1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Pensioenschade in de billijke vergoeding

Pensioenschade in de billijke vergoeding

Ontdek de cruciale rol van pensioenschade bij de billijke vergoeding in arbeidsrechtelijke geschillen. Recente uitspraken, zoals die van de Rechtbank Rotterdam en het Hof Amsterdam, belichten de complexiteit rondom pensioenclaims. Terwijl sommige rechters schattenderwijs pensioenschade vaststellen, benadrukken anderen de noodzaak van een gedegen onderbouwing. Werknemers en werkgevers staan voor strategische keuzes in deze juridische arena. Ontdek de diverse oordelen van rechters en ontrafel of er een rode draad zit in deze cruciale kwestie.
Leestijd 
Auteur artikel Frédérique Hoppers
Gepubliceerd 07 februari 2024
Laatst gewijzigd 16 februari 2024

Billijke vergoeding
Een billijke vergoeding is een compensatie voor de werknemer voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De billijke vergoeding moet – naar haar aard – in relatie staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever.
De Hoge Raad heeft in het New Harstyle-arrest en ServiceNow-arrest uitgangspunten gegeven voor het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding. Pensioenschade wordt niet genoemd in deze gezichtspunten. Niettemin wordt een aanspraak op pensioenschade in de praktijk mede in overweging genomen.

Rechtbank Rotterdam 22 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12237
De rechtbank Rotterdam heeft in december 2023 een uitspraak gedaan waarin de berekening van de hoogte van pensioenschade aan bod kwam (zie hier). De pensioenschade wordt door de werknemer begroot aan de hand van een berekening door het verschil in het jaarlijkse pensioenbedrag op de einddatum van de arbeidsovereenkomst en zijn pensioendatum te vermenigvuldigen met de gemiddelde levensverwachting volgens het CBS. Daarnaast heeft de werknemer een pensioenoverzicht overgelegd. Dat de schade niet (precies) vast staat, betekent volgens de rechtbank niet dat de schade niet meespeelt bij de hoogte van de billijke vergoeding.  De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om uit te gaan van een ander bedrag aan pensioenschade.

Hof Amsterdam 20 april 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1225
In een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam is het hof van oordeel dat berekening aan de hand van een pensioenoverzicht echter niet voldoende is (zie hier). Werkneemster heeft verzocht om vergoeding van haar pensioenschade ten bedrage van € 107.700,- bruto. Naar het oordeel van het hof heeft werkneemster onvoldoende onderbouwd dat zij pensioenschade zal lijden tot dat bedrag. Werkneemster heeft daartoe weliswaar verwezen naar de door haar overgelegde pensioenberekening van het pensioenfonds, maar daarop wordt alleen met een handgeschreven opmerking vermeld dat de totale pensioenschade € 107.700,- bruto bedraagt. Dat is volgens het hof onvoldoende om dit verzoek - volledig - te kunnen toewijzen. Het hof heeft de pensioenschade om die reden schattenderwijs vastgesteld op een bedrag van (circa) € 8.245,-.

Hof Amsterdam 9 februari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:458
Ruim twee maanden eerder oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat de reële kans dat werknemer een nieuwe baan zal vinden een reden is om de pensioenschade schattenderwijs vast te stellen op de helft van de door werkgever berekende pensioenschade (zie hier). Werknemer stelt, onder verwijzing naar een brief van het pensioenfonds dat zijn pensioenschade € 305.819,- bedraagt. Werkgever heeft de juistheid van deze berekening gemotiveerd betwist met een brief van een Consultant Pensions & Insurable Benefits van werkgever. Laatstgenoemde berekent de pensioenschade van werknemer op € 78.000,-. Het hof gaat uit van de juistheid van deze berekening van werkgever. Werkgever heeft onder verwijzing naar het toepasselijke Pensioenreglement 2006 uitvoerig toegelicht dat het pensioenfonds ten onrechte uitgaat van een ingangsdatum van het pensioen van februari 2020, van een jaarlijkse indexatie van 2% en geen rekening houdt met de door werknemer af te dragen werknemerspremie/-bijdrage. In hetgeen werknemer daartegen heeft aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding aan deze uitgangspunten en berekening van werkgever te twijfelen. Daarnaast acht het hof de kans reëel dat werknemer op enig moment weer een nieuwe baan zal vinden (en daarmee ook pensioen zal opbouwen). Daarom zal het hof de pensioenschade van werknemer schattenderwijs vaststellen op de helft van de door werkgever berekende pensioenschade, te weten op (circa) € 39.000,-.

