Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Planschade Bronckhorst: bij planvergelijking moet ook de maximale invulling van tussenliggende gronden worden betrokken

Planschade Bronckhorst: bij planvergelijking moet ook de maximale invulling van tussenliggende gronden worden betrokken

Als de planologische mogelijkheden van andere gronden bij de planvergelijking moeten worden betrokken moet ook bij die gronden worden uitgegaan van de maximale invulling. Als de maximale invulling van een tussengebied het uitzicht vanaf een perceel belemmert leidt de planwijziging van het achterliggende gebied (voor wat betreft uitzichtverlies) niet tot een planologische verslechtering.
Auteur artikelHanna Zeilmaker
Gepubliceerd26 september 2019
Laatst gewijzigd26 september 2019
Leestijd 

Verzoek om vergoeding van planschade
De eigenaren van woonperceel in het buitengebied verzoeken om vergoeding van planschade vanwege een wijziging van de bestemming van een perceel op ongeveer 270 meter afstand, ten behoeve van de vestiging van een melkveebedrijf. Deze planwijziging leidt volgens de eigenaren tot een beperking van het uitzicht vanuit hun woning.

Maximale invulling: ook ‘tussengebieden’!
De door de rechtbank ingeschakelde StAB constateerde dat het bestemmingsplan voor het tussengebied mogelijk maakt dat tussen het perceel van de eigenaren en het perceel voor het melkveebedrijf een hoogstamboomgaard met bomen van 7 m hoog mocht en mag worden geëxploiteerd. Ten behoeve van een dergelijke kwekerij was bovendien een afscheiding van 3 m hoog toegestaan. Bij een dergelijke maximale invulling van het tussengebied bestond er geen onbelemmerd uitzicht vanaf het perceel van de eigenaren op de nieuwe veehouderij. Gelet hierop en mede gezien de afstand tussen de beide percelen van ongeveer 270 m bestaat in de nieuwe planologische situatie ook geen uitzicht op de gebouwen van 10,45 m en de toegestane silo’s van maximaal 12 m hoog op dat bewuste perceel. De planologische verandering leidt hierom volgens de StAB niet tot een verslechtering van het uitzicht vanuit de woning of vanaf het perceel van de eigenaren.

De Afdeling legt uit dat de maatstaf van de maximale invulling van het oude en het nieuwe planologische regime meebrengt dat ook de planologische mogelijkheden van het tussengebied bij de planvergelijking moeten worden betrokken, indien deze, zoals in deze zaak, doorslaggevend zijn voor het antwoord op de vraag of het uitzicht vanaf het perceel van de eigenaren ten gevolge van het nieuwe bestemmingsplan extra wordt beperkt. De StAB had dan ook terecht bij de beoordeling van de schadefactor uitzicht betrokken dat in het tussengebied een hoogstamboogaard met bomen tot ongeveer 7 m hoog en afscheidingen van maximaal 3 m hoog kunnen worden opgericht.
De rechtbank heeft terecht op basis van het StAB-verslag geoordeeld dat het nieuwe bestemmingsplan niet tot gevolg heeft dat het uitzicht van de eigenaren vanaf hun perceel extra wordt beperkt.

Heeft u vragen over planschade of nadeelcompensatie? Belt of mailt u met Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars.