Zoeken
  1. Verloop van een civiele procedure in Duitsland

Verloop van een civiele procedure in Duitsland

Nederlanders en Duitsers drijven veel handel met elkaar. Meestal zijn de verhoudingen goed en profiteren beide partijen van de samenwerking. Indien er echter een conflict ontstaat, dan wordt een civiele procedure in Duitsland in sommige gevallen onvermijdelijk. Wanneer u in Duitsland een civiele procedure wilt starten of partij wordt bij een procedure, dan is het goed om te weten dat het Duitse procesrecht op bepaalde punten wezenlijk afwijkt van het Nederlandse.
Auteur artikelSusanne Hermsen-Pfeiffer
Gepubliceerd28 augustus 2018
Laatst gewijzigd28 augustus 2018
Leestijd 

Procedure in eerste aanleg

De civiele procedure start met het indienen van een dagvaarding (Klageschrift). Hierin geeft de eiser (Kläger) aan wat zijn vordering is, waar de vordering op is gebaseerd en waarom de verweerder (Beklagte) gehouden is om aan de vordering te voldoen. Het Klageschrift moet in het Duits worden opgesteld en bij de bevoegde Duitse rechtbank worden ingediend. Ook moet de eiser aan de rechtbank een Prozesskostenvorschuss betalen, dus een voorschot op de proceskosten. Als de waarde van de zaak minder is dan € 5.000 dan is de bevoegde rechtbank in eerste aanleg het Amtsgericht en geldt geen verplichting om zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat. Is de waarde van de zaak daarentegen meer dan € 5.000, dan is het Landgericht bevoegd en moet u zich laten bijstaan door een advocaat. In huur- en arbeidszaken is het Amtsgericht bij uitzondering bevoegd. Anders dan in Nederland draagt niet de eiser zorg voor de betekening van de dagvaarding, maar doet de rechtbank dit. Als de gedaagde zijn woonplaats of zetel in Nederland heeft, dan is ook een vertaling naar het Nederlands vereist. Indien een vertaling ontbreekt, dan heeft de gedaagde een weigeringsrecht. Nadat het Klageschrift bij de verweerder is betekend, krijgt de verweerder twee tot vier weken de tijd om aan te geven of hij tegen de vordering verweer wil voeren. Reageert hij niet binnen de gestelde termijn, dan volgt een verstekvonnis (Versäumnisurteil). Indien de verweerder aangeeft tegen de vordering verweer te willen voeren, dan krijgt hij nogmaals een termijn om een conclusie van antwoord (Klageerwiderung) in te dienen. Hierin geeft de verweerder aan waarom hij het met de vordering niet eens is. Net als in Nederland is het hierbij ook mogelijk om in het kader van een Widerklage een tegenvordering in te stellen. Hierbij geldt echter de bijzonderheid dat het indienen van een tegenvordering in Duitsland het griffierecht verhoogt. De eiser kan middels een repliek schriftelijk op de conclusie van antwoord reageren, waarna de verweerder ook daarop weer schriftelijk mag reageren (dupliek). Ook hierna blijft het mogelijk dat over en weer conclusies worden ingediend.

Na de eerste schriftelijke ronde zal de rechter een Gütetermin gelasten. Tijdens deze hoorzitting wijst de rechter partijen op verschillende juridische aspecten en is er ruimte om eventueel tot een schikking te komen. Ook geeft de rechter dan aan hoe hij op dat moment tegen de zaak aankijkt. Hierdoor kunnen partijen een betere inschatting maken van de kans van slagen.

Indien de Gütetermin niet tot een oplossing heeft geleid, vindt de Hauptverhandlung plaats. Tijdens deze zitting brengen de advocaten hun verzoeken (Anträge) naar voren. Ook na de Haupttermin kunnen partijen nog over en weer stukken indienen. Een ander kenmerkend verschil met Nederland is dat de Duitse rechter tijdens de hele procedure een veel actievere rol inneemt. Zo gaat de Duitse rechter actief op zoek naar een oplossing en is hij volgens de wet verplicht om partijen op processuele en inhoudelijke mankementen  te wijzen.

Bewijslevering

Daarnaast is ook de zogenaamde Beweisaufnahme een punt van aandacht. Indien de rechter vaststelt dat bepaalde punten strijdig zijn (wat in een procedure vaak voorkomt), dan wordt gekeken of partijen voor hun stellingen voldoende bewijs hebben geleverd. Als dat niet het geval is, dan geeft de rechter aan die partij een termijn om het gevraagde bewijs in te dienen. Vaak krijgt een partij dan een zogenaamde Verfügung, waarin de rechter bepaalt dat de partij een voorschot voor de kosten van een deskundigen- of getuigenverhoor vooraf dient te betalen. Doet de betreffende partij dit niet, dan loopt deze het risico de zaak op grond van bewijstechnische redenen te verliezen. In Nederlandse procedures is in principe elk bewijsmiddel toegestaan. In Duitsland kunnen daarentegen alleen de volgende bewijsmiddelen in het geding worden gebracht:

  • Schriftelijk bewijs
  • Partijgetuige
  • Getuigenbewijs
  • Deskundigenbewijs
  • Waarnemingen door de rechter

Einde van de procedure

De procedure in eerste aanleg eindigt in de regel doordat de rechter een vonnis wijst. In dit Urteil staat of de vordering(en) worden toegewezen of afgewezen. Daarnaast bevat het Urteil een uitspraak over de verdeling van de proceskosten, welke vervolgens in een Prozesskostenbeschluss in bedragen worden omgezet. In beide gevallen gaat het om een executoriale titel die door een deurwaarder (Gerichtsvollzieher) ten uitvoer kan worden gelegd. Tegen de meeste vonnissen staat hoger beroep open.

Proceskosten

De winnende partij krijgt in Duitsland vaak de wettelijke proceskosten volledig vergoed. Op de website van de Duitse advocatenvereniging (DAV) kunnen ondernemers zelf een proefberekening maken van de verwachte proceskosten en zo een inschatting krijgen van het proceskostenrisico. Wat de griffiekosten betreft, geldt dat deze in Duitsland afhankelijk zijn van de waarde van de zaak, de zogenaamde Streitwert. Zoals al eerder genoemd, verhoogt ook een tegenvordering de griffiekosten.

Hoger beroep

Tegen vonnissen in eerste aanleg staat meestal hoger beroep open. Indien tegen een vonnis van het Amtsgericht hoger beroep wordt ingesteld, dan neemt het Landgericht het hoger beroep in behandeling. Bij een vonnis van een Landgericht in eerste aanleg, is het Oberlandesgericht de bevoegde instantie. Voor beide instanties is vertegenwoordiging door een Duitse advocaat verplicht. In hoger beroep kan worden aangevoerd dat het vonnis van de rechtbank feiten juridisch niet juist heeft gewogen. Anders dan in Nederland is het inbrengen van nieuwe feiten in hoger beroep alleen mogelijk als deze niet ook al in eerste aanleg hadden kunnen worden ingebracht.

Conclusie

Hoewel het Duitse procesrecht in grote lijnen op het Nederlandse lijkt, zijn er veel verschillen aan te wijzen. Zo draagt de rechtbank zorg voor de betekening van stukken, sturen partijen veel meer stukken naar elkaar toe en komt het bijna niet voor dat in de rechtszaal pleidooien worden gehouden. De German Desk van Dirkzwager procedeert veel in Duitsland. Graag staan wij onze cliënten daarom ook in het geval van een gerechtelijk geschil bij.