goed is blijft de verzoeker om onteigening zich inspannen om benodigde gronden te verwerven. Als in verband met de verwerving van een gedeelte van een grondplannummer (voor)splitsing en hernummering aan de orde is hoort dat geen beletsel te zijn in de administratieve onteigeningsprocedure. Ik kan mij overigens niet goed voorstellen dat de kadastrale splitsing heeft plaatsgevonden zonder toestemming van de eigenaar.


Heeft u vragen over onteigening of een op te leggen gedoogplicht? Neemt u contact op met Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars, onteigeningsadvocaten bij Dirkzwager.