Toch geen cumulatie WNT en transitievergoeding?

23 juni 2016
In dit eerdere artikel gaf mijn collega Henk Hoving al aan dat het in bepaalde gevallen mogelijk was om een topfunctionaris zowel een transitievergoeding als een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband op grond van de WNT toe te kennen. Afgelopen week besliste de rechtbank Amsterdam over de vraag of deze cumulatie is toegestaan.[1]Juridisch kaderOp grond van de WNT mag aan een topfunctionaris een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband worden uitgekeerd van ten hoogste 7...
Annelinde Janssen
Annelinde Janssen
Advocaat - Senior
In dit artikel

In dit eerdere artikel gaf mijn collega Henk Hoving al aan dat het in bepaalde gevallen mogelijk was om een topfunctionaris zowel een transitievergoeding als een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband op grond van de WNT toe te kennen. Afgelopen week besliste de rechtbank Amsterdam over de vraag of deze cumulatie is toegestaan.[1]



Juridisch kader


Op grond van de WNT mag aan een topfunctionaris een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband worden uitgekeerd van ten hoogste 75.000 euro. Uit artikel 1.1 sub i WNT volgt dat buiten de reikwijdte van artikel 2.10 WNT de uitkeringen die voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde cao of een wettelijk voorschrift vallen. De aanspraak op de transitievergoeding volgt uit artikel 7:673 BW, een wettelijk voorschrift. Hierdoor is het mogelijk om een topfunctionaris naast de 75.000 euro op grond van de WNT, ook een transitievergoeding toe te kennen van maximaal 75.000 euro (of een jaarsalaris).


Een uitzondering op deze cumulatie volgt uit het Besluit overgangsrecht transitievergoeding. Indien sprake is van een afspraak over een ontslagvergoeding van een topfunctionaris die dateert van vóór 1 juli 2015, dan geldt dat de topfunctionaris moet kiezen tussen de transitievergoeding of de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband op grond van de WNT. Tot zover het juridisch kader. Nu de uitspraak van de rechtbank Amsterdam.


Casus


In deze zaak ging het om een statutair directeur die werd ontslagen door de betreffende Raad van Toezicht. In de arbeidsovereenkomst was een beëindigingsregeling opgenomen in artikel 6.2. Dit artikel luidde:


Ingeval de Arbeidsovereenkomst eindigt door opzegging van Werkgever zal Werknemer gerechtigd zijn tot een – afhankelijk van de omstandigheden rond en ten tijde van de beëindiging van de Arbeidsovereenkomst in redelijkheid vast te stellen – beëindigingsvergoeding.”


Partijen zijn in gesprek geraakt over betreffende beëindigingsvergoeding, waarbij de werkgever aangaf een vergoeding te willen toekennen van 75.000 euro bruto, plus 8000 euro outplacementkosten, 2000 euro voor financieel advies en de kosten voor rechtsbijstand. Partijen hebben bij de rechtbank een gezamenlijk verzoek ingediend op grond van artikel 96 Rv over de vraag of de componenten van de tussen de partijen te treffen beëindigingsregeling passen binnen de wettelijke normering van de WNT. Voor dit artikel is de vraag van belang of transitievergoeding en de vergoeding vanuit de WNT mogen cumuleren.


Overwegingen


De rechtbank overweegt dat het Besluit overgangsrecht transitievergoeding hier niet van toepassing is, omdat de vergoeding uit artikel 6.2 van de arbeidsovereenkomst dermate onbepaald is, dat er geen sprake is van een afspraak daterend van vóór 1 juli 2015. Vervolgens overweegt de rechtbank dat de wettekst van de WNT lijkt te ondersteunen dat cumulatie mogelijk is, naar mijn mening tot zover het juiste oordeel.


De rechtbank gaat verder met de overweging dat de bedoeling van de WNT is geweest dat tussen partijen overeen te komen vergoedingen bij de beëindiging van het dienstverband in de sectoren bestreken door de WNT aan banden zouden worden gelegd. Het is daarbij volgens de rechtbank niet te verenigen dat partijen naast de transitievergoeding nog een beëindigingsvergoeding zouden mogen afspreken en dat deze uitkeringen mogen cumuleren. Dit zou in strijd zijn met de bedoeling van de WNT. Daarbij komt dat de transitievergoeding de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband compenseert en (grotendeels) in de plaats is gekomen van de billijke vergoeding die voorheen onder artikel 7:685 BW door de kantonrechter kon worden toegekend, terwijl de huidige billijke vergoeding aan vergaande beperkingen (met betrekking tot de gevallen waarin deze mag worden toegekend) onderhevig is geworden. Tot slot overweegt de rechtbank dat bij de transitievergoeding een rechtstreeks verband is met de gevolgen van het ontslag, net zoals dat bij de beëindigingsvergoeding uit artikel 2.10 WNT het geval is. Op grond van deze overwegingen komt de rechtbank tot de conclusie dat de transitievergoeding en de vergoeding wegens beëindiging van het dienstverband uit de WNT niet mogen cumuleren, tenzij de beide bedragen tezamen onder het wettelijk maximum uit de WNT blijven.


Volgens de rechtbank betekent dit verbod op cumulatie echter niet dat de transitievergoeding wordt genormeerd door de WNT, in die zin dat de transitievergoeding het maximum van 75.000 euro te boven mag gaan, indien de vergoeding op grond van artikel 7:673 BW tot een hoger bedrag leidt. De ratio hierachter is de rechtszekerheid: een recht dat later is ontstaan mag niet worden ontnomen.


Het oordeel van de rechtbank is mijns inziens onjuist. Uit de wettekst volgt immers dat deze vergoedingen mogen cumuleren, waardoor de rechtbank deze wettekst had moeten volgen. De ratio van de WNT doet daar naar mijn mening niet aan af. Voor de inwerkingtreding van de WWZ was het immers ook mogelijk om een hogere ontslagvergoeding toe te kennen door middel van een rechterlijke uitspraak. Het lijkt erop dat de rechtbank hier aansluit bij de eerdere reflexwerking van de WNT, ondanks dat dit niet is opgenomen in desbetreffende uitspraak. Deze ‘reflexwerking’ sluit naar mijn mening eerder aan bij de politieke wens in plaats van de juridische werkelijkheid.


Conclusie


Ondanks het oordeel van de rechtbank Amsterdam, is het naar mijn mening juridisch gezien mogelijk dat de transitievergoeding en de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband cumuleren. De rechtbank heeft de plank misgeslagen door aan te sluiten bij de politieke wens om de vergoedingen van topfunctionarissen te beperken en niet gekeken naar de juridische realiteit. Het is echter nog afwachten of andere rechters deze lijn zullen volgen. Wij houden u op de hoogte!






[1] ECLI:NL:RBAMS:2016:3672.




Gerelateerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen