Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Verzekeringsplicht werkgever beperkt tot verkeersongevallen

Verzekeringsplicht werkgever beperkt tot verkeersongevallen

Goed werkgeverschapGoed werkgeverschap kan een verzekeringsplicht van de werkgever meebrengen. In het kader van artikel 7:611 BW heeft de Hoge Raad naast de plicht tot zorg voor de veiligheid van de werknemer ook de verzekeringsplicht als aansprakelijkheidsgrond aangenomen (Kooiker, Maasman, Maatzorg). De afgelopen jaren is deze aansprakelijkheidsgrond steeds meer onder de aandacht gekomen, maar recentelijk door de Hoge Raad uitdrukkelijk beperkt tot de categorie van werknemers die in de uito...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd02 december 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Goed werkgeverschap

Goed werkgeverschap kan een verzekeringsplicht van de werkgever meebrengen. In het kader van artikel 7:611 BW heeft de Hoge Raad naast de plicht tot zorg voor de veiligheid van de werknemer ook de verzekeringsplicht als aansprakelijkheidsgrond aangenomen (Kooiker, Maasman, Maatzorg). De afgelopen jaren is deze aansprakelijkheidsgrond steeds meer onder de aandacht gekomen, maar recentelijk door de Hoge Raad uitdrukkelijk beperkt tot de categorie van werknemers die in de uitoefening van hun werkzaamheden een verkeersongeval krijgen.

Reikwijdte verzekeringsplicht

Tot voor kort was onduidelijk wat de reikwijdte van deze verzekeringsplicht van een werkgever was. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat deze uit goed werkgeverschap voortvloeiende verzekeringsverplichting is aanvaard met betrekking tot schade die werknemers lijden in de uitoefening van hun werkzaamheden als deelnemer aan het wegverkeer, indien zij

-          als bestuurder van een voertuig betrokken raken bij een verkeersongeval;

-          als fietser of voetganger schade lijden als gevolg van een ongeval waarbij een of meer voertuigen zijn betrokken;

-          als fietser schade lijden als gevolg van een eenzijdig fietsongeval.

Indien de werkgever is tekort geschoten in zijn verplichting zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering, dan is hij jegens de werknemer aansprakelijk voor het bedrag dat een behoorlijke verzekering zou hebben gedekt. In het arrest van 11 november 2011 (TNT) zet de Hoge Raad uiteen dat en waarom deze op artikel 7:611 BW gebaseerde verzekeringsverplichting beperkt dient te blijven tot de categorie van aan werknemers in de uitoefening van hun werkzaamheden overkomen verkeersongevallen. De Hoge Raad oordeelt op vergelijkbare wijze in het arrest van gelijke datum (De Rooyse Wissel).

TNT-arrest

In het TNT-arrest betrof het een werkneemster die werkzaam was als postbezorger. Tijdens het bezorgen van post is zij uitgegleden over ijs of bevroren sneeuw, waarbij zij letsel heeft opgelopen. De vraag was of de verzekeringsplicht ook geldt voor een werknemer die zich in de uitoefening van zijn werkzaamheden als voetganger op de openbare weg begeeft en daarbij als gevolg van een eenzijdig ongeval schade lijdt. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt dat er goede argumenten bestaan om werknemers een verdergaande algemene bescherming tegen het risico van ongevallen in verband met hun werkzaamheden te bieden, maar dat het op de weg van de wetgever ligt om hiervoor een regeling te maken. De achterliggende gedachte daarbij is dat struikelen of uitglijden geen bijzonder, aan het wegverkeer verbonden, risico is en dat er daarom geen goede grond bestaat voor een verdergaande bescherming van de werknemer dan bij struikelen of uitglijden op de arbeidsplaats zelf. Bij aanvaarding van een verzekeringsplicht zou bovendien een grote mate van rechtsonzekerheid in het leven worden geroepen, aangezien dan onduidelijk zou zijn voor welke arbeidsongevallen wel en voor welke arbeidsongevallen geen verzekeringsplicht zou gelden.

Conclusie

De Hoge Raad heeft in twee arresten geoordeeld dat er geen ruimte is voor verdere uitbreiding van de verzekeringsplicht bij arbeidsongevallen, aangezien dit het huidige wettelijke stelsel van werkgeversaansprakelijkheid te zeer zou aantasten. De wetgever is nu weer aan zet.