Zoeken
  1. Titelzuiverende werking van ruilverkaveling

Titelzuiverende werking van ruilverkaveling

In een procedure bij de rechtbank Oost-Brabant is een oudvaderlands voorpootrecht aan de orde. De gedaagde in die procedure stelt dat ondanks de titelzuiverende werking van de ruilverkaveling het oudvaderlands voorpootrecht in stand is gebleven. De rechtbank oordeelt dat een voorpootrecht bij ruilverkaveling gelet op de titelzuiverende werking teniet gaat, tenzij het voorpootrecht in de akte van toedeling wordt vermeld.
Auteur artikelJosé Jochemsen-Vernooij (uit dienst)
Gepubliceerd23 juli 2018
Laatst gewijzigd23 juli 2018
Leestijd 

Casus
In 1696 is aan de bewoners van, wat nu is, de gemeente Sint-Michielsgestel het voorpootrecht toegekend. Het voorpootrecht is een oud zakelijk recht waarmee de rechthebbende houtgewas op het aangrenzende erf van een ander (bijvoorbeeld een berm) in eigendom heeft. Maar ook van dat houtgewas de vruchten trekt en bevoegd is het houtgewas door een ander te vervangen.


Ruim 300 jaar later vindt er een ruilverkaveling plaats op een aantal percelen, waaronder de berm naast het perceel van gedaagde (hierna: “het Perceel”) waar voorheen een voorpootrecht op rustte. Bij de ruilverkaveling is het voorpootrecht niet opgenomen in de akte van toedeling. De gedaagde heeft de beuken op het aangrenzende erf gesnoeid. De bomen zijn hierdoor vernietigd. De gemeente vordert daarvoor een schadevergoeding, omdat gedaagde geen voorpootrecht meer zou hebben. Dit voorpootrecht zou door de titelzuiverende werking van de ruilverkaveling teniet zijn gegaan. Hierover zijn de gemeente en de gedaagde in een procedure beland.


Oordeel rechtbank
De rechtbank Oost-Brabant geeft in het vonnis van 27 juni 2018 aan dat uit de literatuur en jurisprudentie blijkt dat oudvaderlandse rechten, zoals een voorpootrecht, gehandhaafd kunnen blijven ondanks een ruilverkaveling. Wanneer een akte van toedeling, waarin het oude zakelijke recht is opgenomen, wordt ingeschreven, is het op dat moment bestaande zakelijke recht vernieuwd. Een oudvaderlands recht komt dus niet per definitie te vervallen. Een voorwaarde is dat het oude recht in de akte van toedeling moet worden opgenomen, wil dit recht blijven voortbestaan. Dit sluit aan op het gesloten systeem van de wijze waarop zakelijke rechten teniet kunnen gaan.


In het geval van de gedaagde is het voorpootrecht niet opgenomen in de akte van toedeling. Dit is, zo oordeelt de rechtbank, de oorzaak voor het tenietgaan van het oudvaderlandse recht. Het verweer van gedaagde dat het oudvaderlands recht per abuis niet in de akte van toedeling is opgenomen, gaat niet op. Het enkele feit dat op omliggende percelen nog wel een voorpootrecht rust, is onvoldoende om aan te tonen dat het hier gaat om een fout.


Conclusie
Uit de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant kunnen we opmaken dat het opnemen van een oudvaderlands recht in het geval van ruilverkaveling noodzakelijk is voor het voortbestaan van dit recht. Wanneer er eenmaal een herverkaveling heeft plaatsgevonden is de titel onaantastbaar. Het feit dat een van de rechtshandelingen voorafgaand aan de herverkaveling gebreken vertonen, doet hier niets aan af.
Deze uitspraak bevat een heldere boodschap. Zorg dat de rechten altijd zijn opgenomen in de akte van toedeling. Wordt dat niet gedaan, dan zal de titelzuiverende werking onomkeerbare gevolgen hebben voor oude rechten. Loopt u tegen vragen op met betrekking tot ruilverkaveling of oudhollandse rechten, neem dan contact op met José Jochemsen-Vernooij.