Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Planschade Rozendaal: bestuursrechter moet omvang normaal maatschappelijk risico zelf vaststellen

Planschade Rozendaal: bestuursrechter moet omvang normaal maatschappelijk risico zelf vaststellen

Als het bestuursorgaan de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico niet goed motiveert kan de rechter het normaal maatschappelijk risico zelf vaststellen. Van een terughoudende toetsing is in zo’n geval geen sprake.
Auteur artikelHanna Zeilmaker
Gepubliceerd26 september 2019
Laatst gewijzigd26 september 2019
Leestijd 

Feiten
De eigenaar van een villa vraagt om vergoeding van planschade omdat de bestemming van de aangrenzende sportvelden is gewijzigd naar woningbouw. De door de gemeente Rozendaal ingeschakelde adviseur was uitgegaan van een drempel van 4% van de waarde voor de peildatum vanwege het normaal maatschappelijk risico.
De rechtbank vond in beroep dat niet was gebleken van ruimtelijk beleid op grond waarvan deze planologische ontwikkeling was te verwachten. De rechtbank stelde het normaal maatschappelijk risico vervolgens zelf vast op 3%.


Hoger beroep
In hoger beroep betoogde de gemeente dat de rechtbank de hoogte van het drempelpercentage terughoudend had moeten toetsen.

De Afdeling gaat daar niet in mee. Weliswaar is de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico in de eerste plaats aan het bestuursorgaan, en komt aan het bestuursorgaan daarbij beoordelingsruimte toe. Maar als het bestuursorgaan de vaststelling niet naar behoren motiveert kan de rechter de omvang van het normale maatschappelijke risico zelf vaststellen. Dat mag in het kader van de definitieve geschilbeslechting op grond van artikel 8:41a Algemene wet bestuursrecht. De rechter mag dan zelf bepalen welke drempel of korting redelijk is.

In dit geval volstond de motivering van de gemeente niet, en kon de rechtbank dus zelf voorzien door de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico. Echter op basis van de door de gemeente in hoger beroep alsnog aangeleverde informatie over het ruimtelijk beleid oordeelt de Afdeling dat de herontwikkeling van sportvelden naar woonwijk inderdaad past in de lijn der verwachtingen. Het door de gemeente toegepaste percentage van 4 % was dus passend, en de rechtbank was ten onrechte uitgegaan van een normaal maatschappelijk risico van 3 % van de waarde van het perceel.

De eigenaar had in (incidenteel) hoger beroep aangevoerd dat de ontwikkeling niet in de lijn der verwachtingen lag. Zijn argumenten dat de overschrijding van de wettelijke grenswaarden voor geluid zouden worden overschreden, dat de inwoners van Rozendaal voor hun sport naar andere dorpen zouden moeten uitwijken, en dat er ook andere inbreidingslocaties kunnen worden aangewezen deden er niet aan af dat de ontwikkeling van deze locatie tot woningbouwlocatie in de lijn der verwachtingen lag.

Conclusie
Het is zaak de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico goed te motiveren. Als de gemeente dat niet doet kan de bestuursrechter het n.m.r. zelf vaststellen.


Heeft u vragen over planschade of nadeelcompensatie? Belt of mailt u met Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars.