1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. PensioenPost #2 – Booking.com stunt met haar prijzen: 405 miljoen voor “gastvrijheid” van het pensioenfonds

PensioenPost #2 – Booking.com stunt met haar prijzen: 405 miljoen voor “gastvrijheid” van het pensioenfonds

Een nieuw hoofdstuk in de langslepende Booking-zaak.
Leestijd 
Auteur artikel Frédérique Hoppers
Gepubliceerd 01 februari 2024
Laatst gewijzigd 01 februari 2024

Het Hof Den Haag heeft op 30 januari 2024 geconcludeerd dat aan het zogenoemde hoofdzakelijkheidscriterium uit het Verplichtstellingsbesluit voldaan is. Met gevolg dat Booking.com met fors terugwerkende kracht valt onder het Bedrijfstakpensioenfonds (Bpf) Reisbranche (inmiddels ondergebracht bij PGB). De terugwerkende kracht gaat ver terug in de tijd, naar 1999. Een beroep op rechtsverwerking gaat niet op. Volgens de advocaat van Booking.com zouden de kosten van deelname op maximaal 405 miljoen euro kunnen uitkomen.

Het hoofdzakelijkheidscriterium: verweer Booking.com slaagt niet

Booking.com betoogde dat zij niet onder de verplichtstelling valt, omdat zij niet hoofdzakelijk het bedrijf van een reisagent uitoefent. Zij zou niet voldoen aan de voorwaarde in het Verplichtstellingsbesluit dat meer dan 50% van haar loonsom aan deze activiteit wordt toegerekend. Het Hof is echter van oordeel dat de kern van de bedrijfsactiviteiten van Booking.com niet het IT-bedrijf is, maar ligt in het bemiddelen bij het (online) boeken van accommodaties via haar reserveringsplatform. Ook de jaarstukken en statuten van Booking.com benadrukken deze focus op accommodatie-boekingen als de belangrijkste activiteit. Het Hof acht het niet doorslaggevend dat bepaalde werkzaamheden zoals “Keeping The Lights On” en ontwikkelactiviteiten niet direct gerelateerd zijn aan het boeken van accommodaties. Het Hof is van oordeel dat deze werkzaamheden, inclusief de ontwikkeling van technische producten, bijdragen aan de bemiddeling bij het boeken van accommodaties en daarom aan het reisagentschap moeten worden toegeschreven.

Rechtsverwerking: verweer Booking.com slaagt niet

Booking.com heeft zich in deze procedure tevens beroepen op rechtsverwerking en/of de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid. Zij stelt zich op het punt dat het grote tijdsverloop in combinatie met bijzondere omstandigheden het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat PGB niet meer zou aandringen op de toepassing van het Verplichtstellingsbesluit. Er is jarenlang geen aanspraak gemaakt op een aansluiting en het wordt volgens Booking.com daarom onredelijk geacht dit nu alsnog te doen. Booking.com stelt dat artikel 4 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 niet van toepassing is (de wetsbepaling die voorschrijft dat reglementen moeten worden nageleefd), omdat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hier gaat het Hof niet in mee.

Ook als een deel van de premievordering verjaard zou zijn, heeft PGB een gerechtvaardigd belang bij een oordeel van het Hof of de aansluiting wel of niet tot 1999 teruggaat. Dit belang komt voort uit de noodzaak om te weten of de werknemers van Booking.com in de toekomst een pensioenvordering op PGB hebben. Pensioenaanspraken bij bedrijfstakpensioenfondsen verjaren namelijk niet. De verschuldigdheid van pensioenpremies daarentegen kunnen wel verjaren.

Verder voert Booking.com aan dat haar wereldwijde operatie, het hoge personeelsverloop, de technische achtergrond van haar werknemers en hun jonge leeftijd het praktisch onuitvoerbaar maken om deel te nemen aan het Bpf. Booking.com stelt dat haar werknemers grotendeels buiten Nederland wonen en weinig affiniteit hebben met de reisbranche waardoor de kans dat zij een pensioenuitkering aan PGB zullen vragen niet aannemelijk is.

