De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Schade door baggerwerkzaamheden: welke rechtsgang staat open?

Schade door baggerwerkzaamheden: welke rechtsgang staat open?

In een overzichtelijke uitspraak heeft de rechtbank Midden Nederland helder uiteengezet hoe het gedoogsysteem van de Waterwet werkt en via welke wegen rechthebbenden eventuele schade kunnen verhalen die zij door een opgelegde gedoogplicht oplopen.InleidingEiser in de procedure is eigenaar van percelen die grenzen aan een watergang die onder beheer van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (hierna: het Waterschap) valt. In het kader van het onderhoud van de watergang moet de watergang w...
Auteur artikel Hanna Zeilmaker
Gepubliceerd 23 december 2013
Laatst gewijzigd 16 april 2018
Leestijd 
In een overzichtelijke uitspraak heeft de rechtbank Midden Nederland helder uiteengezet hoe het gedoogsysteem van de Waterwet werkt en via welke wegen rechthebbenden eventuele schade kunnen verhalen die zij door een opgelegde gedoogplicht oplopen.

Inleiding
Eiser in de procedure is eigenaar van percelen die grenzen aan een watergang die onder beheer van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (hierna: het Waterschap) valt. In het kader van het onderhoud van de watergang moet de watergang worden uitgebaggerd. Het Waterschap heeft de eigenaar tijdig (op grond van art. 5.23 Waterwet) geïnformeerd over de uit te voeren werkzaamheden. Daarbij is vermeld dat de bagger op de aan de watergang grenzende percelen zal worden gedeponeerd. Ondanks bezwaren van de eigenaar daartegen zijn de baggerwerkzaamheden uitgevoerd en is de bagger  op (onder meer) zijn percelen gedeponeerd. De eigenaar vordert bij dagvaarding dat het Waterschap wordt veroordeeld om aan hem een schadevergoeding te betalen op basis van onrechtmatige daad dan wel nadeelcompensatie.

Regulier onderhoud in de zin van art. 5.23 Wtw?
Op grond van art. 5.23 Waterwet zijn rechthebbenden ten aanzien van onroerende zaken gehouden onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan waterstaatswerken te gedogen (lid 1). Daarbij zijn rechthebbenden ten aanzien van gronden, gelegen aan of in een oppervlaktewaterlichaam waarvan het onderhoud geschiedt door (..) een beheerder, gehouden op die gronden specie en maaisel te ontvangen, die tot regulier onderhoud van dat oppervlaktewaterlichaam worden verwijderd.
Het geschil spitste zich in deze zaak met name toe op de vraag of er al dan niet sprake was van regulier onderhoud. Er was namelijk al 65 jaar niet gebaggerd, en dat gaf de eigenaar aanleiding om te betwisten dat het om regulier onderhoud ging. Deze stelde dan ook dat het hier ging om achterstallig onderhoud waarvoor de gedoogplicht van art. 5.23 Waterwet niet kan worden ingezet.
In de Memorie van Toelichting bij artikel 5.23 Waterwet is vermeld dat onder reguliere onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan waterstaatswerken onder meer vallen het herstellen van beschadigingen aan waterkeringen, het uitvoeren van onderhoudsbaggerwerkzaamheden om wateren op de vereiste leggerdiepte te houden of ter verbetering van de water(bodem)kwaliteit, het herstellen van oeverafschuivingen, het plegen van onderhoud en het verrichten van reparaties aan stuwen en gemalen. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt daaruit dat de term regulier onderhoud niet moet worden opgevat in de beperkte zin die eiser voorstaat. Dat betekent dat het Waterschap niet onrechtmatig heeft gehandeld door de baggerspecie te deponeren op de percelen van eiser.
De vorderingen op basis van onrechtmatige daad worden door de rechtbank dus afgewezen.

Nadeelcompensatie bij de civiele rechter?
De Waterwet bevat een eigen nadeelcompensatieregeling, te weten art. 7:14 Waterwet.
De rechtbank was van oordeel dat het Waterschap het verzoek van de eigenaar om vergoeding van zijn schade had moeten aanmerken als een verzoek om nadeelcompensatie op basis van art. 7:14 Waterwet. Het Waterschap moet de claim nu alsnog op basis van deze schaderegeling in behandeling nemen. De reactie van het Waterschap op een dergelijk verzoek (een aanvraag in de zin van art. 1:3 Awb) is een besluit waartegen bestuursrechtelijk bezwaar en beroep open staat. Ook indien het Waterschap niet of niet op tijd reageert staat daartegen een bestuursrechtelijke procedure open (zie art. 4:13 en art. 6:2 Awb). Overeenkomstig vaste rechtspraak van de Hoge Raad, zoals de uitspraak van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC0256) is de bestuursrechter in dat geval bevoegd ter zake van de beoordeling van de schadeveroorzakende uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid. De taakverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter brengt dan mee dat de burgerlijke rechter het oordeel, of een belanghebbende op grond van het égalité-beginsel recht heeft op vergoeding van schade die hij heeft geleden als gevolg van de uitoefening van de bevoegdheid door het bestuursorgaan, dient over te laten aan de bestuursrechter. Hieruit vloeit voort dat eiser niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering voor zover die is gebaseerd op rechtmatig handelen van het Waterschap.

Conclusie
De vordering van de eigenaar op grond van onrechtmatige daad wordt dus afgewezen, omdat het Waterschap niet onrechtmatig had gehandeld. De vordering tot betaling van nadeelcompensatie is bij de burgerlijke rechter niet-ontvankelijk omdat hiervoor een speciale bestuursrechtelijke grondslag en rechtsgang bestaan. De eigenaar zal dus alsnog moeten proberen om zijn schade via bestuursrechtelijke weg vergoed te krijgen.

Voor de vraag via welke rechtsgang men schade door  overheidsoptreden vergoed kan krijgen is het dus niet alleen van belang of er sprake is van schade door feitelijk handelen of schade door een besluit, maar ook of er in het specifieke geval is voorzien in een nadeelcompensatieregeling. Indien er een wettelijke grondslag is voor nadeelcompensatie (zoals bijvoorbeeld art. 7.14 Waterwet of een gemeentelijke nadeelcompensatieregeling) is men dus steeds aangewezen op de bestuursrechtelijke route, ook al gaat het om schade door feitelijk handelen.

Heeft u vragen over de Waterwet en/of nadeelcompensatie? Bel of e-mail met mr. Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars, specialisten op het gebied van nadeelcompensatie.