De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Planschade Brummen; compensatie in natura en voorziening tot compensatie in geld

Planschade Brummen; compensatie in natura en voorziening voor compensatie in geld

Compensatie in natura van planschade: alleen met voorziening over toekenning in geld voor het geval dat compensatie in natura niet binnen redelijke termijn tot stand komt.
Leestijd 
Auteur artikel Hanna Zeilmaker
Gepubliceerd 03 juni 2021
Laatst gewijzigd 03 juni 2021
 

Verzoek om planschade wegens vervallen bouwmogelijkheid twee woningen; compensatie in natura door toezegging tot vergunningverlening?

De eigenaar van perceel verzocht om vergoeding van planschade omdat door een nieuw bestemmingsplan de mogelijkheid om twee woningen te bouwen op zijn perceel was komen te vervallen.
De gemeente had advies ingewonnen van een deskundige en dat advies gevolgd. Het advies hield in dat er al voor de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan een omgevingsvergunning was verleend voor het bouwen van een woning op het oostelijke deel van het perceel. Op het oostelijke deel was dan ook geen nadeliger situatie ontstaan. Het zuidwestelijke deel was volgens de deskundige met € 350.000,00 in waarde gedaald. Dit nadeel wordt weggenomen zodra het op 15 maart 2018 vastgestelde bestemmingsplan "Eerbeek" onherroepelijk is geworden. Dit bestemmingsplan maakt het namelijk weer mogelijk een woning te bouwen op het zuidwestelijke deel van het perceel. Als dat nieuwe bestemmingsplan niet onherroepelijk wordt, zal het college   alsnog een tegemoetkoming in geld moeten toekennen, aldus de deskundige.

De rechtbank oordeelde in beroep dat het collegebesluit over het oostelijke deel van het perceel niet juist was. Volgens de rechtbank zei de omstandigheid dat een woning kan worden gebouwd niets over een (mogelijke) beperking van de bouwmogelijkheden van het bouwperceel die planologisch nadeel met zich kan brengen. Het college heeft ten onrechte nagelaten te onderzoeken of hiervan sprake is op het oostelijke deel van het perceel. Het oordeel dat het oostelijk deel niet in waarde is gedaald was dan ook onvoldoende gemotiveerd.

Ten aanzien van het westelijke deel, waar de gemeente uitging van compensatie in natura door het nieuwe bestemmingsplan, vond de rechtbank weliswaar dat compensatie in natura, ondanks de complexe milieuproblematiek, niet zinledig was. De rechtbank stelde echter vast dat het nieuwe regime uitging van een bouwverbod in verband met een geurzone, waarvoor een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid was opgenomen. Door dat bouwverbod was volgens de rechtbank geen sprake van volledige compensatie in natura, omdat de compensatie afhankelijk was van een toekomstige onzekere gebeurtenis, namelijk een besluit tot binnenplanse afwijking.

Naar aanleiding van deze uitspraak volgde een nieuw besluit, waarin het college toezegde dat een omgevingsvergunning zou worden verleend als de aanvrager technische maatregelen treft ter beperking van geuroverlast. Met die toezegging is het planologisch nadeel weggenomen, vond het college.

Hoger beroep: compensatie in natura en garanties over onzekerheid planologische procedures

In haar uitspraak oordeelt de Afdeling over de toezegging door het college dat voor het zuidwestelijke deel van het perceel van de eigenaar een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning zal worden verleend als hiervoor een aanvraag wordt ingediend die voldoet aan enkele technische eisen.