Het hof verwerpt deze verweren van Booking.com, zij legt hieraan ten grondslag dat Booking.com geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat zij er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat PGB geen aanspraak meer zou maken op de verschuldigde premies. De feiten die Booking.com heeft aangevoerd kunnen deze conclusie volgens het hof niet dragen. Het Verplichtstellingsbesluit is materiële wetgeving en de vraag of Booking.com onder de werkingssfeer van dit besluit valt bevindt zich buiten de invloedsfeer van partijen en hun werknemers, aldus het hof.

Eerdere rechtspraak

Deze uitspraak is een voorbeeld van één van de vele Verplichtstellingsgeschillen waarbij een beroep op rechtsverwerking wordt gedaan. Volgens vaste rechtspraak is enkel stilzitten voor een beroep op rechtsverwerking onvoldoende.

Rechtspraak over verjaring van betaling van de pensioenpremies laat een wisselend beeld zien. De vraag is of bekendheid van het fonds met een premieclaim noodzakelijk is voor de aanvang van de verjaringstermijn. De meest recente rechtspraak gaat terug naar een subjectieve aanvangstermijn. Ook is in de rechtspraak onderwerp van geschil geweest of de tekst van het uitvoeringsreglement bepalend kan zijn voor de start van het moment van de opeisbaarheid, en daarmee de start van de aanvangstermijn. Ook hier valt in de rechtspraak geen eenduidige lijn uit op te maken.

Eigen schuld,…?

Het opleggen van een premieclaim met (volledige) terugwerkende kracht kan uitermate forse gevolgen hebben voor werkgevers. Misschien dat sommigen dat terecht vinden als werkgevers wisten of hadden kunnen weten dat zij onder het Verplichtstellingsbesluit vallen en dit jarenlang zelf stelselmatig genegeerd hebben. De praktijk is vaak echter weerbarstiger. Verplichtstellingsbesluiten zijn lang niet altijd duidelijk. Sociale partners worstelen zelf ook zichtbaar met de tekst van Verplichtstellingsbesluiten, gelet op veelvuldige “verduidelijkingen” in de afgelopen jaren. Is het dan wel fair de rekening volledig bij de werkgever neer te leggen? Zeker als blijkt dat het pensioenfonds zelf in al die jaren ook niks heeft gedaan met handhaving? Zie mijn eerdere bijdrage in Pensioen & Praktijk, waarin ik mij hierover kritisch uitlaat.

Financieel risico voor het pensioenfonds

Dat een beroep op rechtsverwerking niet snel opgaat, vind ik in de regel wel terecht, gelet op het feit dat deelnemers anders immers de dupe raken van het verlies van pensioenaanspraken, terwijl zij vaak part noch deel uitmaken van het (ontstaan van het) geschil. Niet voor niets is uitgangspunt in de rechtspraak dat pensioenaanspraken niet kunnen verjaren. In zoverre zou ook deze Booking-kwestie juist ook een wijze les voor pensioenfondsen kunnen opleveren: aanspraken kunnen ver terug in de tijd gaan, zónder - gelet op eventuele verjaring - de zekerheid te hebben dat de premieclaim net zo ver terug in de tijd gaat. Uiteindelijk kan deze uitspraak, als er ook duidelijkheid komt over het verjaringsvraagstuk, niet alleen voor Booking.com, maar zeker ook voor PGB een forse financiële aderlating betekenen.

Bpf-check en vragenformulier

Onze pensioenjuristen hebben dagelijks te maken met verplichtstellingsgeschillen. Het belang is er voor werkgevers naar met regelmaat een zogenoemde Bpf-check te laten uitvoeren. Houd er ook rekening mee dat als een vragenformulier vanuit het Bpf verstuurd wordt, de gevolgen van het lukraak invullen groot kunnen zijn. Raadpleeg in zo’n situatie vooral een pensioenjurist.