Wel of geen vrijstelling overdrachtsbelasting bij juridische (af)splitsing?

6 maart 2018
InleidingVan een (juridische) afsplitsing is sprake indien (een deel van) het vermogen van een rechtspersoon die bij de splitsing niet ophoudt te bestaan onder algemene titel (dat wil zeggen automatisch, zonder dat er leveringshandelingen vereist zijn) wordt verkregen door een of meer andere rechtspersonen. Daarbij moet ten minste één verkrijgende rechtspersoon aandelen in zijn kapitaal toekennen aan de aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon of moet ten minste één verkrijgende rechtsp...
Marèl Baak
Marèl Baak
Toegevoegd notaris - Counsel
In dit artikel
Inleiding
Van een (juridische) afsplitsing is sprake indien (een deel van) het vermogen van een rechtspersoon die bij de splitsing niet ophoudt te bestaan onder algemene titel (dat wil zeggen automatisch, zonder dat er leveringshandelingen vereist zijn) wordt verkregen door een of meer andere rechtspersonen. Daarbij moet ten minste één verkrijgende rechtspersoon aandelen in zijn kapitaal toekennen aan de aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon of moet ten minste één verkrijgende rechtspersoon bij de splitsing door de splitsende rechtspersoon worden opgericht.


In de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 is in artikel 15 lid 1 onderdeel h een vrijstelling opgenomen voor overdrachtsbelasting bij de verkrijging van onroerende zaken krachtens een (af)splitsing. De voorwaarden waaronder deze vrijstelling van toepassing is, zijn opgenomen in artikel 5c van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer 1971. Op grond van dit artikel is de vrijstelling wegens splitsing niet toepasbaar als de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De splitsing wordt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien de splitsing niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de splitsende en de verkrijgende rechtspersonen.

Casus
Bij de Rechtbank Noord-Holland (3 1 januari 2018, nr HAA 16/884) was het navolgende in geschil.

Een pensioenstichting wenste haar vastgoed te vervangen door aandelen in een vastgoedfonds om daarmee haar risicoprofiel te verbeteren. Een door de stichting ingeschakeld adviesbureau had namelijk geconcludeerd dat de samenstelling van de vastgoedportefeuille van de stichting niet voldeed aan de gestelde eisen van risicospreiding, rendementsontwikkelingen en de beschikbaarheid van liquiditeiten. Daarop heeft de stichting besloten haar direct gehouden vastgoed indirect te gaan houden.
Een methode om direct vastgoed te transformeren naar indirect vastgoed is het aangaan van een ruiltransactie. Hierbij wordt vastgoed ingebracht in een bestaand vastgoedfonds in ruil voor aandelen in het betreffende vastgoedfonds. Hiertoe heeft de stichting een overeenkomst gesloten met een Vastgoed NV.

Om uitvoering te geven aan deze overeenkomst heeft de stichting een BV opgericht waarin de stichting alle aandelen houdt. De stichting heeft door middel van een (agio)storting op de aandelen in de BV, het vastgoed ingebracht in de BV. Vervolgens heeft de BV het van de stichting verkregen vastgoed afgesplitst naar de Vastgoed NV, waarbij de Vastgoed NV aandelen in haar kapitaal heeft toegekend aan de stichting.

In geschil was of de Vastgoed NV overdrachtsbelasting verschuldigd was over de verkrijging van het vastgoed bij de afsplitsing. De vraag die hierbij van belang is, is of de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De inspecteur beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt dat de splitsingsvrijstelling om die reden niet van toepassing is. Volgens de inspecteur liggen er geen zakelijke overwegingen aan de splitsing ten grondslag, maar heeft het voorkomen van het betalen van overdrachtsbelasting aan de keuze voor de splitsing ten grondslag gelegen.

Conclusie
De rechtbank volgt deze opvatting niet en ziet geen redenen te twijfelen aan de zakelijkheid van het doel en de bedoeling van de Vastgoed NV eiseres en de stichting, namelijk om mogelijkheden te zoeken om het risicoprofiel van de Stichting te verbeteren ten behoeve van de pensioengerechtigden. Het feit dat in de overeenkomst die tussen de Vastgoed NV en de stichting is gesloten is opgenomen dat de keuze voor de transactie mede afhankelijk is van de fiscale mogelijkheden om de last van overdrachtsbelasting te beperken, doet daaraan niet af. De vrijstelling van overdrachtsbelasting bij splitsing is van toepassing, tenzij de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Hieruit volgt volgens de rechtbank dat de fiscale mogelijkheden om de betaling van overdrachtsbelasting te beperken, mee mogen spelen bij de keuze voor de afsplitsing, zolang dit niet in overwegende mate het geval is. Dit laatste volgt volgens de rechtbank uit de door de Vastgoed NV gegeven toelichting en wordt ondersteund door de bepaling in de overeenkomst dat de transactie hoe dan ook zou plaatsvinden, en ook heeft plaatsgevonden, ongeacht de uitkomst van de onderhavige procedure. Ook de tussenstap van de oprichting van een BV, welke nodig was om van de vrijstelling overdrachtsbelasting bij splitsing gebruik te kunnen maken, heeft niet tot gevolg dat de splitsing in overwegende mate was gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.

Gerelateerd

Escalatie bij bestuurlijke impasse: kort geding of enquêteprocedure?

Escalatie bij bestuurlijke impasse: kort geding of enquêteprocedure?

Bestuurlijke conflicten in samenwerkingsverbanden met een 50/50-verhouding kunnen snel escaleren. Zeker wanneer bestuurders gezamenlijk bevoegd zijn en de...

Voorwaarden schenking of testament: waar moet u juridisch en fiscaal aan denken?

Als DGA (directeur-grootaandeelhouder) houdt u zich ongetwijfeld bezig met de toekomst van uw onderneming en uw privévermogen. Daarbij kunnen vragen opkomen...

Wetsvoorstel digitale algemene vergadering is aangenomen - en nu?

Op 16 december 2025 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen aangenomen. De hoofdlijnen van...

Certificering van aandelen: zo maakt u als DGA uw onderneming toekomstbestendig

Iedere DGA stelt zich vroeg of laat de vraag: “hoe ziet de toekomst van mijn onderneming eruit wanneer ik een stap terugdoe of als ik er onverhoopt niet meer...

Tijdig starten met bedrijfsopvolging: het belang van een gestructureerd tijdspad voor de BOR

Veel DGA’s schuiven bedrijfsopvolging voor zich uit. Begrijpelijk, want de dagelijkse bedrijfsvoering vraagt al genoeg aandacht. Het gevaar is echter dat de...

Wet Vifo & Wet weerbaarheid defensie: impact op doelondernemingen

Door toenemende geopolitieke spanningen hebben de NAVO-landen eerder dit jaar ingestemd met een nieuwe NAVO-norm van 5% van het BBP. De Nederlandse defensie-...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen