Stakingsrecht: ESH en gezichtspunten (geen drempels vooraf)

29 juli 2015
Het stakingsrecht is niet terug te vinden in de Nederlandse wetgeving. Het is gebaseerd op het Europees Sociaal Handvest (ESH) uit 1961, in het kader van de Raad van Europa (waarvan 47 Europese landen lid zijn). Nederland heeft het ESH in 1980 geratificeerd. Het ESH bevat waarborgen van een aantal sociale rechten voor werknemers, waaronder collectief handelen (artikel 6). Het ESH heeft directe werking in Nederland.Collectief actierecht van werknemersIn artikel 6 lid 4 ESH staat het recht van...
In dit artikel
Het stakingsrecht is niet terug te vinden in de Nederlandse wetgeving. Het is gebaseerd op het Europees Sociaal Handvest (ESH) uit 1961, in het kader van de Raad van Europa (waarvan 47 Europese landen lid zijn). Nederland heeft het ESH in 1980 geratificeerd. Het ESH bevat waarborgen van een aantal sociale rechten voor werknemers, waaronder collectief handelen (artikel 6). Het ESH heeft directe werking in Nederland.

Collectief actierecht van werknemers

In artikel 6 lid 4 ESH staat het recht van werknemers en werkgevers op collectief optreden in geval van belangengeschillen, waaronder het stakingsrecht. Het gaat dus om een belangen­geschil tussen werkgever(s) en werknemers.

Op 19 juni 2015 heeft de Hoge Raad in het Amsta-arrest (ECLI:NL:HR:2015:1687) uitgemaakt, dat de eisen van de aanzegplicht en het ultimum remedium niet langer zelfstandige criteria zijn voor de rechtmatigheid van een werkonderbreking en bedrijfsbezetting. Tot voor kort gold de eis, bij wege van voorvraag, dat er sprake moest zijn van een patstelling van het overleg tussen werkgever(s) en werknemers c.q. cao-partijen. Zolang hiervan geen sprake was, was een collectieve actie prematuur en dus onrechtmatig. Onderdeel van deze (oude) spelregel was, dat de collectieve actie op voorhand aangekondigd moest worden door de werknemers c.q. vakbond(en).

Van spelregels naar gezichtspunten

Het hiervoor genoemde Amsta-arrest en het Enerco-arrest van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3077) geven de nieuwe beoordelingsruimte voor het Nederlandse stakingsrecht aan. Voor een collectieve actie, waaronder een staking, gelden geen voor­waarden voor toelaatbaarheid, maar uitsluitend gezichtspunten bij de beoordeling of de actie onrechtmatig is. De beperking of het verbod van een collectieve actie vindt alleen plaats langs de weg van artikel G ESH.

Artikelen 6 lid 4 en G ESH

Indien sprake is van een collectief belangenconflict tussen werkgever(s) en werknemers, dan moeten de werkgever en derden de hierdoor ondervonden hinder of schade accepteren. Voorwaarde is dat het collectief optreden van de werknemers c.q. de vakbonden redelijker­wijs kan bijdragen aan de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Hieronder kunnen ook vallen een besmetverklaring van het lossen van een schip in de haven (Enerco), korte werkonderbrekingen en bedrijfsbezettingen (Amsta) en het beperkt uitoefenen van werkzaamheden (ambulances: niet of beperkt statussen).

Wanneer is een collectieve actie (on)rechtmatig?

Indien de organisatoren van een collectieve actie aannemelijk maken, dat de actie redelijker­wijze kan bijdragen aan doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen tussen werkgever(s) en werknemers (artikel 6 lid 4 ESH), is sprake van een rechtmatige uitoefening van het sociale grondrecht op collectieve actie. De werkgever of de derde, die eist dat de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval wordt beperkt of uitgesloten, moet aannemelijk maken dat deze beperking of uitsluiting naar de maatstaf van artikel G ESH gerechtvaardigd is. Dit laatste is slechts het geval, indien de beperkingen aan het recht op collectieve actie maatschappelijke gezien dringend noodzakelijk zijn.