De eigenaar betoogde dat de tegemoetkoming in planschade niet voldoende anderszins was verzekerd, omdat de compensatie in natura afhankelijk is gesteld van een onzekere toekomstige gebeurtenis en het college geen compensatie in geld heeft toegekend voor het geval compensatie in natura uitblijft. Het college doet in zijn nieuwe besluit op bezwaar de toezegging dat voor het zuidwestelijke deel van het perceel een omgevingsvergunning zal worden verleend als hiervoor een aanvraag wordt ingediend die voldoet aan enkele technische eisen. Het is ongewis of deze vergunning verleend zal worden, aangezien op dit moment nog geen nieuw bestemmingsplan in werking is getreden dat de door de Afdeling vernietigde onderdelen van het bestemmingsplan "Eerbeek" vervangt. Behalve onzekerheid over de grondslag voor het verlenen van de omgevingsvergunning is ook onzeker of de vergunning, als die al wordt verleend, ook onherroepelijk zal worden. Het college heeft in zijn besluit niet vastgelegd de planschade in geld te zullen compenseren voor het geval het niet lukt de schade in natura te compenseren. Omdat het college met het nieuwe besluit op bezwaar van 3 maart 2020 onvoldoende zekerheid en duidelijkheid heeft gegeven over de tegemoetkoming in planschade moet het besluit worden vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.

Kader compensatie in natura

De Afdeling stelt voorop dat tegemoetkoming in schade door compensatie in natura niet voldoende is verzekerd, wanneer deze afhankelijk is van een toekomstige, onzekere gebeurtenis. Wanneer het, gelet op de te doorlopen planologische procedures niet geheel zeker is of dit planologische herstelregime in werking zal treden, betekent dit niet zonder meer dat de geleden schade in geld moet worden gecompenseerd. Het bestuursorgaan is niet tot compensatie in geld verplicht als het zodanige garanties heeft gegeven dat de onzekerheid over de planologische procedures voldoende is ondervangen.

Daarbij komt in voorkomende gevallen betekenis toe aan de omstandigheid dat, mocht blijken dat compensatie in natura niet tot stand kan worden gebracht, de hoogte van het alsnog uit te betalen bedrag na inwinning van advies bij ter zake kundige, onafhankelijke planschadeadviseurs, zal worden vastgesteld en dat dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de ontvangst van de aanvraag. Verder komt in voorkomende gevallen ook betekenis toe aan de omstandigheid dat de compenserende voorziening, gedurende een voldoende lange periode, ook wordt geboden aan rechtsopvolgers onder algemene en bijzondere titel.

Compensatie in natura onderuit vanwege ontbreken voorziening over compensatie in geld

De Afdeling stelt vast dat er nog geen planologische toestemming is voor de bouw van een woning, dat evenmin is bepaald wat een redelijke termijn is waarin die planologische toestemming gegeven moet worden en ook geen termijn is gegeven waarbinnen die planologische toestemming onherroepelijk moet zijn, bij gebreke waarvan de compensatie in geld zal worden betaald.
Omdat het college heeft nagelaten die zekerheid te bieden, komt het besluit van 3 maart 2020 wegens strijd met de rechtszekerheid voor vernietiging in aanmerking.

De Afdeling stelt vervolgens vast dat de rechtbank ook al had opgedragen in de nieuwe beslissing op bezwaar een voorziening moest opnemen voor een tegemoetkoming in geld voor het geval compensatie in natura niet tijdig tot stand zou komen. De Afdeling ziet geen aanleiding voor een herkansing en stelt de compensatie in geld vast: € 350.000,-. Daarbij komt nog de nader bepaalde vergoeding voor de waardevermindering van het oostelijk deel. In totaal wijst de Afdeling een bedrag van € 365.5000,- toe.

Commentaar: deze uitspraak laat zien dat bij een besluit over toekenning van compensatie in planschade in natura ALTIJD OOK een besluitonderdeel moet zijn opgenomen over de toekenning van compensatie in geld voor het geval compensatie in natura niet binnen de in het besluit op te nemen redelijke termijn tot stand komt. 

 

Heeft u vragen over dit artikel of nadeelcompensatie/planschade? Neemt u gerust contact op met Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars, de ervaren specialisten planschade en nadeelcompensatie van Dirkzwager.