De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Route naar de Omgevingswet: het kritieke pad en de vijf minimale criteria

Route naar de Omgevingswet: het kritieke pad en de vijf minimale criteria

In een kamerbrief van 26 februari jl. wordt de Roadmap Route 2022 gepresenteerd. In dit document wordt aangegeven welke activiteiten nodig zijn om te komen tot een succesvolle implementatie van de Omgevingswet op weg naar de beoogde datum van inwerkingtreding per 1 januari 2022.
Leestijd 
Auteur artikel Jasper Molenaar
Gepubliceerd 05 maart 2021
Laatst gewijzigd 05 maart 2021
 

De roadmap

Deze roadmap bevat alle activiteiten die bijdragen aan de vijf criteria die minimaal nodig zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De activiteiten uit de roadmap die nodig zijn om aan deze minimale criteria te voldoen, zijn benoemd in het kritieke pad. Binnen ieder criterium zijn er drie sporen, namelijk van de landelijke voorziening van het DSO (DSO-LV), van de software van de leveranciers en van de bevoegde gezagen. Vooralsnog lijkt het er op dat het haalbaar is om de vijf minimale eisen voor 1 januari 2022 te bereiken. Toch wordt al nagedacht over alternatieve routes die open gesteld kunnen worden als onverhoopt niet aan een hoofdroute kan worden voldaan, waardoor het toch mogelijk blijft om aan de minimale criteria te voldoen. Deze alternatieve routes worden in het kritieke pad benoemd per minimaal criterium.

Deze vijf minimale criteria en alternatieve route zijn:

  1. Provincies en het Rijk hebben een omgevingsvisie

Als de Provincie en het Rijk geen omgevingsvisie hebben die via de geldende standaarden is ontsloten in de voorziening van DSO, kunnen de provincies en het Rijk publiceren met de bestaande IMRO-standaard (ruimtelijkeplannen.nl), waarmee de omgevingsvisies vervolgens via een overbruggingsfunctie in het DSO zichtbaar worden gemaakt.

  1. Provincies hebben een omgevingsverordening

Dezelfde tijdelijke maatregel als bij criterium 1 kan worden ingeroepen als de provincies nog geen omgevingsverordening hebben die zijn ontsloten via de zogenaamde Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB) en het DSO-LV.

  1. Provincies, waterschappen en het Rijk kunnen projectbesluiten vaststellen conform de eisen van de Omgevingswet

In mei van dit jaar wordt duidelijk of alle partijen in staat zijn een projectbesluit vast te stellen. Als dit niet mogelijk is zal het mogelijk worden een projectbesluit tijdelijk op alternatieve wijze te publiceren.

  1. Gemeenten kunnen het omgevingsplan wijzigen conform de eisen van de Omgevingswet

De wijziging van het omgevingsplan wordt ontsloten in LVBB en DSO-LV. In het geval gemeenten hier niet toe in staat zijn, kunnen zij op alternatieve wijze het Omgevingsplan wijzigen voor urgente gebiedsontwikkeling. Uiterlijk in april 2021 wordt duidelijk welke alternatieve wijze hiervoor gebruikt kan worden door gemeenten.

  1. Gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk kunnen vergunningen en meldingen ontvangen vanuit het DSO en afhandelen conform de eisen

Dit voorjaar zal duidelijk worden of het nodig is hiertoe tijdelijke alternatieve maatregelen te nemen. Vervolgens zal steeds per bevoegd gezag gekeken moeten worden welke maatregel kan worden ingezet. Inzet is om in juli 2021 een aantal alternatieve maatregelen uitgewerkt te hebben.

De Kamerbrief en de Roadmap zijn via de link integraal te raadplegen. Wilt u meer weten over de Omgevingswet en/of het Opleidingscurriculum dat Dirkzwager ontwikkelt om uw organisatie op de inwerkintreding voor te bereiden? Neem contact op met Jasper Molenaar.