Zoeken
  1. Onteigening voor het Zuidasdok: flexibiliteit bij planuitvoering toegestaan

Onteigening voor het Zuidasdok: flexibiliteit bij planuitvoering toegestaan

Uit het Koninklijk Besluit voor het Zuidasdok blijkt dat de wijze van planuitvoering niet tot in detail bekend hoeft te zijn en dat het ontwerp voor de uitvoering nog wijzigingen mag ondergaan. Maatgevend blijft het ruimtebeslag van het Tracébesluit. Verder een opmerkelijke overweging over de positie van de echtgenoot van de eigenaar.
Auteur artikelHanna Zeilmaker
Gepubliceerd19 februari 2019
Laatst gewijzigd19 februari 2019
Leestijd 

De Kroon heeft in zijn Besluit van 21 januari 2018 gronden ter onteigening aangewezen voor de verbreding en ondertunneling van de A10 Zuid en de aanpassing van enkele knooppunten. In het Koninklijk Besluit heeft de Kroon geoordeeld over ingebrachte zienswijzen over de wijze van uitvoering en de aanschrijving van belanghebbenden.

Inzicht in wijze van planuitvoering: flexibiliteit bij uitvoering toegestaan

Enkele reclamanten hadden aangevoerd dat het niet duidelijk is hoe de fly-over ter hoogte van hun gebouw geconstrueerd wordt. Uit het dwarsprofiel dat bij de onteigeningsstukken is gevoegd niet blijkt of deze fly-over door een pijler of kolom wordt ondersteund en, zo ja, of deze dan wordt gerealiseerd op de grond die reclamanten in erfpacht hebben.
De Kroon constateert dat uit de dwarsprofieltekening inderdaad niet blijkt of de te bouwen fly-over zal worden ondersteund door een pijler of kolom. De Kroon meent dat de Staat bij de onteigeningsstukken toch voldoende inzicht heeft verschaft in de voorgenomen wijze van planuitvoering en dat zij hiermee heeft voldaan aan het gestelde in de Handreiking. Zo heeft verzoeker bij zijn verzoek zowel situatietekeningen als een dwarsprofieltekening met doorsneden en een grondtekening overgelegd die conform de Handreiking zijn opgesteld. Het aantal te plaatsen pijlers of kolommen en de exacte locatie daarvan is nog niet bekend; pijlers of kolommen zijn dan ook niet ingetekend.
De Kroon neemt in aanmerking dat de aanbesteding van het werk plaatsvindt op basis van Design & Construct. De aannemer is daarbij verantwoordelijk voor de nadere uitwerking en detaillering van het te maken werk. Daarbij zal dan worden bepaald of en in welke mate er pijlers of kolommen noodzakelijk zijn en waar die moeten worden geplaatst. Tot een overschrijding van (de grens van) het tracébesluit zal dit echter niet leiden, het ruimtebeslag zoals dat in dat besluit is vastgelegd zal geen wijziging ondergaan.
De Kroon wijst verder op de toelichting in de zakelijke beschrijving dat het ontwerp van het werk als gevolg van de wijze van aanbesteding wijzigingen kan ondergaan. Hiervoor is een zogeheten uitmeet- en flexibiliteits-bepaling opgenomen in het tracébesluit. De aannemer bepaalt of en in welke mate er pijlers of kolommen noodzakelijk onder de fly-over en waar die moeten worden geplaatst. Tot een overschrijding van (de grens van) het tracébesluit zal dit echter niet leiden, het ruimtebeslag zoals dat in dat besluit is vastgelegd zal geen wijziging ondergaan. De aanleg van de fly-over en het voor die aanleg (tijdelijk) benodigde werkterrein leidt ertoe dat de in onderhavige procedure betrokken gedeelten van de onroerende zaak noodzakelijk zijn.

Aanschrijven en bieding aan echtgenote verplicht?!

