Vrijwillig ingestelde OR: melding bij Bedrijfscommissie (nog) vereist?

15 november 2018
Constitutieve vereisten voor een vrijwillig ingestelde OR.
Tom Vandeginste
Tom Vandeginste
Advocaat - Partner
In dit artikel

Een ondernemingsraad houdt in beginsel van rechtswege op te bestaan wanneer aan het einde van de zittingstermijn in de regel minder dan vijftig personen binnen de onderneming werkzaam zijn (art. 2 lid 2 WOR). Een ondernemer kan echter besluiten de ondernemingsraad (“OR”) vrijwillig in stand te laten (art. 5a lid 2 WOR). De vrijwillig ingestelde OR kan door de ondernemer aan het einde van de zittingsperiode worden opgeheven op grond van een belangrijke wijziging van omstandigheden.

De kantonrechter Maastricht heeft op 24 oktober 2018 een uitspraak gedaan over een kwestie waarin de OR van oordeel was dat hij vrijwillig in stand was gelaten conform art. 5a lid 2 WOR en de kantonrechter verzocht de OR in stand te houden, omdat er geen sprake was van een belangrijke wijziging van omstandigheden.

Wat was de situatie?

Het management van stichting European Institute for Public Administration (EIPA) deed in september 2016 bericht aan de OR dat het aantal werknemers werkzaam in de vestiging Maastricht vanaf eind september 2016 structureel onder de vijftig zou blijven. EIPA was van oordeel dat zij niet langer verplicht een ​​ondernemingsraad in stand zou moeten houden. De geplande verkiezingen op 23 oktober 2016 zouden volgens EIPA dan ook niet hoeven door te gaan.

De OR vond echter dat op de peildatum nog was voldaan aan het kritieke aantal van vijftig personen. Die peildatum volgde volgens de OR uit het OR-regelement. Daarin was bepaald dat de kies- en kandidatenlijst uiterlijk zeven weken voor de verkiezing zou worden opgesteld. Op 20 juli 2016 was die lijst medegedeeld aan het personeel, met als peildatum 31 augustus 2016. Op die peildatum waren er nog vijftig personen werkzaam binnen de onderneming. Daarnaast was de OR van mening dat ook de komende periode in de regel minimaal vijftig personen werkzaam zouden zijn. De OR refereerde daarbij onder meer aan openstaande vacatures bij EIPA.

Het management van EIPA was uiteindelijk bereid om een nieuwe zittingstermijn van de OR te accepteren. EIPA verwachtte wel dat het aantal werknemers de komende twee jaar onder de vijftig zou blijven, waardoor de OR zou ophouden te bestaan aan het einde van de volgende zittingsperiode.

Het geschil

De OR is van oordeel dat EIPA in oktober 2016 de OR vrijwillig heeft ingesteld op grond van art. 5a lid 2 WOR. Dat EIPA de OR wil opheffen omdat het einde van zittingstermijn in zicht komt, is volgens de OR niet mogelijk, omdat zich geen belangrijke wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan. Met het laten voortbestaan in oktober 2016 is volgens de OR een precedent geschapen door EIPA.

Kantonrechter Maastricht gaat niet mee in het betoog van de OR. Allereerst wijst de kantonrechter op het constitutief vereiste voor toepasselijkheid van de WOR: het doen van een schriftelijke mededeling aan de bedrijfscommissie bij een vrijwillige instelling van de OR. Een dergelijke mededeling is hier niet gedaan. De kantonrechter gaat niet mee in de redenering van de OR dat die meldingsplicht in de praktijk niet meer zou worden nageleefd en daarmee slechts een lege huls is. Naast dat formele gebrek heeft de OR volgens de kantonrechter moeten begrijpen dat in oktober 2016 de OR vrijwillig is voortgezet voor de duur van een zittingstermijn. In 2016 heeft EIPA expliciet gecommuniceerd geen toepassing te willen geven aan art. 5a lid 2 WOR en benadrukt dat de OR eind oktober 2018 zou ophouden te bestaan. Ook de OR zelf heeft in zijn jaarverslag gezinspeeld op een einde van zijn eigen bestaan en de prioriteit verlegd naar het verkrijgen van zoveel mogelijk bevoegdheden voor de Personeelsvertegenwoordiging. De kantonrechter oordeelt dan ook dat de OR is opgehouden te bestaan op 31 oktober 2018.

Rol Bedrijfscommissie niet uitgespeeld

De uitspraak van de kantonrechter brengt mee dat nog steeds gewicht wordt toegekend aan de rol van de Bedrijfscommissie en dat schriftelijke melding van een vrijwillig ingestelde OR op grond van art. 5a lid 2 WOR als constitutief vereiste heeft te gelden. Het is in mijn optiek opmerkelijk dat de kantonrechter het niet heeft afgedaan op grond van dat formele gebrek. Door vervolgens nog te toetsen of de OR inhoudelijk had kunnen begrijpen dat er geen vrijwillige instelling heeft plaatsgevonden, impliceert de kantonrechter dat een formele meldingsplicht toch omzeild zou kunnen worden. Of dat ook daadwerkelijk mogelijk is, laat de kantonrechter in het midden.

Heeft u zelf vragen over het (vrijwillig) instellen van een OR? Wij helpen u graag verder.

Gerelateerd

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...

Te late implementatie Richtlijn gelijke beloning: wat zijn de juridische gevolgen?

Nederland gaat de implementatiedeadline van Richtlijn (EU)2023/970 niet halen. De Europese Commissie heeft herhaaldelijk benadrukt dat zij verwacht dat...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wkz verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Online
10.00 - 11.30
07
mei
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Zorginkoop: onderhandelingsruimte zorgaanbieders & kaders NZa (Zorgverzekeringswet)

Hoeveel ruimte heeft een zorgaanbieder binnen het kader van de Zorgverzekeringswet in de onderhandelingen met een zorgverzekeraar als de tarieven structureel onder druk staan? Welke regels stelt de NZa rond zorginkoop en kunnen zorgverzekeraars worden aangesproken voor het niet-naleven van de regels?

Aan de hand van concrete casus en recent gevoerde procedures geven we niet alleen een update van de laatste regelgeving en jurisprudentie, maar tevens een uniek kijkje achter de schermen.

Online
14.00 - 15.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen