Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

7 april 2026

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn loontransparantie (Richtlijn (EU) 2023/970). In dat advies onderschrijft de Raad van State het belang van gelijke beloning, maar plaatst zij tegelijkertijd fundamentele kanttekeningen bij de uitwerking van het voorstel. Daarmee wordt duidelijk dat de implementatie juridisch noodzakelijk is, maar op onderdelen nog vragen oproept over effectiviteit, uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid.

Aletha Dera-ten Bokum
Aletha Dera-ten Bokum
Advocaat - Associate Partner
In dit artikel

In dit kennisartikel bespreken wij de belangrijkste aandachtspunten uit het advies van de Raad van State en wat deze betekenen voor de praktijk.

Doelmatigheid en effectiviteit: hoge verwachtingen, beperkte onderbouwing

De Raad van State merkt op dat het wetsvoorstel een ingrijpend instrumentarium introduceert om loonverschillen tussen mannen en vrouwen te verkleinen, maar dat onvoldoende duidelijk is hoe effectief deze maatregelen daadwerkelijk zullen zijn. Hoewel transparantie kan bijdragen aan bewustwording, volgt uit de toelichting niet in welke mate dit ook leidt tot concrete gedragsverandering binnen organisaties.

Daar komt bij dat de wetgever weinig inzicht geeft in de wijze waarop het succes van de regeling zal worden geëvalueerd. De Raad van State wijst erop dat wetgeving op zichzelf geen garantie biedt voor verandering in de praktijk. Daarom adviseert de Raad van State om in de toelichting realistischer in te gaan op de te verwachten effectiviteit en om beter te onderbouwen hoe de maatregelen bijdragen aan het beoogde doel.

Regeldruk en uitvoerbaarheid: zware last voor werkgevers

De Raad van State merkt vervolgens op dat de voorgestelde maatregelen aanzienlijke administratieve lasten met zich brengen voor werkgevers. Het opstellen van loonrapportages, het uitvoeren van loonevaluaties en het inrichten van functiewaarderingssystemen vergen substantiële inspanningen.

Daarnaast wijst de Afdeling op een praktisch probleem: loonverschillen moeten vaak statistisch worden geduid, maar het is onduidelijk in hoeverre van werkgevers kan worden verwacht dat zij deze analyses zelf op een consistente en juridisch houdbare manier uitvoeren.

Tegen deze achtergrond merkt de Raad van State op dat de richtlijn ruimte biedt om loonrapportages (deels) centraal te laten opstellen door een overheidsinstantie. Die optie wordt in het wetsvoorstel niet benut, terwijl dit de regeldruk zou kunnen beperken en de vergelijkbaarheid van gegevens zou vergroten.

De Afdeling adviseert daarom om deze keuze beter te motiveren en om nader te onderzoeken hoe de lasten voor werkgevers kunnen worden verminderd.

Toezicht: vooral administratief en beperkt effectief

Ten aanzien van de handhaving merkt de Raad van State op dat het toezicht van de Arbeidsinspectie naar verwachting vooral administratief van aard zal zijn. In de praktijk betekent dit dat wordt gecontroleerd of een rapportage aanwezig is, maar niet of deze inhoudelijk juist is.

De Arbeidsinspectie verwacht zelf dat dit toezicht slechts beperkt effectief zal zijn. Daarmee komt de effectiviteit van het handhavingsmechanisme onder druk te staan.

Hoewel de Raad van State hier geen expliciete wetswijziging voorschrijft, ligt in het advies besloten dat de wetgever beter moet reflecteren op de vraag hoe toezicht daadwerkelijk kan bijdragen aan het doel van de wet.

