De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wees alert op wijzigingsbevoegdheden in nieuwe bestemmingsplannen!

Wees alert op wijzigingsbevoegdheden in nieuwe bestemmingsplannen!

In artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening is de mogelijkheid opgenomen om in een bestemmingsplan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven een plan  te wijzigen. Hierdoor kan de gemeenteraad niet meer oordelen over deze wijzigingen, die in de toekomst met inachtneming van enkele voorwaarden kunnen worden vastgesteld. Het is van belang een wijzigingsbevoegdheid direct aan te vechten in het bestemmingsplan waarin zij is opgenomen. Indien dit niet...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd18 juni 2013
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
In artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening is de mogelijkheid opgenomen om in een bestemmingsplan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven een plan  te wijzigen. Hierdoor kan de gemeenteraad niet meer oordelen over deze wijzigingen, die in de toekomst met inachtneming van enkele voorwaarden kunnen worden vastgesteld. Het is van belang een wijzigingsbevoegdheid direct aan te vechten in het bestemmingsplan waarin zij is opgenomen. Indien dit niet gebeurt, kan een gemeente zich in een later stadium beroepen op de formele rechtskracht van die bevoegdheid en de daarbij opgenomen voorwaarden. Het kan dan gebeuren dat zeer omvangrijke wijzigingen zonder toetsing door de gemeenteraad worden vastgesteld en dat de rechter nog maar zeer terughoudend is in de toetsing van die wijziging. Wijzigingsbevoegdheden kunnen echter verstrekkende gevolgen hebben. Hierover, en over de mogelijkheden tot het aanvechten van wijzigingsbevoegdheden, volgt in dit artikel meer.

In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van begin dit jaar was sprake van verschillende wijzigingsgebieden binnen de gemeente Tiel. Deze wijzigingsgebieden maakten samen genomen  onderdeel uit van een plan om te voorzien in 770 nieuwe woningen in de gemeente die grotendeels zouden kunnen worden gerealiseerd in omvangrijke  appartementencomplexen.  Deze woningen werden echter niet direct positief bestemd in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan werd wel de mogelijkheid opgenomen om bestaande bestemmingen zoals parkeerterrein, groen en gemengde doeleinden op een later tijdstip te wijzigen in een bestemming die bebouwing met meer dan acht verdiepingen mogelijk maakte. Tegen deze wijzigingsbevoegdheden werd door verschillende bedrijven en omwonenden beroep aangetekend bij de Afdeling. Ondergetekende trad hierbij op namens een groep van 18 omwonenden die hun woningen bedreigd zagen worden door een tweetal gebieden met wijzigingsbevoegdheden die grote planologische ontwikkelingen in de nabijheid van hun eigendommen mogelijk maakten.

Namens deze omwonenden is aangevoerd dat niet was aangetoond dat de bebouwing die met gebruik van de wijzigingsbevoegdheden zou worden mogelijk gemaakt in de toekomst wenselijk of noodzakelijk was. Er waren dan ook geen concrete plannen om in de toekomst daadwerkelijk gebruik te maken van deze bevoegdheden en de bebouwing te gaan realiseren. Ter zitting is hierbij namens de gemeente aangevoerd dat zij deze wijzigingsbevoegdheden zag als een uitnodiging aan de markt. Met andere woorden; zij wilden met deze bevoegdheden marktpartijen overtuigen van de mogelijkheden die op de betreffende percelen rustten en zij wilde hiermee aangeven dat zij op korte termijn mee kon werken aan grootse planologische wijzigingen.

De Afdeling oordeelde in deze kwestie dat de raad niet aannemelijk kon maken dat er daadwerkelijk vraag zou ontstaan naar de mogelijke woningen. Zij heeft enkel doelstellingen gepresenteerd met betrekking tot aantallen woningen die zij zelf zouden willen laten realiseren. Deze aantallen werden echter niet onderbouwd met bewijs dat ook daadwerkelijk vraag zou bestaan naar deze woningen. Hiermee ontbreekt dan ook enige noodzaak voor het vaststellen van de wijzigingsbevoegdheden. Het gebruik van de wijzigingsbevoegdheden in deze vorm is dan ook in strijd met de verplichte financiële uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan en het vereiste dat de Afdeling stelt dat binnen de planperiode van tien jaar uitvoering zal moeten worden gegeven aan de betreffende bepalingen. Het besluit is derhalve genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

Conclusie
Bij het opnemen van wijzigingsbevoegdheden kunnen grootse planologische ontwikkelingen worden vereenvoudigd. Dit brengt echter risico’s mee voor belanghebbenden die op dat moment mogelijk nog niet het risico van een dergelijke bevoegdheid inzien. Ik adviseer dergelijke bepalingen zodra dit mogelijk is aan te vechten, om latere discussie over de onaantastbaarheid hiervan te voorkomen. Een wijzigingsbevoegdheid moet door voldoende objectieve normen worden begrensd, daarbij moet tevens worden aangetoond dat binnen de planperiode gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid én dat dit ook financieel haalbaar is. Indien niet aan deze vereisten wordt voldaan kan een wijzigingsbevoegdheid met succes worden aangevochten en worden vernietigd.

Voor meer vragen wijzigingsbevoegdheden en andere bijzonderheden rondom bestemmingsplannen kunt u contact opnemen met mr. T.H. Liebregts, ruimtelijk bestuursrechtadvocaat.