Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Planschade Lochem: gespreksnotities van invloed op voorzienbaarheid

Planschade Lochem: gespreksnotities van invloed op voorzienbaarheid

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in zijn uitspraak van 20 oktober 2010 (LJN: BO1122) geoordeeld dat gespreksnotities van belang zijn voor de voorzienbaarheid van een planologische wijziging.De Afdeling stelt in deze uitspraak voorop dat volgens vaste jurisprudentie de voorzienbaarheid van een planologische wijziging dient te worden beoordeeld aan de hand van de vraag of ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak voor een redelijk denkend en handelend koper aanl...
Auteur artikelHanna Zeilmaker
Gepubliceerd26 oktober 2010
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in zijn uitspraak van 20 oktober 2010 (LJN: BO1122) geoordeeld dat gespreksnotities van belang zijn voor de voorzienbaarheid van een planologische wijziging.De Afdeling stelt in deze uitspraak voorop dat volgens vaste jurisprudentie de voorzienbaarheid van een planologische wijziging dient te worden beoordeeld aan de hand van de vraag of ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak voor een redelijk denkend en handelend koper aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie in nadelig opzicht zou veranderen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met concrete beleidsvoornemens die openbaar zijn gemaakt. Voor voorzienbaarheid is niet vereist dat een dergelijk beleidsvoornemen een formele status heeft.
In deze Lochemse zaak was het volgens het oude bestemmingsplan mogelijk om flatwoningen te realiseren. Op grond van het nieuwe plan kon op het perceel van verzoeker nog maar één woning worden gebouwd.
De Afdeling stelt vast dat verzoeker voorafgaande aan zijn aankoop van het perceel namens de projectontwikkelaar meerdere gesprekken heeft gevoerd met vertegenwoordigers van de gemeente. Uit de gespreksnotities blijkt dat de gemeente verzoeker heeft medegedeeld dat  de realisatie van flatwoningen/appartementen niet paste binnen toekomstige ontwikkelingen, dat de gemeente een nieuw bestemmingsplan zou vaststellen dat de bestemming woondoeleinden, ongeveer 35 woningen per hectare, mogelijk zou maken. Uit de notities bleek verder dat de gemeente aan verzoeker had gemeld dat de gemeente de Structuurschets op dat moment nog steeds als actueel aanmerkte en een bebouwingsstructuur voorstond conform het toen bestaande beeld, dat wil zeggen met inpassing van de op het perceel van verzoeker aanwezige boerderij. Gelet op de inhoud van deze gespreksnotities, gelezen in samenhang met hetgeen in de Structuurschets was vermeld over de ter plaatse gewenste woningbouw, kon het standpunt van verzoeker niet worden gevolgd dat ten tijde van de aankoop van het perceel in april 2000 niet voorzienbaar was dat de gemeente geen flatwoningen meer wilde realiseren.