De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Schade van derde belanghebbenden in onteigening

Schade van derde belanghebbenden in onteigening

Derde belanghebbenden staan onterecht met lege handen na recent onteigeningsvonnis van de rechtbank Rotterdam.
Auteur artikel Ilona Termaat
Gepubliceerd 25 februari 2021
Laatst gewijzigd 25 februari 2021
Leestijd 

Schade van derde belanghebbenden in onteigeningsprocedures

Voor de aanleg van een nieuwe rijksweg werden er in de gemeente Rotterdam een aantal percelen (gedeeltelijk) onteigend. Op 11 november 2020 deed de rechtbank Rotterdam uitspraak in de onteigeningsprocedure (ECLI:NL:RBROT:2020:10266). In het vonnis wordt, zoals gebruikelijk, toegelicht welk bedrag de eigenaar als schadevergoeding toegewezen krijgt. Opvallend is echter wat de rechtbank overweegt met betrekking tot de derde belanghebbenden:

De NAM, de Gasunie en ING Bank zijn niet tussengekomen en hebben daarom in het kader van de onteigening geen recht op een afzonderlijke schadevergoeding.
(r.o. 2.29).

Dit oordeel van de rechtbank valt echter niet te verenigingen met de literatuur en jurisprudentie van de Hoge Raad.

De rol van de derde belanghebbende in de onteigeningsprocedure

De in het koninklijk besluit aangewezen (mede-)eigenaar wordt door de onteigenende partij in de procedure gedagvaard. Die dagvaarding wordt ook betekend aan de bekende derde belanghebbenden (artikel 18 lid 5 Onteigeningswet). Een derde belanghebbende is – zo blijkt uit artikel 3 en 4 Ow – bijvoorbeeld iemand die een zakelijk recht zoals een recht van opstal op de te onteigenen zaak heeft. Bij de betekening van de dagvaarding aan de derde belanghebbende wordt die erop gewezen dat hij kan tussenkomen in de procedure (artikel 18 lid 8 jo. artikel 3 lid 2 Ow). De Onteigeningswet kent echter geen verplichting voor de derde belanghebbende om tussen te komen.

Een derde die tussenkomt is een procespartij en dus kan aan hemzelf een schadevergoeding worden toegewezen. Dat betekent nog niet dat de derde belanghebbenden zonder tussen te komen geen recht heeft op een schadevergoeding. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een uitspraak van de Hoge Raad van 28 juni 1989: “interventie door een derde-belanghebbende is niet verplicht. De Rb. moet de schadeloosstellingen (en voorschotten) vaststellen ten behoeve van alle verweerders en derde-belanghebbenden, niet slechts voor diegenen, die in de procedure zijn tussengekomen” (ECLI:NL:HR:1989:AD0839, NJ 1990/285).

Oftewel: ook van een niet-tussengekomen derde moet de schade worden vastgesteld.

Dat bedrag wordt dan aan de eigenaar betaald, die vervolgens het aan de derde toekomende bedrag aan de derde moet voldoen; Hoge Raad 5 december 1990 (ECLI:NL:HR:1990:AB9255, NJ 1991/352). Deze gang van zaken lijkt wel enigszins omslachtig. Op welke manier het bedrag echter ook bij de derde terecht komt, uit bovenstaande blijkt in ieder geval dat de derde zijn recht op schadevergoeding niet verliest door niet tussen te komen.

Deze ‘uitbetalingsmethode’ geldt ook in gevallen van economische eigendom: de schade van de economisch eigenaar wordt door de rechter vastgesteld en vervolgens voldaan aan de juridische eigenaar. Opvallend verschil is dat de economische eigendom geen zakelijk recht is, en de economische eigenaar in een onteigeningsprocedure dus niet kan tussenkomen. Klik hier voor een blogartikel van advocaat Joske Hagelaars met meer informatie over economische eigendom in onteigeningsprocedures.

Dit alles geldt niet voor de hypotheekhouder: hoewel het recht van hypotheek een zakelijk recht is, komt de hypotheekhouder op grond van artikel 43 lid 1 Onteigeningswet geen afzonderlijke schadevergoeding toe. De rechtbank Rotterdam maakt in deze uitspraak echter geen enkel onderscheid tussen hypotheekhouder ING en de opstalrechten van de NAM en Gasunie.

Conclusie

De rechtbank moet vaststellen wat de schade is van zowel de eigenaar als van derde belanghebbende. Is die derde tussengekomen, dan is hij partij in het geding en kan de schadevergoeding direct aan hem worden toegewezen. Komt de derde niet tussen, dan vervalt daarmee niet zijn recht op schadevergoeding. Het vonnis van de rechtbank is naar onze mening in zoverre dan ook onjuist.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen over onteigeningsprocedures? Neem dan contact op met Joske Hagelaars of Ilona Termaat.