Zoeken
  1. Versterking van de positie van leveranciers (1)

Versterking van de positie van leveranciers

Iedere leverancier wil graag betaald worden voor hetgeen hij aan zijn afnemers heeft geleverd. In het huidige economische klimaat komt het helaas steeds vaker voor dat afnemers te laat of helemaal niet betalen. Gaat de afnemer vervolgens ook nog eens failliet, dan is de kans erg klein dat de leverancier zijn vordering voldaan krijgt. De positie van de leverancier wordt al rooskleuriger wanneer hij bij de levering van de zaken een eigendomsvoorbehoud heeft gemaakt. Dit betekent dat de zaken al...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd04 september 2013
Laatst gewijzigd04 september 2013
Leestijd 
Iedere leverancier wil graag betaald worden voor hetgeen hij aan zijn afnemers heeft geleverd. In het huidige economische klimaat komt het helaas steeds vaker voor dat afnemers te laat of helemaal niet betalen. Gaat de afnemer vervolgens ook nog eens failliet, dan is de kans erg klein dat de leverancier zijn vordering voldaan krijgt. De positie van de leverancier wordt al rooskleuriger wanneer hij bij de levering van de zaken een eigendomsvoorbehoud heeft gemaakt. Dit betekent dat de zaken alvast worden overhandigd aan de afnemer, maar de leverancier eigenaar blijft van die zaken totdat de afnemer de verschuldigde koopsom heeft betaald. Gaat de afnemer in zo`n geval failliet, dan kan de leverancier zijn zaken van de curator opeisen indien de koopsom nog niet is voldaan. Indien de curator de geleverde zaken wil houden, dient hij de koopsom aan de leverancier te betalen.

Het eigendomsvoorbehoud
Een eigendomsbehoud kan eenvoudig worden opgenomen in algemene voorwaarden die de leverancier gebruikt bij overeenkomsten tot levering van zaken. Daarbij dient wel te worden gelet op het feit dat de algemene voorwaarden van toepassing dienen te worden verklaard op de overeenkomst en dat ze – voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst – aan de afnemer ter hand worden gesteld. Uiteraard is het ook mogelijk om in de overeenkomst zelf te bepalen dat de zaken onder eigendomsvoorbehoud worden geleverd.

Alhoewel het eigendomsvoorbehoud de positie van de leverancier versterkt, biedt dit instrument niet altijd uitkomst. Een rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud is mogelijk in de volgende gevallen:

• voor vorderingen ter zake van de tegenprestatie voor alle door de leverancier aan de afnemer op grond van een overeenkomst geleverde of nog te leveren zaken. Het gaat dan veelal om betaling van de koopsom voor de geleverde zaken. Het is mogelijk om het eigendomsvoorbehoud uit te breiden voor nog te leveren zaken. Dit betekent dat de leverancier eigenaar blijft van zaken die al betaald zijn als er daarna opnieuw zaken worden geleverd waarvoor de koopsom nog niet is voldaan.

• voor vorderingen uit overeenkomst waarbij naast levering van zaken tevens het verrichten van bepaalde werkzaamheden is bedongen. Denk bijvoorbeeld aan een leverancier van computers waarmee is afgesproken dat hij ook de installatie zal verzorgen. De leverancier blijft eigenaar van de computer totdat de koopsom van de computer en het bedrag voor de installatiewerkzaamheden is voldaan.

• voor vorderingen tot schadevergoeding wegen het niet nakomen van de hiervoor genoemde verplichtingen. Hieronder vallen rente en kosten, alsmede de in een boetebeding gefixeerde schadevergoeding.

Stel de leverancier verstrekt – naast het leveren van zaken onder eigendomsvoorbehoud – een geldlening aan de afnemer. Het is dan niet mogelijk om het eigendomsvoorbehoud ook te laten gelden voor de terugbetaling van de geldlening. Betaalt de afnemer dus wel de koopsom voor de zaken maar betaalt hij de geldlening niet terug, dan is de afnemer eigenaar geworden van de zaken en is de leverancier zijn zekerheid kwijt. Voor terugbetaling van de geldlening moet hij – bij het uitblijven van nakoming – de ‘normale’ route van beslag en een gerechtelijke procedure volgen. Aan zijn eigendomsvoorbehoud heeft hij in dit geval niets.

Voorbehouden pandrecht
Het hiervoor weergegeven probleem is op te lossen door de zaken onder eigendomsvoorbehoud te leveren en daarbij tevens een pandrecht voor te behouden. Als de afnemer de vorderingen waarvoor het eigendomsvoorbehoud geldt, heeft voldaan, gaat de eigendom van de zaken over op de afnemer, maar komt er van rechtswege een pandrecht op die zaken te rusten ten behoeve van de leverancier. Komt de afnemer de hiervoor genoemde geldlening niet na, dan kan de leverancier zijn pandrecht inroepen. Dit betekent in beginsel dat de leverancier de zaken openbaar moet verkopen en zich mag voldoen uit de opbrengst van die zaken. Dit is een verschil met het eigendomsvoorbehoud. Bij eigendomsvoorbehoud mag de leverancier de zaken weer tot zich nemen en kan hij ermee doen en laten wat hij wil. Het voordeel van het voorbehouden pandrecht is dat zekerheid wordt verkregen voor vorderingen waarvoor een eigendomsvoorbehoud niet mogelijk is. Het is dus een goed instrument als aanvulling op het eigendomsvoorbehoud.

Conclusie
Een leverancier van zaken doet er – zeker onder de hedendaagse economische omstandigheden – verstandig aan zijn zaken (bijvoorbeeld door een beding hieromtrent in de algemene voorwaarden) onder eigendomsvoorbehoud te leveren. De eigendom van de zaken gaat dan pas over op de afnemer wanneer de koopsom is voldaan. Betaalt de afnemer niet, dan kan de leverancier de zaken weer terug nemen. Mocht de afnemer failliet gaan, dan kan de leverancier dit recht ook inroepen tegen de curator. De vorderingen waarvoor een eigendomsvoorbehoud mogelijk is, zijn limitatief in de wet opgesomd. Voor de vorderingen waarvoor geen eigendomsvoorbehoud kan worden bedongen, biedt de overdracht onder voorbehoud van pandrecht een uitkomst.