Implementatie en Unierecht: spanning met de richtlijn

Een belangrijk juridisch punt betreft de implementatietermijn. De Raad van State merkt op dat de richtlijn uiterlijk op 7 juni 2026 moet zijn omgezet, terwijl het kabinet inzet op inwerkingtreding per 1 januari 2027. De toelichting gaat niet in op de mogelijke gevolgen van deze overschrijding. Dat is opvallend, omdat een te late implementatie juridische consequenties kan hebben, zoals mogelijke aansprakelijkheid van de Staat en, onder omstandigheden, rechtstreekse werking van bepalingen uit de richtlijn. In een eerder kennisartikel gingen wij al uitgebreider in op deze risico’s

Daarnaast wijst de Raad van State erop dat het wetsvoorstel werkgevers met 150 werknemers of meer verplicht om voor het eerst uiterlijk op 7 juni 2028 te rapporteren, terwijl de richtlijn daarvoor expliciet 7 juni 2027 voorschrijft en geen ruimte biedt voor een latere datum.

De Raad van State adviseert daarom om in de toelichting expliciet in te gaan op de gevolgen van de termijnoverschrijding.

Governance en uitvoering: onduidelijkheid over het monitoringsorgaan

De Raad van State merkt verder op dat het wetsvoorstel onvoldoende duidelijkheid biedt over het monitoringsorgaan dat op grond van de richtlijn moet worden aangewezen. Hoewel wordt gedacht aan een onderdeel van het ministerie van SZW, is nog onzeker of deze organisatie de taken daadwerkelijk kan uitvoeren.

Deze onzekerheid raakt direct aan de uitvoerbaarheid van het stelsel. Daarom adviseert de Raad van State om sneller duidelijkheid te bieden over de inrichting van het monitoringsorgaan en, indien de uitvoering binnen het ministerie wordt belegd, dit expliciet in de wet te regelen.

Privacy en registratie: spanning met gegevensbescherming

Tot slot merkt de Raad van State op dat de verplichtingen uit het wetsvoorstel spanning kunnen opleveren met het privacyrecht. Voor de uitvoering van de rapportageverplichtingen is registratie van geslacht noodzakelijk en kunnen beloningsgegevens tot individuen herleidbaar zijn. Daarnaast bestaat onduidelijkheid over de positie van non-binaire werknemers en de wijze waarop zij in de systematiek moeten worden betrokken.

Ook wijst de Raad van State erop dat de toelichting meerdere grondslagen aanwijst voor de verwerking van persoonsgegevens, zonder te verduidelijken welke grondslag van toepassing is. De meest passende grondslag lijkt de noodzaak om te voldoen aan een wettelijke verplichting (artikel 6 lid 1 sub c AVG).

De Raad van State adviseert om deze punten nader te verduidelijken, zodat werkgevers weten hoe zij binnen de grenzen van de AVG aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

Conclusie

Het advies van de Raad van State maakt duidelijk dat het wetsvoorstel inhoudelijk aansluit bij de Europese verplichtingen, maar op meerdere punten nog nadere uitwerking behoeft. Met name de effectiviteit, uitvoerbaarheid en juridische consistentie vragen om aanscherping.

Voor de praktijk betekent dit dat de contouren van het nieuwe stelsel duidelijk zijn, maar dat de uiteindelijke impact sterk zal afhangen van de wijze waarop deze kritiekpunten in de definitieve wetgeving worden verwerkt.

Wilt u weten wat dit concreet betekent voor uw organisatie en hoe u zich hierop kunt voorbereiden? Tijdens ons seminar op 21 mei 2026, “Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?”, nemen wij u in korte tijd mee langs de belangrijkste verplichtingen, risico’s en praktische aandachtspunten.

Voor meer informatie en aanmelden, zie: Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Gerelateerd

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...

Te late implementatie Richtlijn gelijke beloning: wat zijn de juridische gevolgen?

Nederland gaat de implementatiedeadline van Richtlijn (EU)2023/970 niet halen. De Europese Commissie heeft herhaaldelijk benadrukt dat zij verwacht dat...

Regeerakkoord 2026–2030: wat betekenen de plannen voor arbeid en pensioen?

Op 30 januari 2026 hebben D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord ‘Aan de slag’ gepresenteerd. Het akkoord bevat een breed pakket aan voorgenomen maatregelen op...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.