Zoeken
  1. Verbetering van de rechtspositie van de woonbootbewoner?

Verbetering van de rechtspositie van de woonbootbewoner?

Minister Blok van Wonen en Rijksdienst heeft de Tweede Kamer een rapport aangeboden over de rechtspositie van woonbootbewoners. In dit rapport wordt de situatie op dit moment geschetst en worden er suggesties gedaan om de rechtspositie te verbeteren.Zoals wij eerder al opmerkten, is er in de Tweede Kamer een aantal vragen gesteld over de rechtspositie van woonbootbewoners. Het gaat met name om het feit dat als het huurders van een ligplaats betreft, zij niet dezelfde huurbescherming genieten...
Auteur artikelJohn Wijnmaalen MRICS
Gepubliceerd06 juni 2013
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Minister Blok van Wonen en Rijksdienst heeft de Tweede Kamer een rapport aangeboden over de rechtspositie van woonbootbewoners. In dit rapport wordt de situatie op dit moment geschetst en worden er suggesties gedaan om de rechtspositie te verbeteren.

Zoals wij eerder al opmerkten, is er in de Tweede Kamer een aantal vragen gesteld over de rechtspositie van woonbootbewoners. Het gaat met name om het feit dat als het huurders van een ligplaats betreft, zij niet dezelfde huurbescherming genieten als huurders van woonruimte. Naar aanleiding van een motie om de rechtsbescherming te verbeteren, is er een onderzoek uitgevoerd waarvan de resultaten gepresenteerd zijn in het rapport "Vaste grond onder de voeten. Over de rechtspositie van waterbewoners ten aanzien van de ligplaats".

Conclusies
De ongeveer 12.000 ligplaatsen in Nederland zijn eigendom van overheidspartijen (gemeenten, provincies, Rijk, waterschap), particulieren of niet-natuurlijke personen (jachthavens, recreatieschappen). Overheden kunnen gebruikmaken van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instrumenten. De niet-overheidspartijen alleen van het privaatrechtelijke instrument, in dit geval de huurovereenkomst. Overheden maken in de meeste gevallen gebruik van de precariobelasting en vergunningverlening. Het beleid in de verschillende gemeenten is echter zeer divers en niet op elkaar afgestemd. Belangen als veiligheid, een goede doorvaart, natuurwaarden en ruimtelijke ordening spelen een rol. De onderzoekers spreken in het rapport over een lappendeken van beleid, regels,  instrumenten en voorwaarden.

Er worden drie typen rechtsposities beschreven:

  • De zwakste rechtspositie is voor een woonbootbewoner met een huurovereenkomst met een private eigenaar van de ligplaats. Er is vrijwel geen bescherming, behalve door het algemene overeenkomstenrecht en de eisen van redelijkheid en billijkheid. De regels van huurbescherming voor woonruimte uit het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing.

  • Indien een woonbootbewoner een huurovereenkomst is aangegaan met een overheidspartij is de rechtspositie iets sterker. De overheid dient zich immers te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

  • De sterkste positie is er volgens de onderzoekers voor de bewoners die uitsluitend te maken hebben met publiekrechtelijke toestemming van een overheidspartij.


In geen van deze situaties is de rechtspositie van de woonbootbewoner als gelijkwaardig te kwalificeren aan de rechtspositie van de bewoner van een woning.

Suggesties ter verbetering rechtspositie
De onderzoekers doen een viertal suggesties ter verbetering van de rechtspositie:

  • Het Rijk moet helderheid bieden over de status van ligplaatsen voor woonboten en het permanente karakter van wonen op het water erkennen. De combinatie van de onduidelijkheid over de status en de lokale beleidsvrijheid leidt ertoe dat de rechtspositie op dit moment van situatie tot situatie verschilt.

  • De ligplaatsen moeten verplicht worden opgenomen in het bestemmingsplan. De bewoner is zo beter beschermd, omdat het wijzigen van een bestemmingsplan aan regels gebonden is.

  • De wettelijke huurbescherming verbeteren naar analogie van het huurrecht bij woonruimte. De ligplaats kan onder het begrip 'woonruimte' worden gebracht. Dit geldt uiteraard alleen voor de gevallen waar sprake is van een huurovereenkomst.

  • Overheden zouden alleen van het publiekrechtelijke instrument gebruik mogen maken en niet meer van het privaatrecht.


Deze verbeterpunten zullen aanpassingen in de wet vereisen en daarom de nodige tijd vergen. Eenvoudiger is het om een modelhuurovereenkomst en/of modelverordening op te stellen. Dit zal echter veel minder effectief zijn. In het rapport worden de suggesties nader uitgewerkt en worden de voor- en nadelen benoemd.

Minister Blok heeft aangegeven het rapport verder te zullen bespreken met betrokken partijen en na de zomer met een reactie te zullen komen.