Zoeken
  1. Planschade en compensatie in natura (gemeente Maasdriel)

Planschade en compensatie in natura (gemeente Maasdriel)

Casus De SAOZ had geadviseerd het nieuwe bestemmingsplan voor de eigenaar van een bedrijventerrein per saldo heeft geleid tot een planologisch nadeliger situatie. De taxateur van de SAOZ heeft de hierdoor geleden planschade begroot op - afgerond - € 500.000,00. De SAOZ heeft het college vervolgens in overweging gegeven te beoordelen of aanleiding bestaat om de oude planologische mogelijkheden te herstellen door middel van het verlenen van een binnenplanse ontheffing en/of een herziening van het bestemmingsplan. In dat geval is de schade anderszins verzekerd en hoeft niet tot vergoeding van het bedrag van € 500.000,00 over te worden gegaan, aldus de SAOZ. De Afdeling oordeelt anders.
Artikel | 26 april 2018 | Hanna Zeilmaker

Herstelbesluit hoeft op moment van restschadebesluit niet onherroepelijk te zijn
In het besluit van 6 augustus 2013 had het college aangekondigd de geleden schade anderszins te verzekeren door de gebruiksmogelijkheden op het bedrijventerrein te herstellen en eventuele restschade te vergoeden. Gelet op het voornemen van het college om de raad voor te stellen om de gebruiksmogelijkheden gedeeltelijk te herstellen door op het bedrijventerrein bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 (VNG-indeling) toe te staan, en dus niet de onder het oude bestemmingsplan toegestane gebruiksmogelijkheden volledig te herstellen, moest het college nog onderzoeken of de door de eigenaar geleden planschade met het voorgenomen herstel van de gebruiksmogelijkheden wel volledig anderszins was verzekerd. Het restschadebesluit was aldus een uitwerking van het besluit van 6 augustus 2013.

Dat het voorgenomen herstel door middel van een nieuw bestemmingsplan op dat moment nog niet onherroepelijk was, maakt dit niet anders, omdat in het besluit van 6 augustus 2013 al was aangekondigd dat het schadebedrag van € 500.000,00 exclusief wettelijke rente aan de eigenaar zou worden uitgekeerd indien de schade niet anderszins kon worden verzekerd.

De Afdeling bestuursrechtspraak vindt deze uitwerking juist. De rechtbank  had, dus ten onrechte, geoordeeld dat het restschadebesluit prematuur is genomen omdat het herstelbesluit nog niet onherroepelijk was.

Nadat verschillende taxateurs uiteenlopende schadebedragen hadden getaxeerd en de Afdeling oordeelde dat het college het advies van de SAOZ, vanwege de daarin opgenomen onjuiste planvergelijking, niet aan haar besluit ten grondslag mocht leggen heeft de Afdeling de StAB gevraagd advies uit te brengen. De StAB kwam op een resterende planschade na herstel van € 570.000,-. Naar aanleiding van de reactie van het college op dit advies geeft de Afdeling het kader voor de toetsing van een taxatie door de bestuursrechter:

26.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582, overweging 8.10) kan de bestuursrechter een taxatie slechts terughoudend toetsen. Daarbij is van belang dat de waardering van onroerende zaken niet slechts door het toepassen van een taxatiemethode plaatsvindt, maar daarbij ook de kennis, ervaring en intuïtie van de desbetreffende deskundige een rol spelen.

Daarbij mag de bestuursrechter in beginsel afgaan op de inhoud van het verslag van een deskundige als bedoeld in artikel 8:47 van de Awb. Dat is slechts anders indien dat verslag onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen of anderszins zodanige gebreken bevat, dat het niet aan de oordeelsvorming ten grondslag mag worden gelegd. Dergelijke gebreken zijn niet aan de orde, zodat de Afdeling zich achter de conclusie van de StAB schaart, dat de door de eigenaar als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 2006 geleden planschade niet volledig is gecompenseerd met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 2014 en dat haar restschade€ 570.000,00 bedraagt. Het college moet dat bedrag dan ook, met de wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag tot de dag van algehele voldoening, aan de eigenaar vergoeden.
De Afdeling vermeldt er nog bij dat het partijen vrijstaat zelf overeen te komen in welke vorm het college in de vergoeding van de geleden planschade ter hoogte van € 570.000,00, exclusief wettelijke rente, voorziet. Kortom, een nieuwe herstelpoging in natura is niet uitgesloten.