Zoeken
  1. onteigening Stompwijk: beoordeling voorkeur eigenaar voor andere oplossing

onteigening verbindingsweg Stompwijk en het beoordelen van wensen van de eigenaar

De Onteigeningswet verplicht tot een schadeloosstelling in geld. Omdat onteigening een uiterste middel is stelt de Kroon niettemin de eis dat de onteigenende partij de voorkeur van de eigenaar voor een andere oplossing dan "een zak geld" wel serieus onderzoekt. Het KB Stompwijk-Verbindingsweg is daar een mooi voorbeeld van.
Auteur artikelHanna Zeilmaker
Gepubliceerd17 juli 2018
Laatst gewijzigd17 juli 2018
Leestijd 

Feiten

De gemeente Leidschendam-Voorburg verzoekt op grondslag van titel IV om gronden ter onteigening aan te wijzen voor de realisering van een nieuwe verbindingsweg. Een van de eigenaren vindt dat het minnelijk overleg niet zorgvuldig is verlopen, (onder meer) omdat de gemeente haar 'zelfvoorzienend' plan niet zorgvuldig heeft behandeld/beoordeeld.

Kader beoordeling alternatieve oplossingen

De standaardformulering van de Kroon met betrekking tot andere vormen van schadeloosstelling dan in geld is ook in dit KB opgenomen en luidt als volgt:

"(...) De onteigeningswet verplicht de verzoeker om onteigening niet tot schadeloosstelling in de vorm van compensatiegrond of andere oplossingen. Uitgangspunt is dat de onteigeningswet de belanghebbenden een volledige schadeloosstelling in geld waarborgt. De mogelijkheden tot schadeloosstelling in een andere vorm dan in geld zullen langs minnelijke weg en meestal in samenwerking met andere overheden, of met particuliere eigenaren van gronden onderzocht moeten worden. Desondanks kunnen vragen om compensatiegrond of andere oplossingen aan de orde komen in het kader van de toetsing van het gevoerde minnelijk overleg over de verwerving van de benodigde gronden. Indien een belanghebbende in het minnelijk overleg immers duidelijk maakt de voorkeur te geven aan vervangende grond of een andere oplossing, moet de verzoeker nagaan of hieraan tegemoet gekomen kan worden. Omdat onteigening een uiterste middel is, is de noodzaak tot onteigening immers ook afhankelijk van de wijze waarop dat minnelijk overleg is en zal verlopen. Hierbij geldt dat de verzoeker gehouden is aan zijn eigen, op de urgentie van de aanleg van het werk, toegesneden planning."

Een vrijwel gelijkluidende overweging is te vinden in het op 19 juni 2018 geslagen KB Gouda De Rijkestraat.

Toetsing beoordeling alternatief

Uit het vervolg van het KB Stompwijk-Verbindingsweg blijkt dat de Kroon ook daadwerkelijk toetst of het onderzoek naar de alternatieve oplossing heeft plaatsgevonden en zorgvuldig is geweest:

"Uit de overgelegde stukken en informatie blijkt dat het zelfvoorzienend plan van reclamante het bouwen van een zogenaamde waterwoning betreft op een ander perceel waarop tevens een gedeelte van het tracé van de Verbindingsweg geprojecteerd is. Dat perceel is niet in eigendom van reclamante. Het plan is op 2 februari 2017 ter sprake gekomen in het overleg tussen reclamante en vertegenwoor-digers van verzoeker. Verzoeker heeft reclamante in de onder ad 2.2 al genoemde brief van 6 maart 2017 laten weten dat hij geen basis ziet om aan het plan voor de ontwikkeling van zodanige woning op de beoogde locatie mee te werken, omdat de locatie onderdeel uit maakt van de strook (gras)land tussen de Verbindingsweg en het zogeheten Laantje van Van Kampen (officieel Doctor van Noortstraat geheten). Verzoeker acht het vanuit ruimtelijk oogpunt van belang dat deze strook volledig open blijft, aldus de bedoelde brief. Gelet hierop volgen Wij reclamante niet in haar stelling dat verzoeker niet zorgvuldig heeft geoordeeld over het zelfvoorzienend plan."

Kortom, het blijft voor de onteigenende partij zaak om in het kader van het minnelijk overleg serieus te kijken naar door de eigenaar geopperde voorkeur voor een alternatief, zoals in dit geval het realiseren van een waterwoning in de nabijheid van de te realiseren weg.