Zoeken
  1. Waterdichte voegovergangen als functionele eis in het bestek

Waterdichte voegovergangen als functionele eis in het bestek

Op basis van het bestek dient aannemer rubber voegovergangen aan te brengen ter plaatse van een kunstwerk. Aannemer legt zogenaamde ‘mattenvoegen’ aan van de Firma Algaflex. Na oplevering constateert opdrachtgever dat de voegen niet waterdicht zijn. Opdrachtgever stelt aannemer aansprakelijk omdat uit de productinformatie (de mogelijkheid) van waterdichte voegen volgt. Opdrachtgever stelt dat dit zou leiden tot een functionele eis van waterdichtheid. Arbiters volgen opdrachtgever hierin niet....
Auteur artikelFloris Pels Rijcken (uit dienst)
Gepubliceerd11 juni 2014
Laatst gewijzigd11 juni 2014
Leestijd 
Op basis van het bestek dient aannemer rubber voegovergangen aan te brengen ter plaatse van een kunstwerk. Aannemer legt zogenaamde ‘mattenvoegen’ aan van de Firma Algaflex. Na oplevering constateert opdrachtgever dat de voegen niet waterdicht zijn. Opdrachtgever stelt aannemer aansprakelijk omdat uit de productinformatie (de mogelijkheid) van waterdichte voegen volgt. Opdrachtgever stelt dat dit zou leiden tot een functionele eis van waterdichtheid. Arbiters volgen opdrachtgever hierin niet.

Juridisch kader
In de onderhavige casus is van belang dat in het bestek geen expliciete eis is geformuleerd ten aanzien van de waterdichtheid van de voegen, noch is een andere functionele eis aan deze voegovergangen gesteld. Opdrachtgever is echter van mening dat deze eis (impliciet) voortvloeit uit de productinformatie van de fabrikant van de (wel expliciet in het bestek vermelde) mattenvoegen. Arbiters oordelen als volgt.

“Een functioneel vereiste dient, wil opdrachtgever zich daarop met succes kunnen beroepen, expliciet te zijn opgenomen in het (RAW-)bestek. Een verwijzing naar algemene (product-)informatie, waarin een product door de fabrikant ervan voor toepassing wordt aangeprezen en waarnaar in het bestek niet voor wat betreft de functionele vereisten wordt verwezen, volstaat niet.”

Bij het oordeel dat de eis van waterdichtheid (bij deze voegovergangen) niet voortvloeit uit het bestek hebben arbiters eveneens de omstandigheid betrokken dat elders in het bestek, ten aanzien van andere voegen, wel expliciet een eis van waterdichtheid is geformuleerd.

De vordering van opdrachtgever wordt afgewezen.

Commentaar
Als opdrachtgever gewenst had dat de voegovergangen waterdicht waren, had zij dit expliciet(er) in het bestek moeten opnemen. De onderhavige casus onderstreept het belang om duidelijk de functionele eisen van (bijvoorbeeld) voegovergangen te omschrijven in het bestek. Het enkele verwijzen naar algemene productinformatie (van de fabrikant) voor het vaststellen van deze functionele eisen volstaat niet.

Overigens is opmerkelijk dat de opdrachtgever niet tevens een beroep heeft gedaan op de waarschuwingsplicht van de aannemer. De waarschuwingsplicht is immers in het geheel buiten beschouwing gelaten. Het zou niet ondenkbaar zijn dat de aannemer een plicht had te waarschuwen ex artikel 7:754 BW althans par. 6 lid 4 UAV 1989 dat de toepassing van de (matten)voegen niet waterdichtheid garandeerde. Opvallend detail hierbij is dat uit de casus blijkt dat aannemer meerdere malen gepubliceerd heeft over het feit dat mattenvoegen moeilijk waterdicht te maken zijn.