Een appartementseigenaar had aangevoerd dat zijn echtgenote niet was aangeschreven en geen (separaat) aanbod tot aankoop dan wel verhuur van de benodigde grond heeft gekregen. De Kroon ziet daarin geen aanleiding om het verzoek om onteigening af te wijzen. De reclamant, echtgenoot van de niet aangeschreven eigenaar, is volgens de kadastrale registratie zelf volledig eigenaar van twee appartmentsrechten. Verzoeker had zijn biedingen om die redenen alleen aan de echtgenoot gericht. De echtgenoot heeft voorafgaand aan de indiening van het verzoek om onteigening een aanbod ontvangen gericht op de aankoop dan wel huur van de benodigde onroerende zaak. Niet is gebleken of gesteld dat zijn echtgenote op een ander adres woont. Daarom mag ervan worden uitgegaan dat de biedingen van verzoeker ook de echtgenote hebben bereikt. De Kroon gaat er om die reden ook vanuit dat de kennisgeving over de start van de onderhavige onteigeningsprocedure de echtgenote zal hebben bereikt, nu de echtgenoot is vermeld in de adreslijst van de aan te schrijven belanghebbenden. Bovendien heeft de adviseur van reclamanten de biedingen van verzoeker bij herhaling afgewezen. De adviseur dan wel de echtgenoot heeft niet gewezen op de omissie van het niet aanschrijven van de echtgenote. Het had volgens de Kroon op de weg van de eigenaren en hun adviseur gelegen om verzoeker op de hoogte te stellen van de omstandigheid dat ook de echtgenote een aanbod had moeten ontvangen.

Commentaar: Deze overwegingen zijn opmerkelijk. Als het zo is dat alleen de reclamant eigenaar was zie ik geen verplichting om ook de echtgenote aan te schrijven en al helemaal niet om haar een aanbod te doen. Temeer nu het niet gaat om de echtelijke woning, waarvoor bij verkoop toestemming van de echtgenoot is vereist. Maar ook dan meen ik dat het de verantwoordelijkheid van de eigenaar is om ervoor te zorgen dat zijn echtgenoot toestemming geeft. Ik begrijp in ieder geval dat de Kroon met deze overwegingen geen verplichting heeft willen aannemen om vanaf nu in alle gevallen ook in het kadaster vermelde echtgenoten aan te schrijven.

Inspanningsverplichting ten aanzien van huurders
Zoals bekend schrijft de Handreiking voor ….

De Kroon constateert verder dat verzoeker heeft geprobeerd om alle rechthebbende huurders te achterhalen. Verzoeker heeft informatie gekregen van de eigenaren en heeft daarnaast het handelsregister van de Kamer van Koophandel geraadpleegd. Verzoeker heeft vervolgens alle uit deze informatie en dit register naar voren gekomen huurders bij brief geïnformeerd over het voorgenomen werk, de voorgenomen aankoop of huur van de gedeelten van de onroerende zaak van reclamanten dan wel de voorgenomen onteigening van deze gedeelten. Daarmee heeft verzoeker aan zijn inspanningsverplichting tot het achterhalen van (mogelijke) belanghebbenden heeft voldaan. Dat mogelijk huurders ten onrechte zijn aangeschreven doet daar niet aan af. Verder is niet gebleken dat er huurders zijn die in strijd met de wettelijke bepalingen niet over de voorgenomen onteigening in kennis zijn gesteld.
Ten aanzien van het gebruik van verkeerde adressen of namen constateert de Kroon dat de bewuste huurders door de eventuele gebreken in de adressen en namen niet zijn belemmerd in het in volle omvang naar voren brengen van hun zienswijzen. De huurders zijn dan ook niet in hun belangen geschaad. De omstandigheid dat sommige namen van reclamanten onjuist zijn gespeld moet weliswaar worden betreurd, maar dit betekent nog niet dat de biedingen of kennisgevingen de desbetreffende reclamanten niet zouden hebben bereikt.

Commentaar: uit deze overwegingen blijkt dat het essentieel is dat de verzoeker kan laten zien dat hij aan zijn inspanningsverplichting heeft gedaan. Een suggestie uit de praktijk en vooral uitvoerbaar voor gemeenten: nagaan of er partijen zijn die onroerende zaak belasting (gebruiker) betalen.