Hof Amsterdam 19 mei 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1280
In een andere uitspraak van het gerechtshof Amsterdam heeft werkneemster haar pensioenschade berekend op een bedrag van € 93.425,40 (zie hier). Werkgever heeft dat bedrag betwist met het argument dat een actuariële berekening ontbreekt. Werkneemster heeft de hoogte van haar pensioenschade gebaseerd op het als gevolg van het ontslag jaarlijks door haar gemiste bedrag aan pensioen vermenigvuldigd met haar op gemiddelden gebaseerde levensverwachting. Naar het oordeel van het hof is dat een eenvoudige maar niet onbegrijpelijke wijze van berekening van pensioenschade. De billijke vergoeding wordt weliswaar op een lager bedrag vastgesteld, maar niet vanwege de berekeningswijze van de pensioenschade.

Rechtbank Noord-Holland 24 april 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:3077
De kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland ziet aanleiding om bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding aansluiting te zoeken bij de inkomens- en pensioenschade die werknemer (schattenderwijs) zal lijden tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd (zie hier). Deze schade zou hij immers niet hebben geleden indien werkgever jegens hem niet ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld.

De kantonrechter acht het aannemelijk dat werknemer (nagenoeg) geen pensioen meer zal opbouwen, zodat hij tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd ruim € 92.000,00 bruto aan pensioenschade zal lijden. Hierbij heeft de kantonrechter aansluiting gezocht bij de door werknemer berekende pensioenschade. Hoewel werkgever ter zitting heeft betwist dat de door werknemer berekende pensioenschade juist is, heeft zij dit – op een enkele verwijzing naar een productie – niet onderbouwd. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van de door werknemer in zijn verweerschrift uitvoerig omschreven en onderbouwde berekening ten aanzien van de pensioenschade.

Conclusie
Wanneer de werknemer aanspraak wil maken op pensioenschade in de billijke vergoeding, zal een onderbouwing en/of berekening moeten worden overgelegd. Gelet op de rechtspraak, hoeft dat niet per definitie om een actuariële berekening te gaan, maar moet de berekening wel onderbouwd worden aan de hand van bijvoorbeeld het reglement van het pensioenfonds, berekeningen van het pensioenfonds of een pensioenoverzicht. Sommige rechters stellen zelfs de pensioenschade schattenderwijs vast. Werkgevers die niet met een integrale toewijzing van de (al dan niet geschatte) pensioenschade geconfronteerd willen worden, lijken er dan ook verstandig aan te doen de vordering te weerleggen aan de hand van bijvoorbeeld een actuariële berekening.  Of door nader toe te lichten dat de pensioenschade minder is, omdat – bijvoorbeeld – geen rekening is gehouden met een werknemersbijdrage (als aftrekpost op het schadebedrag) die bij een continuering van de arbeidsovereenkomst aan de orde zou zijn geweest. Ook zouden werkgevers kunnen onderbouwen dat het in de rede ligt dat de werknemer nog elders een dienstbetrekking met bijbehorende pensioenregeling zal verwerven.

Kortom, zowel vanuit werknemers- als vanuit werkgeverszijde loont het om in het kader van de billijke vergoeding de nodige aandacht te besteden aan de pensioenschade! Onze pensioenadvocaten worden daarom altijd geraadpleegd door onze arbeidsrechtadvocaten in een ontbindingsprocedure tussen werkgever en werknemer.