Zoeken
  1. “Wegbestemmen” bestaande mogelijkheid tot exploitatie supermarkt/warenhuis ten behoeve van concentratie detailhandel

“Wegbestemmen” bestaande mogelijkheid tot exploitatie supermarkt/warenhuis ten behoeve van concentratie detailhandel

De raad van de gemeente Bergen op Zoom heeft met de vaststelling van het bestemmingsplan “Verspreide bedrijven en detailhandel” beoogd enerzijds duidelijkheid te scheppen ten aanzien van de mogelijkheden voor detailhandel binnen de bestemming "Bedrijf" en anderzijds op een aantal locaties de mogelijkheden tot het vestigen van een nieuwe dan wel het uitbreiden van een bestaande supermarkt in te perken om ruimte te creëren voor de komst van een XL-supermarkt in gebouw "De Zeeland".  Voor dit ge...
Auteur artikelJasper Molenaar
Gepubliceerd25 maart 2013
Laatst gewijzigd25 maart 2013
Leestijd 
De raad van de gemeente Bergen op Zoom heeft met de vaststelling van het bestemmingsplan “Verspreide bedrijven en detailhandel” beoogd enerzijds duidelijkheid te scheppen ten aanzien van de mogelijkheden voor detailhandel binnen de bestemming "Bedrijf" en anderzijds op een aantal locaties de mogelijkheden tot het vestigen van een nieuwe dan wel het uitbreiden van een bestaande supermarkt in te perken om ruimte te creëren voor de komst van een XL-supermarkt in gebouw "De Zeeland".  Voor dit gebouw is een separaat bestemmingsplan “De Zeeland” vastgesteld. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) geeft inzicht onder welke omstandigheden het “wegbestemmen” van dergelijke planologische gebruiksmogelijkheden geoorloofd is.

Beroep
Eén van de locaties die wordt uitgesloten om te worden gebruikt als supermarkt of warenhuis is de Wouwsestraatweg 120. De huurder van die locatie exploiteert daar op dat moment een winkel in dierbenodigdheden. Deze winkelier stelt beroep in bij de Afdeling.

Toelichting gemeente
De raad heeft toegelicht dat de planologische mogelijkheid die ten behoeve van de herontwikkeling van het gebouw "De Zeeland" in het gelijknamige bestemmingsplan wordt geboden voor detailhandel (waaronder ook een supermarkt) aanleiding is geweest om de planologische mogelijkheden voor supermarktlocaties op andere locaties te herzien. Volgens de raad is het echter ook op andere gronden planologisch gezien niet langer wenselijk dat in het pand aan de Wouwsestraatweg 120 een supermarkt kan worden gevestigd. De raad streeft namelijk na dat supermarkten in Bergen op Zoom zich in een detailhandelsconcentratie vestigen. Voor zover het bestemmingsplan "De Zeeland" niet tot uitvoering zou komen, dan nog wil de raad op grond van dit ruimtelijk-economische detailhandelsbeleid ten aanzien van supermarkten uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening vasthouden aan het voorliggende bestemmingsplan.

Belangenafweging
De plannen voor de XL-supermarkt in het gebouw “De Zeeland” zijn voor de raad aanleiding geweest om de planologische mogelijkheden voor supermarkten elders in de gemeente te herzien. Van belang is volgens de Afdeling dat ook zonder de komst van deze XL-supermarkt de raad daartoe zou zijn overgegaan met het oog op concentratie van detailhandel. De Afdeling acht het niet komen vast te staan dat een zodanige samenhang tussen het plangebied en het bestemmingsplan bestaat dat een planologische regeling voor die locatie niet in een ander bestemmingsplan kan worden geregeld. De winkelier die geconfronteerd wordt met het “wegbestemmen” van de mogelijkheid om een supermarkt of warenhuis te exploiteren wordt volgens de Afdeling door deze twee gescheiden planprocedures niet benadeeld, omdat in beide procedures een deugdelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden.

Rechtsonzekerheid
De winkelier heeft naast de belangenafweging aan de orde gesteld dat de planregels rechtsonzeker zijn aangezien een definitie van het begrip “warenhuis” ontbreekt, waardoor het onduidelijk is of het plan een winkel in dierbenodigdheden toestaat. De raad heeft voor het begrip “warenhuis” aansluiting gezocht bij het algemeen spraakgebruik en dit in de nota van zienswijzen omschreven als een grootwinkelbedrijf waar artikelen van allerlei branches worden verkocht, waarbij de artikelen zijn verspreid over diverse afdelingen en geconcentreerd in één gebouw. Een winkel in dierbenodigdheden valt volgens de raad niet onder het begrip “warenhuis”, omdat het een winkel in één branche betreft. De Afdeling acht deze uitleg aanvaardbaar en oordeelt dat er geen sprake is van rechtsonzekerheid.

Duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau
Als het gaat om de planologische mogelijkheden omtrent detailhandel dan wordt veelvuldig een beroep gedaan op een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau. De Afdeling wijst deze beroepsgrond van de hand, omdat in het algemeen er aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan bij gewijzigde inzichten en na afweging van de belangen andere bestemmingen en voorschriften vaststellen. Het beroep op de duurzame ontwrichting faalt mede omdat de betreffende winkelier thans geen supermarkt exploiteert en ten tijde van het besluit ook geen concreet voornemen had om een supermarkt te gaan exploiteren.

Wilt u meer weten over de vraag onder welke omstandigheden het “wegbestemmen” van gebruiksmogelijkheden is toegestaan? Neemt u dan contact op met mr. Jasper Molenaar, advocaat Ruimtelijke ordeningsrecht & Milieu.