Wft ook van toepassing op advisering aan werkgever over pensioenovereenkomst?

12 maart 2012
De Wet financieel toezicht (Wft) legt in een aantal situaties specifieke informatie- en adviesverplichtingen aan een financiële dienstverlener op. Ook verzekeraars van en bemiddelaars in pensioenen zijn financiële dienstverleners en moeten zich dus aan de Wft houden. Moet een verzekeraar of bemiddelaar bij íeder pensioenadvies aan een werkgever rekening houden met de toepasselijkheid van de Wft of gaat dit alleen op voor zover het pensioenadvies ziet op de uitvoeringsovereenkomst? De bestuurs...
Frédérique Hoppers
Frédérique Hoppers
Advocaat - Partner
In dit artikel
De Wet financieel toezicht (Wft) legt in een aantal situaties specifieke informatie- en adviesverplichtingen aan een financiële dienstverlener op. Ook verzekeraars van en bemiddelaars in pensioenen zijn financiële dienstverleners en moeten zich dus aan de Wft houden. Moet een verzekeraar of bemiddelaar bij íeder pensioenadvies aan een werkgever rekening houden met de toepasselijkheid van de Wft of gaat dit alleen op voor zover het pensioenadvies ziet op de uitvoeringsovereenkomst? De bestuursrechter te Rotterdam (17 november 2011, LJN: BU5317) vindt het eerste. Dit is een discutabele uitspraak.

Algemeen

Op grond van artikel 4.23 Wft moet de financiële dienstverlener informatie inwinnen over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de consument (het ‘ken uw klant beginsel’) en zijn advisering hierop afstemmen.

De Wft geldt uitsluitend bij advisering over een financieel instrument of een verzekering. Omdat de uitvoeringsovereenkomst een verzekeringsovereenkomst is, valt de advisering aan de werkgever over een uitvoeringsovereenkomst in ieder geval onder het toepassingsbereik van artikel 4.23 Wft.

De Vrijstellingsregeling Wft bevat uitzonderingen op artikel 4.23 Wft, namelijk voor eenvoudige financiële producten met geringe financiële impact. Op deze uitzondering worden echter weer twee uitzonderingen geformuleerd. Financiële diensten die gaan over zowel complexe producten als verzekeringen in verband met het wegvallen van inkomsten vallen weer wel onder de hoofdregel artikel 4.23 Wft.

Uitspraak

Genoemde wettelijke bepalingen stonden centraal in de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. In die kwestie was de bemiddelaar onder meer werkzaam op het gebied van pensioenen. Concreet adviseerde de bemiddelaar de werkgever over de kosten van de pensioenvoorziening voor de werkgever, de optimalisering van de verzekering van de onderliggende pensioenaanspraken en het aangaan van een nieuwe uitvoeringsovereenkomst bij een andere pensioenuitvoerder. De werkgever zou voorts zijn geadviseerd over een wijziging van de ‘pensioenregeling’.

De AFM selecteerde in het kader van het onderzoek ‘Kwaliteit advies en transparantie pensioenen’ dertig dossiers van de bemiddelaar. Het onderzoek van de AFM richtte zich speciaal op pensioenadviezen aan de werkgever door de bemiddelaar voor rechtstreeks verzekerde regelingen voor een groep werknemers. De AFM besloot na het dossieronderzoek een boete van € 30.000,-- aan de bemiddelaar op te leggen wegens schending van de in de Wft verwoorde informatie inwinnings - en adviesplicht.

Kort gezegd is de AFM van oordeel dat de bemiddelaar onvoldoende informatie over de klant (de werkgever) heeft ingewonnen en zijn advies hierdoor ook niet op de benodigde informatie heeft kunnen baseren. Dit levert volgens de AFM een overtreding van artikel 4.23 Wft op. De bemiddelaar is het niet eens met de boete en stelt beroep in bij de bestuursrechter.

De bemiddelaar stelt zich op het standpunt dat artikel 4.23 Wft niet van toepassing is op haar advieswerkzaamheden. Zo zou allereerst de Wft niet van toepassing zijn op de advisering over de uitvoeringsovereenkomst. In dit kader beroept de bemiddelaar zich op de tekst van de Vrijstellingsregeling Wft, waarin - zoals gezegd - een uitzondering op de toepasselijkheid van de Wft verwoord staat. De rechtbank gaat echter niet mee in dit betoog. Uit de toelichting op de Wft en het Vrijstellingsbesluit blijkt namelijk duidelijk dat de pensioenverzekering met name bedoeld is als de verzekering waarop artikel 4.23 Wft van toepassing is. Bovendien is sprake van een complex product, hetgeen nog een reden vormt om de Wft van toepassing te achten.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of de advisering over de pensioenovereenkomst ook onder artikel 4.23 Wft valt. Een pensioenovereenkomst is de overeenkomst tussen werkgever en werknemer betreffende de arbeidsvoorwaarde pensioen en vormt daarmee de basis voor de wettelijk verplichte uitvoering door een derde. De rechtbank overweegt dat er een onlosmakelijk verband bestaat tussen de uitvoeringsovereenkomst, die strekt tot verzekering van de pensioenovereenkomst tussen de werkgever en werknemer, en die pensioenovereenkomst. Dit onlosmakelijke verband maakt het financieel product complex, met als gevolg dat de uitzondering in het Vrijstellingsbesluit niet van toepassing is en de Wft dus ook geldt bij de advisering over de pensioenovereenkomst. Mijns inziens is deze redenering uiterst discutabel, omdat een pensioenovereenkomst zelf - in tegenstelling tot een uitvoeringsovereenkomst - geen verzekeringsovereenkomst is en de Wft alléén geldt indien het gaat om advisering over een financieel instrument of een verzekering. Kortom: de Wft wordt door de rechtbank Rotterdam opgerekt buiten het wettelijke toepassingsgebied.

Tot slot

Het is van belang onderscheid te maken tussen enerzijds advisering aan de werkgever en anderzijds advisering aan de aanspraak- of pensioengerechtigden. Artikel 6 Pensioenwet bepaalt dat de Wft niet van toepassing is op de verhouding tussen verzekeraar en aanspraak- of pensioengerechtigde (behalve als sprake is van een premieovereenkomst met beleggingsvrijheid, zie mijn eerdere bijdrage). In de onderhavige kwestie was sprake van advisering aan de werkgever, waardoor artikel 6 Pensioenwet geen toepassing vindt en artikel 4.23 Wft in beginsel dus wel. In ieder geval voor zover de advisering ziet op de uitvoeringsovereenkomst. Nieuwe rechtspraak zal moeten uitwijzen of dit zich ook uitstrekt over de advisering aan de werkgever over de pensioenovereenkomst.

Gerelateerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen