Zoeken
  1. Vergunningvrije activiteiten in beheerplan

Vergunningvrije activiteiten in beheerplan

In een beheerplan kunnen handelingen en ontwikkelingen worden beschreven die de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet in gevaar brengen. Daaraan kunnen voorwaarden worden gesteld. De omschrijving moet voldoende rechtszekerheid bieden voor eigenaren en gebruikers. Een aanduiding die “van kleur kan verschieten” voldoet daar niet aan en wordt vernietigd door de Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak 16 maart 2018 ECLI:NL:RVS:2018:891)Onder de werking van de Natuurbeschermingswe...
Auteur artikelMaarten Baneke (uit dienst)
Gepubliceerd26 maart 2018
Laatst gewijzigd26 maart 2018
Leestijd 
In een beheerplan kunnen handelingen en ontwikkelingen worden beschreven die de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet in gevaar brengen. Daaraan kunnen voorwaarden worden gesteld. De omschrijving moet voldoende rechtszekerheid bieden voor eigenaren en gebruikers. Een aanduiding die “van kleur kan verschieten” voldoet daar niet aan en wordt vernietigd door de Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak 16 maart 2018 ECLI:NL:RVS:2018:891)

Onder de werking van de Natuurbeschermingswet 1998 stelden de staatssecretaris van Economische Zaken (nu: de minister van Landbouw, Natuur en Visserij) en Gedeputeerde Staten van Overijssel het beheerplan “Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek” vast. In dat beheerplan was een beschrijving opgenomen van handelingen en ontwikkelingen in het gebied en daarbuiten die het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura-2000 gebied niet in gevaar zouden brengen. Het beheerplan kende als bijlage een tabel “toetsing bestaand gebruik”. Daarin werd per activiteit aangegeven welke effecten bepaalde vormen van bestaand gebruik op de instandhoudingsdoelstellingen zouden hebben. Bestaand gebruik waarvan vast stond dat dit geen effecten op de instandhoudingsdoelstellingen zou hebben, waren vergunningvrij. Dat betekent dat daarvoor geen vergunning als bedoeld in art. 19d Natuurbeschermingswet 1998 nodig zou zijn.

De tabel kende echter ook een zogenaamde beige activiteitensoort. Volgens het beheerplan mochten die activiteiten voorlopig worden voortgezet, in ieder geval tot uit nader onderzoek zou blijken dat als gevolg daarvan significant negatieve gevolgen zouden kunnen optreden voor het Natura-2000 gebied. De aanduiding luidde:

“Mogelijk een (significant) negatief effect heeft en dat onvoldoende informatie beschikbaar is voor effectbeoordeling. Bestaande activiteiten kunnen voorlopig worden voortgezet, mits ongewijzigd. Als uit onderzoek significant negatieve effecten blijken, dan geldt een aanschrijvingsbevoegdheid of vergunningplicht conform Nb-wet 1998.”


Als dat het geval zou blijken te zijn zouden die activiteiten “van kleur verschieten” naar “rode” activiteiten, die niet waren vrijgesteld van de vergunningplicht. Op dat moment zouden degenen die die activiteiten uitvoerden een aanschrijving kunnen krijgen van GS om de activiteit te beëindigen.

De grondeigenaren/exploitanten van betrokken bedrijven betoogden dat dit in strijd was met de rechtszekerheid. Zij kregen van de Raad van State gelijk:

“Naar het oordeel van de Afdeling verhoudt een tussenvorm tussen vergunningvrij en vergunningplichtig als de beige categorie zich niet goed tot de regeling uit de Nbw 1998, die inhoudt dat de activiteiten in een beheerplan wel of niet van de vergunningplicht kunnen worden ontheven.”


De categorie met de hierboven geciteerde aanduiding werd daarom door de Raad van State vernietigd. De Raad van State voegde daaraan toe, dat als gevolg van die vernietiging de beschreven activiteiten niet als activiteiten konden gelden die het bereiken van de instandhoudingsdoelstelling niet in gevaar brengen (en dus vergunningvrij waren).

De appellanten raakten dus van de regen in de drup: door de vernietiging van de rechtsonzekere aanduiding ontstond er rechtszekerheid; maar wel met een negatief effect voor de appellanten. Zij moesten voor die activiteiten alsnog een vergunning aanvragen. Tenzij de staatssecretaris en GS natuurlijk alsnog het beheerplan repareren en de activiteiten zonder verdere voorbehouden als vergunningvrij omschrijven.

Ter vermijding van misverstanden: het bovenstaande doet er niet aan af dat bij de omschrijving van vergunningvrije activiteiten wel voorwaarden kunnen worden opgenomen in het beheerplan. De activiteiten zijn vergunningvrij, mits aan die voorwaarden wordt voldaan. Gebeurt dat niet, dan worden zij alsnog vergunningplichtig. Maar dat heeft de grondeigenaar/exploitant als het goed is in eigen hand.

Wet natuurbescherming
Deze kwestie speelde onder de werking van de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Daarin is de regeling grotendeels hetzelfde. Art. 2.9 bepaalt dat het verbod (om zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten etc.) niet van toepassing is op projecten of andere handelingen die zijn beschreven in een beheerplan. De nieuwe wet voegt daar alleen wel als eis aan toe, dat voor het betreffende onderdeel van het beheerplan een “Passende Beoordeling” is uitgevoerd en bovendien het bestuursorgaan dat het plan heeft vastgesteld bevoegd is om een vergunning te verlenen. Art. 2.9 geldt niet alleen voor beheerplannen maar ook voor andere programma’s als bedoeld in de Wet natuurbescherming.

Conclusie
Aan de vaststelling van beheerplannen gaat veel onderzoek vooraf. Vaststelling van beheerplannen heeft in Nederland, door allerlei omstandigheden en ook door bewuste keuzes, veel langer geduurd dan volgens de Europese richtlijnen en de Natuurbeschermingswet 1998 de bedoeling was. Niettemin blijkt het voor te komen dat ten tijde van de vaststelling met betrekking tot bepaalde activiteiten nog niet kan worden beoordeeld of zij significante effecten of verslechteringen zullen veroorzaken. Dan kunnen zij dus niet als vergunningvrij in het beheerplan worden opgenomen. Dat mag immers alleen, als na een Passende Beoordeling met zekerheid is komen vast te staan dat er geen significante effecten of verslechteringen zullen optreden. Zolang dat niet vast staat, blijft de vergunningplicht gelden.

Wilt u meer weten over de Wet natuurbescherming? Neem dan contact op met Maarten Baneke.