Welke omstandigheden zijn nu van belang wanneer in een concreet geval moet worden beoordeeld of een collectieve actie toelaatbaar is?

Volgens de Hoge Raad zijn dit onder meer:

  • de aard en duur van de actie,

  • de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel,

  • de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en

  • de aard van die belangen en die schade.


In dit verband kan ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de spelregels zijn nageleefd (aanzegverplichting en ultimum remedium).

Collectieve actie betreft mede personen met een bijzondere kwetsbaarheid.

Tot slot noemt de Hoge Raad dat relevant is of de actie mede personen betreft met een bijzondere kwetsbaarheid. Hierbij worden genoemd: jeugdigen, gehandicapten, bejaarden, en anderen die in bijzondere mate zorg behoeven, in die zin dat de collectieve actie afbreuk doet aan de mogelijkheid van hun verzorging waardoor die personen worden blootgesteld aan het gevaar dat hun geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt geschaad.

De Hoge Raad noemt met zoveel woorden dat de collectieve actie in die situatie op grond van artikel G ESH al snel als onrechtmatig moet worden aangemerkt.

Met andere woorden, het gaat niet alleen om “patiënten”, maar om “personen met een bijzondere kwetsbaarheid zoals jeugdigen, gehandicapten, bejaarden, en anderen die in bijzondere mate zorg behoeven”. Verder spelen niet alleen gevaren voor de lichamelijke gezondheid een rol, maar ook gevaren voor de geestelijke gezondheid.

Amsta-casus

In het geschil rond zorginstelling Amsta legden verschillende werknemers verklaringen af, dat patiënten, waaronder dementerenden, angsten uitstonden vanwege het geschreeuw en het gebonk op ramen en deuren door hun verzorgers (en derden). Hierdoor lijkt aannemelijk dat kwetsbare, dementerende bejaarden blootgesteld werden aan het gevaar dat hun geestelijke gezondheid werd geschaad. Dit zal door de verwijzingsrechter (gerechtshof Den Haag) vastgesteld moeten worden op basis van de door de Hoge Raad aangegeven maatstaven en gezichtspunten.

PostNL-casus

Op 20 juli oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2015:5373) dat de zelfstandige pakketbezorgers (subcontractors) geen werknemer zijn. Zelfstandige ondernemers kunnen zich in beginsel niet beroepen op artikel 6 lid 4 ESH. Dit zou anders kunnen zijn als sprake is van schijnzelfstandigheid. Voor zover hiervan sprake mocht zijn, oordeelde de rechter dat niet voldaan wordt aan de eis van artikel 6 lid 4 ESH. Er was geen collectieve actie die redelijkerwijs kan bijdragen aan de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen.

De acties waartoe met WhatsApp-berichten werd opgeroepen en die leidden tot blokkades van verschillende depots van PostNL, lijken veel op een ‘flashmob’ waar geen of nauwelijks grip op is. Er zijn geen aanknopingspunten, aldus de rechter, die erop wijzen dat het doel van de acties is geweest om te komen tot een doeltreffende manier van collectief onderhandelen.

Slotsom

De Hoge Raad heeft in de zaken Enerco en Amsta duidelijk gemaakt dat uitoefening van het collectieve actierecht niet beperkt wordt door spelregels die als drempel vooraf fungeren voor de beoordeling van de rechtmatigheid van een collectieve actie/staking. De rechter dient alle relevante omstandigheden af te wegen bij de beoordeling of een collectieve actie rechtmatig is, waaronder de bedoelde spelregels als gezichtspunten. Beperking van het collectieve actierecht van werknemer en vakbonden is alléén mogelijk indien dit dringend noodzakelijk is, omdat de bescherming van rechten en vrijheden van anderen en de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden noodzakelijk is. In de zorg, waar het vrijwel altijd gaat om personen met een bijzondere kwetsbaarheid (lichamelijk of geestelijk) zal op grond van artikel G ESH al snel geconcludeerd worden tot onrechtmatigheid.

Gerelateerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen